Hoofdstuk III.
Toegang tot het net


Afdeling 1.
Voorwaarden voor toegang tot het net voor de elektriciteitsdistributienetgebruiker


Art. 2.3.1. (Her)indienstname van een toegangspunt - voorwaarden voor verkrijgen van toegang en procedure

§ 1

Een nieuw of buiten dienst gesteld toegangspunt kan pas in dienst genomen worden als de volgende voorwaarden vervuld zijn:
de netgebruiker, de toegangshouder en de evenwichtsverantwoordelijke werden geregistreerd in het toegangsregister op het aan het toegangspunt gekoppelde allocatiepunt voor afname of, indien het een injectiepunt betreft, op het aan het toegangspunt gekoppelde allocatiepunt voor injectie.
de elektriciteitsdistributienetgebruiker aanvaardt de algemene aansluitingsvoorwaarden bij de offerte en neemt kennis van het aansluitingsreglement of sluit een aansluitingscontract met de elektriciteitsdistributienetbeheerder voor de aansluiting in kwestie;
In het geval de toegangshouder niet de elektriciteitsdistributienetgebruiker zelf is: er is een geldig energiecontract op het toegangspunt in kwestie waardoor de door de elektriciteitsdistributienetgebruiker aangewezen toegangshouder hierop toegang tot het net kan verkrijgen;
de aansluiting is conform de bepalingen van dit Reglement, met de van toepassing zijnde technische regelgeving en met de bepalingen van het aansluitingsreglement of het aansluitingscontract;
de installatie van de elektriciteitsdistributienetgebruiker voldoet aan de wettelijke verplichtingen en de aanvrager bezorgt de elektriciteitsdistributienetbeheerder daarvan het bewijs.

§ 2

Een elektriciteitsdistributienetgebruiker kan bij de elektriciteitsdistributienetbeheerder aanvragen om zijn toegangspunt in dienst te laten nemen. Om een afspraak te maken om de werken uit te voeren neemt hij via website, telefonisch, via e-mail of per brief contact op met de elektriciteitsdistributienetbeheerder, die nagaat of aan de voorwaarden, vermeld in § 1, voldaan is.

§ 3

Als voldaan is aan de voorwaarden, vermeld in § 1, en behoudens andersluidende bepalingen, spreken de elektriciteitsdistributienetgebruiker en elektriciteitsdistributienetbeheerder een datum af waarop de elektriciteitsdistributienetbeheerder het toegangspunt in dienst zal nemen. De afnemer kan eisen dat die datum binnen twee werkdagen ligt. De producent kan eisen dat die datum binnen twee weken ligt. In uitzonderlijke omstandigheden en na motivatie kan de elektriciteitsdistributienetbeheerder afwijken van die termijn.

§ 4

Op de datum van de afspraak neemt de elektriciteitsdistributienetbeheerder het toegangspunt in dienst. De wijziging in het toegangsregister gebeurt via een daartoe, door de in § 1 vermelde toegangshouder, ingediende aanvraag op die datum. Als bij het ter plaatse gaan conform de afspraak met de elektriciteitsdistributienetgebruiker, de elektriciteitsdistributienetbeheerder geen toegang heeft of krijgt tot de aansluiting en de meetinrichting, vervalt de aanvraag en wordt het toegangspunt niet in dienst genomen.

§ 5

Behoudens andersluidende bepaling zijn de kosten voor (her)indienstname van een toegangspunt voor rekening van de elektriciteitsdistributienetgebruiker.

Art. 2.3.2. Buitendienststelling van een toegangspunt

§ 1

Een elektriciteitsdistributienetgebruiker kan, rechtstreeks of via zijn toegangshouder, bij de elektriciteitsdistributienetbeheerder aanvragen om zijn toegangspunt buiten dienst te laten stellen. Om een afspraak te maken om de werken uit te voeren neemt hij contact op met de elektriciteitsdistributienetbeheerder per telefoon, via e-mail of per brief.

