Art. 4.3.4. Wissel van toegangshouder

1

Elke wijziging van toegangshouder op een allocatiepunt, die niet gepaard gaat met een wissel van elektriciteitsdistributienetgebruiker, moet vooraf aan de elektriciteitsdistributienetbeheerder aangevraagd worden door de nieuwe toegangshouder, met aanwijzing van de datum van verandering. De elektriciteitsdistributienetbeheerder verwerkt dit bericht conform de termijn zoals bepaald in art.4.4.1 van het Energiedecreet. De elektriciteitsdistributienetbeheerder voorziet een systeem om het respecteren van deze termijn te controleren en voorziet, voor zover afwijkingen mogelijk zijn, een rapportering via de monitoring bepaald in Art.1.3.3, 6.

2

Op een allocatiepunt verbonden aan een toegangspunt met een kleinverbruiksmeetinrichting gebeurt de meteropname naar aanleiding van een wissel van toegangshouder zoals bepaald in Art.3.3.3 2.

3

De wisselmeterstanden worden bepaald door de elektriciteitsdistributienetbeheerder via n van onderstaande methodes, waarbij de volgorde van onderstaande methodes wordt gerespecteerd en waarbij gegevens opgenomen door de elektriciteitsdistributienetbeheerder voorrang hebben in geval van betwisting:
1
Voor allocatiepunten verbonden aan een toegangspunt met een kleinverbruiksmeetinrichting:
indien beschikbaar, op basis van de meterstand(en) verkregen door uitlezing op afstand op de wisseldatum of, indien de elektriciteitsdistributienetbeheerder overgaat tot een meteropname op eigen initiatief of op vraag van de elektriciteitsdistributienetgebruiker, door opname van de elektriciteitsdistributienetbeheerder ter plaatse;
op basis van de door de betrokken elektriciteitsdistributienetgebruiker doorgegeven en door de elektriciteitsdistributienetbeheerder gevalideerde meterstand(en);
bij gebrek aan bovenstaande meterstanden of als uit de validatie door de elektriciteitsdistributienetbeheerder blijkt dat deze meterstanden onbruikbaar zijn en er uiterlijk op de tiende werkdag na de effectieve datum van de wissel van toegangshouder geen gevalideerde meterstanden beschikbaar zijn, door schatting volgens de methodieken beschreven in Art.4.3.29.
2
Voor allocatiepunten verbonden aan een toegangspunt met een grootverbruiksmeetinrichting of een toegangspunt van een aansluiting met een totale decentrale productie groter dan 10kVA:
op basis van de meterstanden of volumes verkregen doortele-opname op de wisseldatum;
op basis van door de elektriciteitsdistributienetbeheerder opgenomen meterstanden of volumes;
op basis van de door de betrokken elektriciteitsdistributienetgebruiker doorgegeven en door de elektriciteitsdistributienetbeheerder gevalideerde meterstanden of volumes;
op basis van door de elektriciteitsdistributienetbeheerder berekende of geschatte meterstanden of volumes.