Art. 2.3.2. Buitendienststelling van een toegangspunt

1

Een elektriciteitsdistributienetgebruiker kan, rechtstreeks of via zijn toegangshouder, bij de elektriciteitsdistributienetbeheerder aanvragen om zijn toegangspunt buiten dienst te laten stellen. Om een afspraak te maken om de werken uit te voeren neemt hij contact op met de elektriciteitsdistributienetbeheerder per telefoon, via e-mail of per brief.

2

Bij dat contact spreken de elektriciteitsdistributienetgebruiker en elektriciteitsdistributienetbeheerder een datum af waarop de elektriciteitsdistributienetbeheerder het toegangspunt buiten dienst zal stellen. De elektriciteitsdistributienetgebruiker kan eisen dat die datum binnen twee werkdagen ligt. In uitzonderlijke omstandigheden en na motivatie kan de elektriciteitsdistributienetbeheerder afwijken van die termijn.

3

Op de datum van de afspraak stelt de elektriciteitsdistributienetbeheerder het toegangspunt buiten dienst. De wijziging in het toegangsregister gebeurt, indien de aanvraag van de elektriciteitsdistributienetgebruiker via de toegangshouder verliep via een daartoe door de toegangshouder ingediende aanvraag, om 00u00 lokale tijd op die datum. Als bij het ter plaatse gaan conform de afspraak met de elektriciteitsdistributienetgebruiker, de elektriciteitsdistributienetbeheerder geen toegang heeft of krijgt tot de aansluiting, vervalt de aanvraag en wordt het toegangspunt niet buiten dienst gesteld.

4

Behoudens andersluidende bepaling zijn de kosten voor buitendienststelling van een toegangspunt voor rekening van de elektriciteitsdistributienetgebruiker.