Afdeling 6.
Wederzijdse rechten en plichten van distributienetbeheerder en -gebruiker


Onderafdeling 1.
Aansluitingscontract en -reglement


Art. 2.2.83.
Met behoud van de toepassing van de bepalingen van dit reglement, worden nadere bepalingen met betrekking tot de wederzijdse rechten en plichten van de elektriciteitsdistributienetbeheerder en -gebruiker geregeld in het aansluitingsreglement of het aansluitingscontract.

Art. 2.2.84.

§ 1

Voor elke nieuwe aansluiting op het midden- of hoogspanningsnet moet met de elektriciteitsdistributienetbeheerder een aansluitingscontract worden gesloten.

§ 2

Voor aansluitingen op het laagspanningsnet moet geen aansluitingscontract ondertekend worden. Voor die aansluitingen op het laagspanningsnet worden de voorwaarden opgenomen in het aansluitingsreglement van de elektriciteitsdistributienetbeheerder.

Art. 2.2.85.
In afwachting van de opmaak van nieuwe aansluitingscontracten tussen de elektriciteitsdistributienetbeheerder en de elektriciteitsdistributienetgebruiker, blijven de vroeger gemaakte afspraken tussen de partijen die bij de aansluiting betrokken zijn verder van kracht, voor zover ze niet strijdig zijn met dit reglement.

Art. 2.2.86.
Het aansluitingscontract bevat minstens de volgende elementen:
de identiteit van de partijen;
de aanwijzing van de contactpersonen;
de bepalingen met betrekking tot de looptijd en de stopzetting van het contract;
de beschrijving en de ligging van de aansluiting en de meetinrichting met locatie en spanningsniveau van het toegangspunt of de toegangspunten;
de unieke identificatie van de aansluiting met een of meer toegangspunten door een of meer EAN;
de bepalingen in verband met de toegankelijkheid en het beheer van de aansluitingsinstallaties;
de beschrijving van de installaties van de elektriciteitsdistributienetgebruiker (inclusief installaties welke functioneel deel uitmaken van het net), inzonderheid de aangesloten productie-eenheden;
de specifieke technische voorwaarden en bepalingen, onder meer het aansluitingsvermogen, de relevante technische karakteristieken van de aansluiting en van de installaties van de elektriciteitsdistributienetgebruiker, de meetinrichting, de uitbating, het onderhoud, de eisen in verband met beveiligingen, de veiligheid enzovoort;
de bepalingen met betrekking tot de wederzijdse aansprakelijkheid en de confidentialiteit;
de bepalingen in verband met de meteropname;
de betalingsmodaliteiten.

Art. 2.2.87.
In geval van overdracht van roerende of onroerende goederen, in gebruik of in eigendom, waarvoor de aansluiting dient, sluit de overnemer onverwijld een nieuw aansluitingscontract af met de elektriciteitsdistributienetbeheerder als de aansluiting niet valt onder het toepassingsgebied van het aansluitingsreglement.

Onderafdeling 2.
Overleg- en informatieplichten netgebruiker


Art. 2.2.88.

§ 1

De elektriciteitsdistributienetgebruiker of de eigenaar van het goed in kwestie moet de elektriciteitsdistributienetbeheerder onmiddellijk op de hoogte brengen van elke beschadiging, afwijking of niet-conformiteit aan de wettelijke of reglementaire voorschriften die hij redelijkerwijs kan vaststellen.

§ 2

Bij de uitvoering van werkzaamheden door de elektriciteitsdistributienetgebruiker in de nabijheid van de aansluiting, waarbij onderdelen van het elektriciteitsdistributienet, inclusief de aansluiting, beschadigd of beïnvloed kunnen worden, pleegt de elektriciteitsdistributienetgebruiker vooraf overleg met de elektriciteitsdistributienetbeheerder.

Art. 2.2.89. Wijziging afname- of injectiekenmerken/wijziging met niet-verwaarloosbare invloed op het net

In geval van gewijzigde afname- of injectiekenmerken, of van wijzigingen ten opzichte van de omstandigheden en afspraken die golden op het ogenblik van de uitvoering van de aansluiting, en die toe te schrijven zijn aan de elektriciteitsdistributienetgebruiker, heeft de elektriciteitsdistributienetgebruiker de plicht om conform het aansluitingsreglement of-contract de elektriciteitsdistributienetbeheerder hiervan te informeren.
Het plaatsen/bijplaatsen of verzwaren van een decentrale productie-eenheid of een energieopslagsysteem met een maximum AC vermogen groter dan 10 kVA, ongeacht het feit of deze netto zal injecteren in het elektriciteitsdistributienet, is een wijziging met niet-verwaarloosbare invloed op het elektriciteitsdistributienet, waarvoor steeds een voorafgaandelijke aanvraag ingediend moet worden bij de elektriciteitsdistributienetbeheerder.

