Art. 4.3.19.

§ 1

Voor alle allocatiepunten verbonden aan een toegangspunt met een grootverbruiksmeetinrichting of een toegangspunt van een aansluiting met een totale decentrale productie groter dan 10 kVA, waarop het meetregime conform de standaard allocatiepuntpuntconfiguratie bepaald in Art 4.2.12 van toepassing is, geschiedt de verrekening, vermeld in Art. 4.3.18, § 1, op basis van het gemeten gebruiksprofiel, behoudens in die gevallen waar het meetregime conform Art 4.2.12. § 2 afwijkt van de standaard allocatiepuntconfiguratie.

§ 2

Voor alle allocatiepunten verbonden aan een toegangspunt met een op afstand uitleesbare kleinverbruiksmeetinrichting, waarop de elektriciteitsdistributienetgebruiker conform Art. 4.2.13, § 2 de keuze heeft gemaakt voor de allocatiepuntconfiguratie bedoeld in Art. 4.2.13, § 3, geschiedt de verrekening, vermeld in Art. 4.3.18, § 1, op basis van het gemeten gebruiksprofiel.