Afdeling 1.
Voorwaarden voor toegang tot het net voor de elektriciteitsdistributienetgebruiker


Art. 2.3.1. (Her)indienstname van een toegangspunt - voorwaarden voor verkrijgen van toegang en procedure

§ 1

Een nieuw of buiten dienst gesteld toegangspunt kan pas in dienst genomen worden als de volgende voorwaarden vervuld zijn:
de netgebruiker, de toegangshouder en de evenwichtsverantwoordelijke werden geregistreerd in het toegangsregister op het aan het toegangspunt gekoppelde allocatiepunt voor afname of, indien het een injectiepunt betreft, op het aan het toegangspunt gekoppelde allocatiepunt voor injectie.
de elektriciteitsdistributienetgebruiker aanvaardt de algemene aansluitingsvoorwaarden bij de offerte en neemt kennis van het aansluitingsreglement of sluit een aansluitingscontract met de elektriciteitsdistributienetbeheerder voor de aansluiting in kwestie;
In het geval de toegangshouder niet de elektriciteitsdistributienetgebruiker zelf is: er is een geldig energiecontract op het toegangspunt in kwestie waardoor de door de elektriciteitsdistributienetgebruiker aangewezen toegangshouder hierop toegang tot het net kan verkrijgen;
de aansluiting is conform de bepalingen van dit Reglement, met de van toepassing zijnde technische regelgeving en met de bepalingen van het aansluitingsreglement of het aansluitingscontract;
de installatie van de elektriciteitsdistributienetgebruiker voldoet aan de wettelijke verplichtingen en de aanvrager bezorgt de elektriciteitsdistributienetbeheerder daarvan het bewijs.

§ 2

Een elektriciteitsdistributienetgebruiker kan bij de elektriciteitsdistributienetbeheerder aanvragen om zijn toegangspunt in dienst te laten nemen. Om een afspraak te maken om de werken uit te voeren neemt hij via website, telefonisch, via e-mail of per brief contact op met de elektriciteitsdistributienetbeheerder, die nagaat of aan de voorwaarden, vermeld in § 1, voldaan is.

§ 3

Als voldaan is aan de voorwaarden, vermeld in § 1, en behoudens andersluidende bepalingen, spreken de elektriciteitsdistributienetgebruiker en elektriciteitsdistributienetbeheerder een datum af waarop de elektriciteitsdistributienetbeheerder het toegangspunt in dienst zal nemen. De afnemer kan eisen dat die datum binnen twee werkdagen ligt. De producent kan eisen dat die datum binnen twee weken ligt. In uitzonderlijke omstandigheden en na motivatie kan de elektriciteitsdistributienetbeheerder afwijken van die termijn.

§ 4

Op de datum van de afspraak neemt de elektriciteitsdistributienetbeheerder het toegangspunt in dienst. De wijziging in het toegangsregister gebeurt via een daartoe, door de in § 1 vermelde toegangshouder, ingediende aanvraag op die datum. Als bij het ter plaatse gaan conform de afspraak met de elektriciteitsdistributienetgebruiker, de elektriciteitsdistributienetbeheerder geen toegang heeft of krijgt tot de aansluiting en de meetinrichting, vervalt de aanvraag en wordt het toegangspunt niet in dienst genomen.

§ 5

Behoudens andersluidende bepaling zijn de kosten voor (her)indienstname van een toegangspunt voor rekening van de elektriciteitsdistributienetgebruiker.

Art. 2.3.2. Buitendienststelling van een toegangspunt

§ 1

Een elektriciteitsdistributienetgebruiker kan, rechtstreeks of via zijn toegangshouder, bij de elektriciteitsdistributienetbeheerder aanvragen om zijn toegangspunt buiten dienst te laten stellen. Om een afspraak te maken om de werken uit te voeren neemt hij contact op met de elektriciteitsdistributienetbeheerder per telefoon, via e-mail of per brief.

§ 2

Bij dat contact spreken de elektriciteitsdistributienetgebruiker en elektriciteitsdistributienetbeheerder een datum af waarop de elektriciteitsdistributienetbeheerder het toegangspunt buiten dienst zal stellen. De elektriciteitsdistributienetgebruiker kan eisen dat die datum binnen twee werkdagen ligt. In uitzonderlijke omstandigheden en na motivatie kan de elektriciteitsdistributienetbeheerder afwijken van die termijn.

