Afdeling 6.
Beëindiging of opschorting van toegang tot het net


Art. 2.3.10.

§ 1

De elektriciteitsdistributienetbeheerder heeft het recht om de toegang tot het net voor een elektriciteitsdistributienetgebruiker geheel of gedeeltelijk te beëindigen of op te schorten in de gevallen beschreven in art. 4.1.18 § 2 van het Energiedecreet.

§ 2

De voorwaarden voor toegang tot het net voor de elektriciteitsdistributienetgebruiker, als bedoeld in art. 4.1.18 § 2, derde lid van het Energiedecreet, zijn bepaald in Art. 2.3.1.

Art. 2.3.11.

§ 1

De elektriciteitsdistributienetbeheerder heeft het recht om de toegang tot zijn net voor de toegangshouder voor al diens toegangspunten te beëindigen in de gevallen beschreven in art. 4.1.18, § 2 van het Energiedecreet.

§ 2

De voorwaarden voor toegang tot het net voor de toegangshouder, als bedoeld in art. 4.1.18 § 2, derde lid van het Energiedecreet, zijn bepaald in Art. 4.2.2 van dit reglement.

Art. 2.3.12. Procedure ontzeggen toegang tot het net

§ 1

De elektriciteitsdistributienetbeheerder brengt de elektriciteitsdistributienetgebruiker of, als die niet bekend is, de eigenaar van de woning of de installatie schriftelijk op de hoogte van het feit dat hem de toegang tot het net ontzegd wordt vanaf de datum die de elektriciteitsdistributienetbeheerder heeft vastgesteld, conform de procedures in de reglementering.
Voorafgaand aan het ontzeggen van toegang tot het net in geval van een aanzienlijke overschrijding van het aansluitingsvermogen, gespecificeerd in het aansluitingscontract, brengt de elektriciteitsdistributienetbeheerder de elektriciteitsdistributienetgebruiker en eventueel de respectievelijke toegangshouder voor afname en injectie op het (de) allocatiepunt(en) van die overschrijding op de hoogte met een aangetekende brief. Tot het ontzeggen van toegang tot het net kan worden overgegaan als de elektriciteitsdistributienetgebruiker niet binnen een termijn van acht werkdagen na verzending van de aangetekende brief de overschrijding hersteld heeft of de nodige maatregelen nam om de overschrijding te herstellen.

§ 2

Als de elektriciteitsdistributienetgebruiker de toegang tot het net ontzegd wordt en dit niet automatisch gebeurt door de automaten in de aansluiting zelf, verleent de elektriciteitsdistributienetgebruiker (of, als die niet bekend is, de eigenaar van de woning of de installatie verbonden aan het toegangspunt) de elektriciteitsdistributienetbeheerder toegang tot de aansluitingsinstallatie op de vastgestelde datum.

§ 3

Als de elektriciteitsdistributienetbeheerder geen toegang krijgt tot de aansluitingsinstallatie op de hiervoor vastgestelde datum, neemt hij de nodige maatregelen om het toegangspunt alsnog buiten dienst te stellen.

§ 4

Tenzij het wettelijk of reglementair anders is geregeld, worden de kosten voor het buiten dienst stellen van het toegangspunt en van de mogelijke aanvullende maatregelen die de elektriciteitsdistributienetbeheerder daarbij moet nemen als hem geen spontane toegang werd verleend, gedragen door de elektriciteitsdistributienetgebruiker of, indien die niet gekend is, door de eigenaar van de woning of de installatie, verbonden aan het toegangspunt.

Art. 2.3.13. Informatieplicht inzake beëindiging op opschorting van toegang tot het net

De elektriciteitsdistributienetbeheerder brengt de betrokken toegangshouders op de hoogte van de gehele of gedeeltelijke ontzegging van de toegang tot het net, en van de reden hiervan.