§ 2

Bij dat contact spreken de elektriciteitsdistributienetgebruiker en elektriciteitsdistributienetbeheerder een datum af waarop de elektriciteitsdistributienetbeheerder het toegangspunt buiten dienst zal stellen. De elektriciteitsdistributienetgebruiker kan eisen dat die datum binnen twee werkdagen ligt. In uitzonderlijke omstandigheden en na motivatie kan de elektriciteitsdistributienetbeheerder afwijken van die termijn.

§ 3

Op de datum van de afspraak stelt de elektriciteitsdistributienetbeheerder het toegangspunt buiten dienst. De wijziging in het toegangsregister gebeurt, indien de aanvraag van de elektriciteitsdistributienetgebruiker via de toegangshouder verliep via een daartoe door de toegangshouder ingediende aanvraag, om 00u00 lokale tijd op die datum. Als bij het ter plaatse gaan conform de afspraak met de elektriciteitsdistributienetgebruiker, de elektriciteitsdistributienetbeheerder geen toegang heeft of krijgt tot de aansluiting, vervalt de aanvraag en wordt het toegangspunt niet buiten dienst gesteld.

§ 4

Behoudens andersluidende bepaling zijn de kosten voor buitendienststelling van een toegangspunt voor rekening van de elektriciteitsdistributienetgebruiker.

Art. 2.3.3.

§ 1

De elektriciteitsdistributienetgebruiker die op het elektriciteitsdistributienet is aangesloten, heeft toegang tot het elektriciteitsdistributienet ter grootte van het toegangsvermogen. De elektriciteitsdistributienetbeheerder stelt al wat redelijkerwijs binnen zijn vermogen ligt in het werk om die toegang te verlenen.

§ 2

Als het toegangsvermogen niet vooraf werd vastgelegd, stelt de elektriciteitsdistributienetbeheerder al wat redelijkerwijs mogelijk geacht kan worden in het werk om toegang te verlenen ter grootte van het aansluitingsvermogen.

§ 3

Het door de elektriciteitsdistributienet gebruiker werkelijk afgenomen of geïnjecteerd vermogen mag in geen geval het aansluitingsvermogen, gespecificeerd in het aansluitingscontract, overschrijden. Als het schijnbaar vermogen niet gemeten wordt, wordt rekening gehouden met een arbeidsfactor (cos cp) van 0,9 op het geïnjecteerde of afgenomen vermogen. In geval van overschrijding komt de schade die hierdoor wordt veroorzaakt, voor rekening van de elektriciteitsdistributienetgebruiker.

§ 4

Een klacht over regelmatige problemen bij injectie kan schriftelijk ingediend worden bij de elektriciteitsdistributienetbeheerder.

§ 5

Op verzoek van de elektriciteitsdistributienetgebruiker informeert de elektriciteitsdistributienetbeheerder de elektriciteitsdistributienetgebruiker over de mogelijkheid en de voorwaarden om ter plaatse een onderzoek in te stellen.

§ 6

Op verzoek van de elektriciteitsdistributienetgebruiker worden de nodige metingen uitgevoerd ter controle van een klacht met betrekking tot het loskoppelen van de netontkoppelbeveiliging van een productie-eenheid. De elektriciteitsdistributienetgebruiker spreekt met de elektriciteitsdistributienetbeheerder een datum af waarop die meting moet worden uitgevoerd. De elektriciteitsdistributienetgebruiker kan eisen dat die meting binnen twintig werkdagen uitgevoerd wordt. In uitzonderlijke omstandigheden en na motivatie, kan de elektriciteitsdistributienetbeheerder van die termijn afwijken.

§ 7

Een rapport met de resultaten en conclusies van die meting wordt aan de elektriciteitsdistributienetgebruiker bezorgd binnen vijftien werkdagen na de uitvoering van de meting.

