Art. 4.3.29. Schatting van afname of injectie

1

De afname of injectie van een elektriciteitsdistributienetgebruiker zonder registratie van het gebruiksprofiel in de periode tussen twee meteropnames kan geschat worden op basis van de totale afname of injectie over de vorige periode, op basis van de typisch gemiddelde afname of injectie van een vergelijkbaar type van eindafnemer over eenzelfde periode of op basis van hettoegangsvermogen of een latere testmeting over een relevante periode.

2

Van zodra de meterstanden voor een allocatiepunt voor een afgelopen periode van minstens 2 opeenvolgende periodieke meteropnameperiodes werden geschat, kan, vanaf de tweede opeenvolgende schatting, een correctie op de schatting worden toegepast volgens een door de VREG goedgekeurde methodiek op voorstel van de elektriciteitsdistributienetbeheerder.

3

De elektriciteitsdistributienetbeheerder publiceert een gedetailleerde beschrijving van de methodiek van de schatting. In geval een aangepaste schatting van toepassing is, gebeurt dit op de daartoe voorafgaandelijk, in overleg met de toegangshouders overeengekomen en in de UMIG gepubliceerde werkwijze.