Art. 3.1.4.

ž 1

Een meetinrichting kan onder meer bestaan uit al dan niet ge´ntegreerde combinaties van:
stroomtransformatoren;
spanningstransformatoren;
meters;
dataloggers;
communicatie-uitrusting, met inbegrip van ontvangsttoestellen die gebruikt worden voor tariefomschakeling;
kast - klemmen - bedrading - beveiliging.

ž 2

Op de toegangspunten van nieuwe aansluitingen of bestaande aansluitingen waarop een verzwaring wordt uitgevoerd, met een toegangsvermogen voor afname groter dan of gelijk aan 56ákVA, plaatst de distributienetbeheerder een grootverbruiksmeetinrichting voor het meten van de afgenomen en/of ge´njecteerde actieve energie.
Op de toegangspunten van aansluitingen waarvoor het gemiddelde van het afgenomen of ge´njecteerde maximumkwartiervermogen op maandbasis, bepaald over een periode van twaalf opeenvolgende maanden, minstens 56ákVA bedraagt, plaatst de distributienetbeheerder eveneens een grootverbruiksmeetinrichting.
De grootverbruiksmeetinrichting moet de standaard allocatiepuntconfiguratie, zoals bepaald in Art. 4.2.12, ondersteunen.

ž 3

Op de toegangspunten met een toegangsvermogen voor afname kleiner dan 56ákVA en met een toegangsvermogen voor injectie kleiner dan of gelijk aan 10ákVA plaatst de distributienetbeheerder een kleinverbruiksmeetinrichting voor het meten van de afgenomen en/of ge´njecteerde actieve energie. De kleinverbruiksmeetinrichting moet de standaard allocatiepuntconfiguratie, zoals bepaald in Art 4.2.13, ondersteunen.

ž 4

Op de toegangspunten van nieuwe aansluitingen of bestaande aansluitingen waarop een verzwaring wordt uitgevoerd, met een toegangsvermogen voor afname kleiner dan 56ákVA en met een toegangsvermogen voor injectie groter dan 10ákVA, plaatst de distributienetbeheerder een meetinrichting die de standaard allocatiepuntconfiguratie, zoals bepaald in Art. 4.2.12 ondersteund.

ž 5

De netbeheerder zal, op vraag en voor rekening van de netgebruiker en mits technisch mogelijk de meetinrichting aanpassen om een afwijking van de standaard allocatiepuntconfiguratie mogelijk te maken.

ž 6

De netbeheerder zal, op vraag en voor rekening van de netgebruiker en mits technisch mogelijk, de meetinrichting aanpassen om het aanbod van diensten door de elektriciteitsdistributienetbeheerder aan de partijen geregistreerd op allocatiepunten en datadienstenpunten, te verruimen.