§ 8

Als de metingen aantonen dat de installatie van de elektriciteitsdistributienetgebruiker beantwoordt aan de technische voorschriften van de elektriciteitsdistributienetbeheerder en dit reglement, stelt de elektriciteitsdistributienetbeheerder een oplossing voor. Als die metingen een afwijking aantonen op de installatie van de elektriciteitsdistributienetgebruiker ten opzichte van de technische voorschriften van de elektriciteitsdistributienetbeheerder of dit reglement, kunnen de kosten voor de metingen aangerekend worden aan de elektriciteitsdistributienetgebruiker. Die kosten worden door de elektriciteitsdistributienetbeheerder gepubliceerd.

§ 9

Voor de vaststellingen, vermeld in § 8, kan op vraag van de elektriciteitsdistributienetgebruiker eveneens een beroep gedaan worden op een geaccrediteerd controleorganisme of een derde partij die de elektriciteitsdistributienetgebruiker en de elektriciteitsdistributienetbeheerder met wederzijdse goedkeuring hebben aangewezen en onder dezelfde voorwaarden van kostentoewijzing als vermeld in § 8.

Afdeling 2.
Geplande onderbrekingen van de toegang tot het net


Art. 2.3.4. Geplande onderbrekingen op midden- en hoogspanning

§ 1

De elektriciteitsdistributienetbeheerder heeft het recht om, na overleg met de betrokken elektriciteitsdistributienetgebruiker, de toegang tot het net op midden- of hoogspanning te onderbreken als de veiligheid, de betrouwbaarheid of de efficiëntie van het elektriciteitsdistributienet of de aansluiting werkzaamheden vereist aan het elektriciteitsdistributienet of de aansluiting.

§ 2

Behoudens in geval van een noodsituatie, uitzonderlijke uitbatingsomstandigheden of congestie brengt de elektriciteitsdistributienetbeheerder de elektriciteitsdistributienetgebruiker op midden- of hoogspanning, alsook de toegangshouders, minstens tien werkdagen vooraf op de hoogte van de start en de verwachte duur van een onderbreking.

Art. 2.3.5. Geplande onderbrekingen op laagspanning

§ 1

De elektriciteitsdistributienetbeheerder heeft het recht om de toegang op laagspanning te onderbreken als de veiligheid, de betrouwbaarheid of de efficiëntie van het elektriciteitsdistributienet of de aansluiting werkzaamheden vereist aan het elektriciteitsdistributienet of de aansluiting.

§ 2

Behoudens in geval vaneen noodsituatie en voor aanpassing van de tapstand van de transformator voor het bijregelen van de spanningshuishouding brengt de elektriciteitsdistributienetbeheerder de elektriciteitsdistributienetgebruiker op laagspanning, alsook de toegangshouders die daarom verzocht hebben, minstens vijf werkdagen vooraf op de hoogte van de start en de verwachte duur van een onderbreking.

Afdeling 3.
Ongeplande onderbrekingen van de toegang tot het net


Art. 2.3.6.
De elektriciteitsdistributienetbeheerder voorziet ten minste in een permanent telefonisch informatienummer waarop onderbrekingen kunnen worden gemeld en informatie over onderbrekingen kan worden verstrekt.

Art. 2.3.7.

§ 1

De elektriciteitsdistributienetbeheerder geeft in geval van ongeplande onderbrekingen van de toegang tot zijn net informatie via zijn website over de aard en de te verwachten duur ervan.

§ 2

Op verzoek van de elektriciteitsdistributienetgebruiker of de toegangshouder op het toegangspunt geeft de elektriciteitsdistributienetbeheerder binnen tien werkdagen een verklaring voor het ontstaan van de ongeplande onderbreking van de toegang.

Afdeling 4.
Onderbrekingen van de toegang tot het net ten gevolge van congestie


Art. 2.3.8.

