Afdeling 2.
Aangeboden diensten en allocatiepuntconfiguratie


Art. 4.2.11. Aanbod van diensten op een allocatiepunt

§ 1

De elektriciteitsdistributienetbeheerder geeft een overzicht aan de toegangshouder van de diensten die hij op het allocatiepunt kan leveren.

§ 2

Het aanbod van diensten op een allocatiepunt wordt bepaald door de mogelijke combinaties van meetgegevens, gemeten door de aanwezige meetinrichting.

§ 3

De toegangshouder maakt een keuze uit de aangeboden diensten.

§ 4

Elke dienst die mogelijk aangeboden wordt is onderworpen aan een voorafgaandelijke goedkeuring door de VREG.

§ 5

De elektriciteitsdistributienetbeheerder biedt minimaal die diensten aan die de toegangshouder in staat stellen zijn verplichtingen in of krachtens het Energiedecreet ten aanzien van een elektriciteitsdistributienetgebruiker na te komen.

Art. 4.2.12. Standaard allocatiepuntconfiguratie bij een grootverbruiksmeetinrichting

§ 1

Op een allocatiepunt verbonden aan een toegangspunt met een grootverbruiksmeetinrichting of een toegangspunt met een toegangsvermogen voor injectie groter dan 10 kVA, bestaat de allocatiepuntconfiguratie, in geval van nieuwe aansluitingen en wijzigingen aan bestaande aansluitingen, standaard uit:
Meetregime: per elementaire periode, zoals bepaald in Art. 3.1.2, § 2;
Opnamefrequentie voor facturatie: maandelijks;
Opnamefrequentie voor verbruiksinformatie: maandelijks, gelijktijdig met de meteropname voor facturatie;
Tariefperioden: zoals bepaald in de tariefmethodologie vastgelegd door de VREG.

§ 2

De elektriciteitsdistributienetgebruiker kan met de elektriciteitsdistributienetbeheerder een allocatiepuntconfiguratie overeenkomen die afwijkt van de standaard allocatiepuntconfiguratie zoals bepaald in § 1.

Art. 4.2.13. Standaard allocatiepuntconfiguratie bij een kleinverbruiksmeetinrichting

§ 1

Op een allocatiepunt met een kleinverbruiksmeetinrichting bestaat de allocatiepuntconfiguratie standaard uit:
Meetregime:
o
In geval van een niet op afstand uitleesbare meetinrichting: jaarlijks;
o
In geval van een op afstand uitleesbare meetinrichting: maandelijks;
Opnamefrequentie voor facturatie: jaarlijks;
Opnamefrequentie voor verbruiksinformatie:
o
In geval van een niet op afstand uitleesbare meetinrichting: jaarlijks, met de mogelijkheid voor de elektriciteitsdistributienetgebruikerom tussentijds, bovenop de jaarlijkse meteropname, additionele meterstanden door te geven, conform art. 3.2.18 van het Energiebesluit;
o
In geval van een op afstand uitleesbare meetinrichting: maandelijks, conform art. 3.2.18 van het Energiebesluit.
Tariefperioden: zoals bepaald in de tariefmethodologie vastgelegd door de VREG.

§ 2

De elektriciteitsdistributienetgebruiker kan een allocatiepuntconfiguratie kiezen die afwijkt van de standaard allocatiepuntconfiguratie zoals bepaald in § 1. Hij maakt dit verzoek kenbaar aan de toegangshouder. De toegangshouder maakt het verzoek uiterlijk op de 8e werkdag na ontvangst van het verzoek van de elektriciteitsdistributienetgebruiker over aan de elektriciteitsdistributienetbeheerder. De elektriciteitsdistributienetbeheerder wijzigt de allocatiepuntconfiguratie uiterlijk op de 20e werkdag na ontvangst van het verzoek van de toegangshouder naar de gekozen allocatiepuntconfiguratie, voor zover de meetinrichting van de elektriciteitsdistributienetgebruiker de gekozen allocatiepuntconfiguratie ondersteunt en voor zover de gekozen allocatiepuntconfiguratie door de elektriciteitsdistributienetbeheerder aangeboden wordt.

§ 3

In het geval van een op afstand uitleesbare meetinrichting biedt de elektriciteitsdistributienetbeheerder aan elektriciteitsdistributienetgebruikers die hun allocatiepuntconfiguratie willen aanpassen conform § 2 in ieder geval een allocatiepuntconfiguratie aan die bestaat uit:
Meetregime:
o
Per elementaire periode, zoals bepaald in Art. 3.1.2, § 2;
Opnamefrequentie voor facturatie: jaarlijks, of op vraag van de elektriciteitsdistributienetgebruiker maandelijks;
Opnamefrequentie voor verbruiksinformatie: maandelijks;
Tariefperiode: zoals bepaald in de tariefmethodologie vastgelegd door de VREG.

Art. 4.2.14. (nieuw) - Keuze allocatiepuntconfiguratie

§ 1

De elektriciteitsdistributienetbeheerder maakt de op basis van de aanwezige meetinrichting mogelijke instellingen van de allocatiepuntconfiguratie zichtbaar aan de toegangshouder op het betreffende allocatiepunt.

§ 2

Nadat de elektriciteitsdistributienetgebruiker zijn toestemming heeft gegeven, kan de toegangshouder de allocatiepuntconfiguratie kiezen uit de beschikbare instellingen, volgens de wijze beschreven in de UMIG.