Art. 2.3.19.

§ 1

De elektriciteitsdistributienetbeheerder neemt de nodige maatregelen om op een veilige, betrouwbare en efficiënte wijze de elektriciteitsstromen op het elektriciteitsdistributienet te beheren. [...]

§ 2

Bij het voorbereiden van de exploitatie laten de maatregelen, vermeld in § 1, onder meer toe:
in overleg met en via de transmissienetbeheerder de regeling van de productie-eenheden te coördineren;
de onderbreking of beperking van de afname door een elektriciteitsdistributienetgebruiker te voorzien in geval die aan het congestiebeheer deelneemt;
een noodsituatie in te roepen overeenkomstig Art. 1.5.1

§ 3

Bij de exploitatie van het elektriciteitsdistributienet door de elektriciteitsdistributienetbeheerder laten de maatregelen, vermeld in § 1, onder meer toe:
de regeling van de productie-eenheden te coördineren;
indien noodzakelijk, de afname van een elektriciteitsdistributienetgebruiker te onderbreken of beperken in geval die aan het congestiebeheer deelneemt;
een noodsituatie in te roepen overeenkomstig Art. 1.5.1.
Indien de maatregelen geïnitieerd worden of impact hebben bij een andere netbeheerder, plegen de netbeheerders vooraf overleg met elkaar.