§ 1

In geval van congestie brengt de elektriciteitsdistributienetbeheerder de elektriciteitsdistributienetgebruiker, alsook de toegangshouder, vooraf op de hoogte van de start, de vermoedelijke duur en de motivatie van de congestiebeperking. De elektriciteitsdistributienetbeheerder doet de aankondiging op de voorgaande kalenderdag, in de mate waarin dat de congestie de voorgaande kalenderdag reeds bekend is. Indien dit niet het geval is, doet de DNB de aankondiging ten laatste twee uur na het tijdstip waarop de congestie bekend is.

§ 2

In geval van congestie brengt de elektriciteitsdistributienetbeheerder de evenwichtsverantwoordelijke op de hoogte van de start en de vermoedelijke duur van de congestiebeperking. De elektriciteitsdistributienetbeheerder zal dit zo snel als mogelijk en maximum binnen het kwartier na de start van de congestiebeperking doen.

Afdeling 5.
Compensatie van netverliezen


Art. 2.3.9. Compensatie van netverliezen

In het kader van de levering van ondersteunende diensten compenseert de elektriciteitsdistributienetbeheerder de energieverliezen in zijn distributienet.

Afdeling 6.
Beëindiging of opschorting van toegang tot het net


Art. 2.3.10.

§ 1

De elektriciteitsdistributienetbeheerder heeft het recht om de toegang tot het net voor een elektriciteitsdistributienetgebruiker geheel of gedeeltelijk te beëindigen of op te schorten in de gevallen beschreven in art. 4.1.18 § 2 van het Energiedecreet.

§ 2

De voorwaarden voor toegang tot het net voor de elektriciteitsdistributienetgebruiker, als bedoeld in art. 4.1.18 § 2, derde lid van het Energiedecreet, zijn bepaald in Art. 2.3.1.

Art. 2.3.11.

§ 1

De elektriciteitsdistributienetbeheerder heeft het recht om de toegang tot zijn net voor de toegangshouder voor al diens toegangspunten te beëindigen in de gevallen beschreven in art. 4.1.18, § 2 van het Energiedecreet.

§ 2

De voorwaarden voor toegang tot het net voor de toegangshouder, als bedoeld in art. 4.1.18 § 2, derde lid van het Energiedecreet, zijn bepaald in Art. 4.2.2 van dit reglement.

Art. 2.3.12. Procedure ontzeggen toegang tot het net

§ 1

De elektriciteitsdistributienetbeheerder brengt de elektriciteitsdistributienetgebruiker of, als die niet bekend is, de eigenaar van de woning of de installatie schriftelijk op de hoogte van het feit dat hem de toegang tot het net ontzegd wordt vanaf de datum die de elektriciteitsdistributienetbeheerder heeft vastgesteld, conform de procedures in de reglementering.
Voorafgaand aan het ontzeggen van toegang tot het net in geval van een aanzienlijke overschrijding van het aansluitingsvermogen, gespecificeerd in het aansluitingscontract, brengt de elektriciteitsdistributienetbeheerder de elektriciteitsdistributienetgebruiker en eventueel de respectievelijke toegangshouder voor afname en injectie op het (de) allocatiepunt(en) van die overschrijding op de hoogte met een aangetekende brief. Tot het ontzeggen van toegang tot het net kan worden overgegaan als de elektriciteitsdistributienetgebruiker niet binnen een termijn van acht werkdagen na verzending van de aangetekende brief de overschrijding hersteld heeft of de nodige maatregelen nam om de overschrijding te herstellen.

§ 2

Als de elektriciteitsdistributienetgebruiker de toegang tot het net ontzegd wordt en dit niet automatisch gebeurt door de automaten in de aansluiting zelf, verleent de elektriciteitsdistributienetgebruiker (of, als die niet bekend is, de eigenaar van de woning of de installatie verbonden aan het toegangspunt) de elektriciteitsdistributienetbeheerder toegang tot de aansluitingsinstallatie op de vastgestelde datum.

