Onderafdeling 1.
Wijzigingen aan de aansluiting


Art. 2.2.73.

§ 1

Elke aangesloten elektriciteitsdistributienetgebruiker kan bij de elektriciteitsdistributienetbeheerder een aanvraag tot wijziging, zoals bijvoorbeeld een verzwaring, van zijn aansluiting indienen.

§ 2

De wijziging van een bestaande aansluiting kan ook opgelegd worden door de elektriciteitsdistributienetbeheerder in de gevallen bedoeld in Art. 2.2.90 om de algemene veiligheid, het toezicht op en het gemakkelijk onderhoud van de aansluiting te vrijwaren, alsook de correcte werking van de toestellen van de aansluiting en de gemakkelijke opname van de meters toe te laten. Dergelijke wijziging is op kosten van de elektriciteitsdistributienetgebruiker of de eigenaar van het betrokken goed.

Art. 2.2.74.
De aanvraag bevat minstens de volgende gegevens:
de identiteit en contactgegevens van de aanvrager (eventueel de juridische vorm en het ondernemingsnummer);
de rechten van de aanvrager ten aanzien van het gebouw of de installatie waarop de aansluiting betrekking heeft;
het grondplan van de plaats van afname of injectie;
het gewenste aansluitingsvermogen, toegangsvermogen en spanningsniveau;
de technische karakteristieken van de installaties die op het elektriciteitsdistributienet moeten worden aangesloten;
de informatie die nodig is voor het toekennen van het gebruiksprofiel.

Art. 2.2.75.
Bij de aanvraag tot wijziging van een aansluiting wordt eveneens een onderscheid gemaakt tussen een eenvoudige aansluiting, een tijdelijke aansluiting en een aansluiting met voorafgaande studie. De procedures voor de aanvraag tot nieuwe aansluiting zoals beschreven in Afdeling 1 van Hoofdstuk II van de Netcode zijn van overeenkomstige toepassing.

Art. 2.2.76.
De elektriciteitsdistributienetbeheerder kan, in geval van een bestaande aansluiting, de aansluiting uitvoeren via een rechtstreekse verbinding van de installaties van de elektriciteitsdistributienetgebruiker met de secundaire rails van een transformatiepost die het elektriciteitsdistributienet op midden- of hoogspanning voedt, als het gemiddelde van de reële hoogste kwartiervermogens met betrekking tot de voorbije twaalf maanden groter is dan 5 MW.

Art. 2.2.77.
Vóór een toegangspunt naar een gewijzigde installatie in dienst wordt genomen, bezorgt de elektriciteitsdistributienetgebruiker aan de elektriciteitsdistributienetbeheerder het bewijs dat zijn installaties aan de wettelijke verplichtingen voldoen.

Art. 2.2.78.

§ 1

Voor elke aanpassing van een bestaande aansluiting op het midden-of hoogspanningsnet, van een daarmee verbonden installatie van een elektriciteitsdistributienetgebruiker die een niet-verwaarloosbare invloed heeft op het midden- of hoogspanningsnet of van hun respectieve exploitatiewijze moet met de elektriciteitsdistributienetbeheerder een aansluitingscontract worden gesloten.

§ 2

Voor aanpassingen aan een bestaande aansluiting op het laagspanningsnet, moet geen aansluitingscontract ondertekend worden. Voor die aanpassingen worden de voorwaarden opgenomen in het aansluitingsreglement van deelektriciteitsdistributienetbeheerder.

Art. 2.2.79.
Op verzoek van de elektriciteitsdistributienetgebruiker kan de elektriciteitsdistributienetbeheerder beslissen dat een wijziging als vermeld Art. 2.2.78 § 1 als minder belangrijk wordt beschouwd. Een dergelijke minder belangrijke aanpassing wordt vermeld in een bijvoegsel bij het aansluitingscontract.