Art. 4.3.8. Opzegging contract om andere redenen

§ 1

De beëindiging van het contract met betrekking tot de afname of de injectie op een allocatiepunt door de elektriciteitsdistributienetgebruiker moet minstens 28 kalenderdagen vooraf door de toegangshouder aan de elektriciteitsdistributienetbeheerder worden gemeld.

§ 2

In afwijking van § 1 moet de beëindiging van het contract met betrekking tot afname op een allocatiepunt van een huishoudelijke afnemer om een andere reden dan wanbetaling, conform de termijn in art. 5.2.1, § 1 van het Energiebesluit door de toegangshouder aan de elektriciteitsdistributienetbeheerder gemeld worden.

§ 3

De elektriciteitsdistributienetbeheerder voorziet een systeem om het respecteren van de termijnen vermeld in § 1 en § 2 te controleren en voorziet, voor zover afwijkingen mogelijk zijn, een rapportering via de monitoring bepaald in Art. 1.3.3, § 6.

§ 4

De beëindiging van contracten geregistreerd op aparte, aan eenzelfde toegangspunt gekoppelde, allocatiepunten voor afname en injectie, beïnvloeden elkaar niet, met dien verstande dat de beëindiging van de toegang tot het net op het toegangspunt, conform Art. 2.3.10 bij gebrek aan een geregistreerde toegangshouder op het allocatiepunt voor afname, ook de diensten op het allocatiepunt voor injectie beëindigt.

§ 5

De elektriciteitsdistributienetbeheerder neemt binnen tien werkdagen contact op met de elektriciteitsdistributienetgebruiker. Hierbij wijst hij hem op zijn plicht om een toegangshouder aan te wijzen op het betreffende allocatiepunt uiterlijk tien kalenderdagen vóór het einde van de opzegtermijn, of acht kalenderdagen in het geval van een huishoudelijke afnemer. De elektriciteitsdistributienetbeheerder vermeldt eveneens de mogelijke gevolgen als de elektriciteitsdistributienetgebruiker geen nieuw energiecontract sluit, dat ingaat op de datum van het einde van de opzegtermijn.