§ 3

Als de elektriciteitsdistributienetbeheerder geen toegang krijgt tot de aansluitingsinstallatie op de hiervoor vastgestelde datum, neemt hij de nodige maatregelen om het toegangspunt alsnog buiten dienst te stellen.

§ 4

Tenzij het wettelijk of reglementair anders is geregeld, worden de kosten voor het buiten dienst stellen van het toegangspunt en van de mogelijke aanvullende maatregelen die de elektriciteitsdistributienetbeheerder daarbij moet nemen als hem geen spontane toegang werd verleend, gedragen door de elektriciteitsdistributienetgebruiker of, indien die niet gekend is, door de eigenaar van de woning of de installatie, verbonden aan het toegangspunt.

Art. 2.3.13. Informatieplicht inzake beëindiging op opschorting van toegang tot het net

De elektriciteitsdistributienetbeheerder brengt de betrokken toegangshouders op de hoogte van de gehele of gedeeltelijke ontzegging van de toegang tot het net, en van de reden hiervan.

Afdeling 7.
Toegang tot andere netten


Art. 2.3.14.
De elektriciteitsdistributienetbeheerder is ten opzichte van de toegangshouder verantwoordelijk voor de toegang tot de netten waarmee zijn elektriciteitsdistributienet gekoppeld is.

Afdeling 8.
Specifieke voorschriften voor toegang tot het net op midden- en hoogspanning


Onderafdeling 1.
Toegangsprogramma's


Art. 2.3.15.

§ 1

Als de elektriciteitsdistributienetbeheerder het nodig acht, kan hij op bepaalde toegangspunten volgens de grootte van het afgenomen of geïnjecteerd vermogen, of op basis van andere objectieve en niet-discriminerende criteria, dagelijks een toegangsprogramma eisen van de toegangshouder, alvorens toegang tot het elektriciteitsdistributienet te verlenen. Ook kan hij voor die toegangspunten jaarlijks vooruitzichten eisen van die partij.

§ 2

Als de toegangshouder voorziet dat het werkelijke afname- of injectieprofiel sterk zal afwijken van het opgegeven toegangsprogramma of de meegedeelde vooruitzichten, brengt hij de elektriciteitsdistributienetbeheerder daarvan onverwijld op de hoogte.

Onderafdeling 2.
Afname van reactieve energie


Art. 2.3.16.
De elektriciteitsdistributienetbeheerder kent aan de toegangshouder per tijdsinterval een hoeveelheid reactieve energie toe per allocatiepunt waarop het toegangscontract betrekking heeft.

Art. 2.3.17.
De hoeveelheden met betrekking tot de werking in inductief en capacitief regime worden afzonderlijk opgemeten en worden onderling niet gecompenseerd.

Art. 2.3.18.

§ 1

De partij, vermeld in Art. 2.3.16 geniet per tijdsinterval een afnamerecht op een forfaitaire hoeveelheid reactieve energie, in inductief en capacitief regime.

§ 2

Onder voorbehoud van de bepalingen van § 3 is die forfaitaire hoeveelheid reactieve energie per tijdsinterval gelijk aan 32,9 % van de hoeveelheid actieve energie, afgenomen op het allocatiepunt tijdens dat tijdsinterval voor een afname op een spanning groter dan of gelijk aan 30 kV of via een rechtstreekse aansluiting op een transformatiepost die het elektriciteitsdistributienet op hoogspanning voedt, en 48,4 % van de hoeveelheid actieve energie, afgenomen op het allocatiepunt tijdens dat tijdsinterval in alle andere gevallen.

§ 3

Die forfaitaire hoeveelheid reactieve energie per tijdsinterval mag niet lager zijn dan 3,29 %, respectievelijk 4,84 % van de hoeveelheid actieve energie die conform is met de looptijd van het tijdsinterval, vermenigvuldigd met het door de in Art. 2.3.16 vermelde partij op het betrokken allocatiepunt ter beschikking gesteld toegangsvermogen.

