Art. 2.2.71. Toegankelijkheid van de installaties van de elektriciteitsdistributienetgebruiker die functioneel deel uitmaken van het elektriciteitsdistributienet

1

Met inachtname van (grond)wettelijke bepalingen heeft de elektriciteitsdistributienetbeheerder toegang tot de installaties die functioneel deel uitmaken van het elektriciteitsdistributienet om er inspecties, testen, proeven of exploitatiehandelingen uit te voeren. De elektriciteitsdistributienetgebruiker zorgt voor een permanente mechanische toegang voor de elektriciteitsdistributienetbeheerder of verschaft hem die onmiddellijk op eenvoudig mondeling verzoek.

2

Voor elke exploitatiehandeling en inspectie, test of proef, als vermeld in 1, moet de elektriciteitsdistributienetgebruiker de elektriciteitsdistributienetbeheerder schriftelijk op de hoogte brengen van de toepasselijke veiligheidsvoorschriften. Zoniet volgt de elektriciteitsdistributienetbeheerder zijn eigen veiligheidsvoorschriften.