Onderafdeling 3.
Spanningskwaliteit en stroomstoringen


Art. 2.2.90. Storingen

§ 1

Het toelaatbare niveau van storingen, teweeggebracht op het elektriciteitsdistributienet door de installaties van de aansluiting en de eigen installaties van de elektriciteitsdistributienetgebruiker, wordt bepaald door technische voorschriften zoals C10/11, C10/17 en C10/19 die door de netbeheerders zijn opgesteld, door de VREG zijn goedgekeurd, en gepubliceerd worden op de website van de elektriciteitsdistributienetbeheerders. Ook elke wijziging aan deze voorschriften wordt pas van kracht na goedkeuring door de VREG.

§ 2

Behoudens andersluidende bepaling in het aansluitingscontact is de elektriciteitsdistributienetbeheerder bij een storing aan het elektriciteitsdistributienet of de aansluiting binnen twee uur na de melding door de elektriciteitsdistributienetgebruiker ter plaatse om de werkzaamheden aan te vangen die leiden tot het opheffen van de storing.

Art. 2.2.91. Spanningskwaliteit

§ 1

Een klacht over de spanningskwaliteit kan schriftelijk ingediend worden bij de elektriciteitsdistributienetbeheerder.

§ 2

De elektriciteitsdistributienetbeheerder beantwoordt een klacht met betrekking tot de spanningskwaliteit binnen tien werkdagen na ontvangst van die klacht. Als de oorzaak bekend is, beschrijft de elektriciteitsdistributienetbeheerder in zijn antwoord de aard en duur van het probleem en de acties die hij ertegen onderneemt.

§ 3

Op verzoek van de elektriciteitsdistributienetgebruiker informeert de elektriciteitsdistributienetbeheerder de elektriciteitsdistributienetgebruiker over de mogelijkheid en de voorwaarden om een meting uit te voeren.

§ 4

Op verzoek van de elektriciteitsdistributienetgebruiker worden de nodige metingen ter controle van een klacht met betrekking tot de verandering van de geleverde spanning (amplitude) uitgevoerd. De elektriciteitsdistributienetgebruiker spreekt met de elektriciteitsdistributienetbeheerder een datum af waarop die meting moet worden uitgevoerd. De elektriciteitsdistributienetgebruiker kan eisen dat die meting binnen tien werkdagen uitgevoerd wordt. In uitzonderlijke omstandigheden en na motivatie, kan de elektriciteitsdistributienetbeheerder van die termijn afwijken.

§ 5

Een rapport met de resultaten en conclusies van die meting wordt aan de elektriciteitsdistributienetgebruiker bezorgd binnen vijf werkdagen na de uitvoering van de meting.

§ 6

Als die metingen een afwijking aantonen ten opzichte van de eisen van de norm NBN EN 50160, worden de kosten voor de metingen gedragen door de elektriciteitsdistributienetbeheerder. Als de metingen geen afwijking aantonen ten opzichte van de norm NBN EN 50160 aantonen, kan de elektriciteitsdistributienetbeheerder hiervoor kosten aanrekenen aan de elektriciteitsdistributienetgebruiker. Die kosten blijven in elk geval beperkt tot de vergoeding voor de verplaatsing van de elektriciteitsdistributienetbeheerder. Die kosten worden door de elektriciteitsdistributienetbeheerder gepubliceerd.

§ 7

Als de controlemeting niet uitwijst of de klacht terecht is, kan de elektriciteitsdistributienetgebruiker de elektriciteitsdistributienetbeheerder een langdurige registratie (minstens 48 uur) van de spanning opleggen.

§ 8

Als die testen een afwijking aantonen ten opzichte van de eisen van de norm NBN EN 50160, worden de kosten voor de registratie gedragen door de elektriciteitsdistributienetbeheerder. Als de testen geen afwijking ten opzichte van de norm NBN EN 50160 aantonen, worden de kosten voor de registratie gedragen door de elektriciteitsdistributienetgebruiker. De kosten voor de registratie worden door de elektriciteitsdistributienetbeheerder gepubliceerd.

§ 9

Voor de vaststellingen, vermeld in § 7, kan eveneens een beroep gedaan worden op een geaccrediteerd controleorganisme of een derde partij die beide partijen met wederzijdse goedkeuring hebben aangewezen, en onder dezelfde voorwaarden van kostentoewijzing als vermeld in § 8.

Onderafdeling 4.
Implicaties wijziging elektriciteitsdistributienet


Art. 2.2.92. Aanpassing aansluiting n.a.v. wijziging distributienet

Onverminderd Art. 2.2.57 zijn bij wijziging aan het elektriciteitsdistributienet, behoudens anders vermeld in het aansluitingscontract, de kosten voor de vervanging van de aansluiting, die conform is aan het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties (AREI), door een standaardaansluiting met hetzelfde aansluitingsvermogen voor rekening van de elektriciteitsdistributienetbeheerder.
Bij wijziging aan het elektriciteitsdistributienet op laagspanning zijn de kosten voor aanpassingen van zowel de aansluiting als die delen van de installatie van de elektriciteitsdistributienetgebruiker, die conform zijn aan het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties (AREI), voor rekening van de elektriciteitsdistributienetbeheerder.