§ 4

Het positieve verschil tussen de hoeveelheid in inductief regime en de forfaitaire hoeveelheid, toegewezen overeenkomstig deze afdeling, komt voor rekening van de partij, vermeld in Art. 2.3.16, volgens het overeenkomstige tarief.

§ 5

Het positieve verschil tussen de hoeveelheid in capacitief regime en de forfaitaire hoeveelheid, toegewezen overeenkomstig deze afdeling, komt voor rekening van de partij, vermeld in Art. 2.3.16, volgens het overeenkomstige tarief.

§ 6

Voor de toepassing van deze afdeling is het desbetreffende tijdsinterval hetzij een kwartier, hetzij een maand, zoals vastgesteld door de elektriciteitsdistributienetbeheerder en vermeld in het toegangscontract.

Onderafdeling 3.
Congestiebeheer


Art. 2.3.19.

§ 1

De elektriciteitsdistributienetbeheerder neemt de nodige maatregelen om op een veilige, betrouwbare en efficiënte wijze de elektriciteitsstromen op het elektriciteitsdistributienet te beheren. [...]

§ 2

Bij het voorbereiden van de exploitatie laten de maatregelen, vermeld in § 1, onder meer toe:
in overleg met en via de transmissienetbeheerder de regeling van de productie-eenheden te coördineren;
de onderbreking of beperking van de afname door een elektriciteitsdistributienetgebruiker te voorzien in geval die aan het congestiebeheer deelneemt;
een noodsituatie in te roepen overeenkomstig Art. 1.5.1

§ 3

Bij de exploitatie van het elektriciteitsdistributienet door de elektriciteitsdistributienetbeheerder laten de maatregelen, vermeld in § 1, onder meer toe:
de regeling van de productie-eenheden te coördineren;
indien noodzakelijk, de afname van een elektriciteitsdistributienetgebruiker te onderbreken of beperken in geval die aan het congestiebeheer deelneemt;
een noodsituatie in te roepen overeenkomstig Art. 1.5.1.
Indien de maatregelen geïnitieerd worden of impact hebben bij een andere netbeheerder, plegen de netbeheerders vooraf overleg met elkaar.

Art. 2.3.20.

§ 1

De modaliteiten voor de onderbreking of beperking van de afname resp. de regeling van de productie-eenheden, vermeld in Art. 2.3.19 worden contractueel overeengekomen tussen de elektriciteitsdistributienetbeheerderen de elektriciteitsdistributienetgebruikerof detoegangshouder.

§ 2

Als de modaliteiten met de toegangshouder werden vastgelegd, levert die het bewijs aan de elektriciteitsdistributienetbeheerder dat hij die vermogensonderbreking of -beperking op het toegangspunt kan mobiliseren. De elektriciteitsdistributienetbeheerder beoordeelt de geldigheid van die mobilisatie op transparante en niet-discriminerende basis.

§ 3

De elektriciteitsdistributienetbeheerder brengt de evenwichtsverantwoordelijke zo snel als mogelijk op de hoogte van de start en de ingeschatte duur voor de onderbreking of beperking van de afname respectievelijk de regeling van de productie-eenheden uit Art. 2.3.19.

Afdeling 9.
Flexibiliteit en ondersteunende diensten


Art. 2.3.21. Flexibiliteit op het elektriciteitsdistributienet

§ 1

De elektriciteitsdistributienetbeheerder bepaalt in een document voor welke elektriciteitsdistributienetgebruikers, en op welke vormen van flexibiliteit, de hierna volgende bepalingen uit § 2-5 van dit artikel van toepassing zijn.
Daarbij worden tevens de technische en/of economische redenen daarvoor vermeld. Met betrekking tot flexibiliteit waarbij het extern signaal een dynamisch prijssignaal is, moeten deze technische en/of economische redenen aangetoond worden via een simulatiestudie.

