Onderafdeling 3.
Congestiebeheer


Art. 2.3.19.

§ 1

De elektriciteitsdistributienetbeheerder neemt de nodige maatregelen om op een veilige, betrouwbare en efficiënte wijze de elektriciteitsstromen op het elektriciteitsdistributienet te beheren. [...]

§ 2

Bij het voorbereiden van de exploitatie laten de maatregelen, vermeld in § 1, onder meer toe:
in overleg met en via de transmissienetbeheerder de regeling van de productie-eenheden te coördineren;
de onderbreking of beperking van de afname door een elektriciteitsdistributienetgebruiker te voorzien in geval die aan het congestiebeheer deelneemt;
een noodsituatie in te roepen overeenkomstig Art. 1.5.1

§ 3

Bij de exploitatie van het elektriciteitsdistributienet door de elektriciteitsdistributienetbeheerder laten de maatregelen, vermeld in § 1, onder meer toe:
de regeling van de productie-eenheden te coördineren;
indien noodzakelijk, de afname van een elektriciteitsdistributienetgebruiker te onderbreken of beperken in geval die aan het congestiebeheer deelneemt;
een noodsituatie in te roepen overeenkomstig Art. 1.5.1.
Indien de maatregelen geïnitieerd worden of impact hebben bij een andere netbeheerder, plegen de netbeheerders vooraf overleg met elkaar.

Art. 2.3.20.

§ 1

De modaliteiten voor de onderbreking of beperking van de afname resp. de regeling van de productie-eenheden, vermeld in Art. 2.3.19 worden contractueel overeengekomen tussen de elektriciteitsdistributienetbeheerderen de elektriciteitsdistributienetgebruikerof detoegangshouder.

§ 2

Als de modaliteiten met de toegangshouder werden vastgelegd, levert die het bewijs aan de elektriciteitsdistributienetbeheerder dat hij die vermogensonderbreking of -beperking op het toegangspunt kan mobiliseren. De elektriciteitsdistributienetbeheerder beoordeelt de geldigheid van die mobilisatie op transparante en niet-discriminerende basis.

§ 3

De elektriciteitsdistributienetbeheerder brengt de evenwichtsverantwoordelijke zo snel als mogelijk op de hoogte van de start en de ingeschatte duur voor de onderbreking of beperking van de afname respectievelijk de regeling van de productie-eenheden uit Art. 2.3.19.