Art. 2.3.3.

§ 1

De elektriciteitsdistributienetgebruiker die op het elektriciteitsdistributienet is aangesloten, heeft toegang tot het elektriciteitsdistributienet ter grootte van het toegangsvermogen. De elektriciteitsdistributienetbeheerder stelt al wat redelijkerwijs binnen zijn vermogen ligt in het werk om die toegang te verlenen.

§ 2

Als het toegangsvermogen niet vooraf werd vastgelegd, stelt de elektriciteitsdistributienetbeheerder al wat redelijkerwijs mogelijk geacht kan worden in het werk om toegang te verlenen ter grootte van het aansluitingsvermogen.

§ 3

Het door de elektriciteitsdistributienet gebruiker werkelijk afgenomen of geïnjecteerd vermogen mag in geen geval het aansluitingsvermogen, gespecificeerd in het aansluitingscontract, overschrijden. Als het schijnbaar vermogen niet gemeten wordt, wordt rekening gehouden met een arbeidsfactor (cos cp) van 0,9 op het geïnjecteerde of afgenomen vermogen. In geval van overschrijding komt de schade die hierdoor wordt veroorzaakt, voor rekening van de elektriciteitsdistributienetgebruiker.

§ 4

Een klacht over regelmatige problemen bij injectie kan schriftelijk ingediend worden bij de elektriciteitsdistributienetbeheerder.

§ 5

Op verzoek van de elektriciteitsdistributienetgebruiker informeert de elektriciteitsdistributienetbeheerder de elektriciteitsdistributienetgebruiker over de mogelijkheid en de voorwaarden om ter plaatse een onderzoek in te stellen.

§ 6

Op verzoek van de elektriciteitsdistributienetgebruiker worden de nodige metingen uitgevoerd ter controle van een klacht met betrekking tot het loskoppelen van de netontkoppelbeveiliging van een productie-eenheid. De elektriciteitsdistributienetgebruiker spreekt met de elektriciteitsdistributienetbeheerder een datum af waarop die meting moet worden uitgevoerd. De elektriciteitsdistributienetgebruiker kan eisen dat die meting binnen twintig werkdagen uitgevoerd wordt. In uitzonderlijke omstandigheden en na motivatie, kan de elektriciteitsdistributienetbeheerder van die termijn afwijken.

§ 7

Een rapport met de resultaten en conclusies van die meting wordt aan de elektriciteitsdistributienetgebruiker bezorgd binnen vijftien werkdagen na de uitvoering van de meting.

§ 8

Als de metingen aantonen dat de installatie van de elektriciteitsdistributienetgebruiker beantwoordt aan de technische voorschriften van de elektriciteitsdistributienetbeheerder en dit reglement, stelt de elektriciteitsdistributienetbeheerder een oplossing voor. Als die metingen een afwijking aantonen op de installatie van de elektriciteitsdistributienetgebruiker ten opzichte van de technische voorschriften van de elektriciteitsdistributienetbeheerder of dit reglement, kunnen de kosten voor de metingen aangerekend worden aan de elektriciteitsdistributienetgebruiker. Die kosten worden door de elektriciteitsdistributienetbeheerder gepubliceerd.

§ 9

Voor de vaststellingen, vermeld in § 8, kan op vraag van de elektriciteitsdistributienetgebruiker eveneens een beroep gedaan worden op een geaccrediteerd controleorganisme of een derde partij die de elektriciteitsdistributienetgebruiker en de elektriciteitsdistributienetbeheerder met wederzijdse goedkeuring hebben aangewezen en onder dezelfde voorwaarden van kostentoewijzing als vermeld in § 8.