§ 2

De elektriciteitsdistributienetbeheerder kan de levering van flexibiliteit tijdelijk beperken als de levering de operationele veiligheid van zijn elektriciteitsdistributienet in het gedrang brengt. De netbeheerder legt de technische criteria vast waaraan voldaan moet zijn opdat sprake kan zijn van het in het gedrang komen van de operationele veiligheid van het elektriciteitsdistributienet. Deze criteria moeten openbaar zijn.

§ 3

De beperking van de levering van flexibiliteit, vermeld in voorgaande paragraaf, geldt enkel onder volgende voorwaarden:
de beperking geldt voor afgebakende tijdsvensters, die regelmatig geëvalueerd worden;
de beperking wordt toegepast op grond van een niet-discriminatoire en transparante procedure;
de elektriciteitsdistributienetbeheerder moet de motivering van de beperking meedelen aan de dienstverlener van flexibiliteit en de netgebruiker.

§ 4

De dienstverlener van flexibiliteit, actief op een toegangspunt, sluit een overeenkomst met de elektriciteitsdistributienetbeheerder.
De overeenkomst, vermeld in het eerste lid, bepaalt onder meer:
de procedure die de elektriciteitsdistributienetbeheerder toepast op de kwalificatie van het toegangspunt of allocatiepunt;
de informatie die de dienstverlener van flexibiliteit ter beschikking moet stellen van de elektriciteitsdistributienetbeheerdervoor de netanalyse en na de levering van de diensten;
de wijze waarop de elektriciteitsdistributienetbeheerder de meetgegevens en/of andere data zal overmaken, indien van toepassing;
de respectievelijke aansprakelijkheden.

§ 5

Op verzoek van de dienstverlener van flexibiliteit, actief op een toegangspunt, bezorgt de elektriciteitsdistributienetbeheerder hem de nodige meetgegevens, conform de bepalingen die van toepassing zijn op het ter beschikking stellen van gegevens aan de dienstverlener van flexibiliteit.

§ 6

Dienstverleners van flexibiliteit die frequentiebegrenzingsreseve (ook wel FCR of primaire reserve genoemd) leveren, zijn niet onderhevig aan § 4 en § 5, maar zij moeten de elektriciteitsdistributienetbeheerder wel op voorhand kennisgeven van de toegangspunten of allocatiepunten waarop zij frequentiebegrenzingsreserve leveren.
De elektriciteitsdistributienetbeheerder kan de flexibiliteit van frequentiebegrenzingsreserve tijdelijk beperken zoals bepaald in § 2, onder de voorwaarden vermeld in § 3. De distributienetbeheerder stelt de procedure hiervoor vast.

§ 7

Het document uit § 1, de criteria uit § 2, de modelovereenkomsten uit § 4, de procedure uit § 6 en alle andere relevante moeten ter goedkeuring voorgelegd worden aan de VREG, worden publiek geconsulteerd en zijn openbaar raadpleegbaar.

Art. 2.3.22. Ondersteunende diensten

§ 1

Een elektriciteitsdistributienetgebruiker voorzien van een meetinrichting die het gebruiksprofiel registreert kan ondersteunende diensten aanbieden aan de elektriciteitsdistributienetbeheerder of de transmissienetbeheerder.

§ 2

De ondersteunende diensten aangeboden aan de elektriciteitsdistributienetbeheerder voldoen aan de technische specificaties die door hem worden bepaald, en ter goedkeuring voorgelegd worden aan de VREG.

§ 3

De ondersteunende diensten aangeboden aan de transmissienetbeheerder voldoen aan de desbetreffende bepalingen van het Technisch Reglement Transmissie.

§ 4

De elektriciteitsdistributienetbeheerder verleent aan de transmissienetbeheerder de nodige bijstand bij de controle op de beschikbaarheid en de levering van de ondersteunende diensten aan de transmissienetbeheerder.