§ 3

Op de datum van de afspraak stelt de elektriciteitsdistributienetbeheerder het toegangspunt buiten dienst. De wijziging in het toegangsregister gebeurt, indien de aanvraag van de elektriciteitsdistributienetgebruiker via de toegangshouder verliep via een daartoe door de toegangshouder ingediende aanvraag, om 00u00 lokale tijd op die datum. Als bij het ter plaatse gaan conform de afspraak met de elektriciteitsdistributienetgebruiker, de elektriciteitsdistributienetbeheerder geen toegang heeft of krijgt tot de aansluiting, vervalt de aanvraag en wordt het toegangspunt niet buiten dienst gesteld.

§ 4

Behoudens andersluidende bepaling zijn de kosten voor buitendienststelling van een toegangspunt voor rekening van de elektriciteitsdistributienetgebruiker.

Art. 2.3.3.

§ 1

De elektriciteitsdistributienetgebruiker die op het elektriciteitsdistributienet is aangesloten, heeft toegang tot het elektriciteitsdistributienet ter grootte van het toegangsvermogen. De elektriciteitsdistributienetbeheerder stelt al wat redelijkerwijs binnen zijn vermogen ligt in het werk om die toegang te verlenen.

§ 2

Als het toegangsvermogen niet vooraf werd vastgelegd, stelt de elektriciteitsdistributienetbeheerder al wat redelijkerwijs mogelijk geacht kan worden in het werk om toegang te verlenen ter grootte van het aansluitingsvermogen.

§ 3

Het door de elektriciteitsdistributienet gebruiker werkelijk afgenomen of geïnjecteerd vermogen mag in geen geval het aansluitingsvermogen, gespecificeerd in het aansluitingscontract, overschrijden. Als het schijnbaar vermogen niet gemeten wordt, wordt rekening gehouden met een arbeidsfactor (cos cp) van 0,9 op het geïnjecteerde of afgenomen vermogen. In geval van overschrijding komt de schade die hierdoor wordt veroorzaakt, voor rekening van de elektriciteitsdistributienetgebruiker.

§ 4

Een klacht over regelmatige problemen bij injectie kan schriftelijk ingediend worden bij de elektriciteitsdistributienetbeheerder.

§ 5

Op verzoek van de elektriciteitsdistributienetgebruiker informeert de elektriciteitsdistributienetbeheerder de elektriciteitsdistributienetgebruiker over de mogelijkheid en de voorwaarden om ter plaatse een onderzoek in te stellen.

§ 6

Op verzoek van de elektriciteitsdistributienetgebruiker worden de nodige metingen uitgevoerd ter controle van een klacht met betrekking tot het loskoppelen van de netontkoppelbeveiliging van een productie-eenheid. De elektriciteitsdistributienetgebruiker spreekt met de elektriciteitsdistributienetbeheerder een datum af waarop die meting moet worden uitgevoerd. De elektriciteitsdistributienetgebruiker kan eisen dat die meting binnen twintig werkdagen uitgevoerd wordt. In uitzonderlijke omstandigheden en na motivatie, kan de elektriciteitsdistributienetbeheerder van die termijn afwijken.

§ 7

Een rapport met de resultaten en conclusies van die meting wordt aan de elektriciteitsdistributienetgebruiker bezorgd binnen vijftien werkdagen na de uitvoering van de meting.

§ 8

Als de metingen aantonen dat de installatie van de elektriciteitsdistributienetgebruiker beantwoordt aan de technische voorschriften van de elektriciteitsdistributienetbeheerder en dit reglement, stelt de elektriciteitsdistributienetbeheerder een oplossing voor. Als die metingen een afwijking aantonen op de installatie van de elektriciteitsdistributienetgebruiker ten opzichte van de technische voorschriften van de elektriciteitsdistributienetbeheerder of dit reglement, kunnen de kosten voor de metingen aangerekend worden aan de elektriciteitsdistributienetgebruiker. Die kosten worden door de elektriciteitsdistributienetbeheerder gepubliceerd.

§ 9

Voor de vaststellingen, vermeld in § 8, kan op vraag van de elektriciteitsdistributienetgebruiker eveneens een beroep gedaan worden op een geaccrediteerd controleorganisme of een derde partij die de elektriciteitsdistributienetgebruiker en de elektriciteitsdistributienetbeheerder met wederzijdse goedkeuring hebben aangewezen en onder dezelfde voorwaarden van kostentoewijzing als vermeld in § 8.