Afdeling 4.
Processen gekoppeld aan de toewijzing van afgenomen, geïnjecteerde, verbruikte en geproduceerde hoeveelheden elektriciteit


Onderafdeling 1.
Allocatie


Art. 4.3.37.

§ 1

Op basis van de geïnjecteerde of geproduceerde elektriciteit op het elektriciteitsdistributienet die geregistreerd werd door een meetinrichting of geschat werd aan de hand van een synthetisch productieprofiel, de uitgewisselde elektriciteit met andere netten, de berekende gebruiksprofielen, de gemeten gebruiksprofielen en een schatting van de elektriciteitsdistributienetverliezen wordt per elektriciteitsdistributienetbeheerder en per elementaire periode zoals bepaald in Art. 3.1.2, § 2 het residu berekend. Dat residu wordt pro rata toegekend aan detoegangshoudersen hun respectievelijke evenwichtsverantwoordelijken voor de allocatiepunten met geschatte verbruiken. De VREG legt de gedetailleerde beschrijving van de methodiek van de allocatie vast.t

§ 2

De elektriciteitsdistributienetbeheerder is verantwoordelijk voor de tijdige uitvoering van de allocatieberekening over de allocatiepunten in het elektriciteitsdistributienet. Die berekeningen worden maandelijks uitgevoerd op basis van de historiek van het toegangsregister over de voorgaande maand die op dat moment bekend is, op voorwaarde dat alle processen op het toegangsregister correct uitgevoerd werden of worden door de elektriciteitsdistributienetbeheerder.

§ 3

Op basis van de resultaten van de allocatie verdeelt de elektriciteitsdistributienetbeheerder de energie die geïnjecteerd, afgenomen en, indien van toepassing, geproduceerd en verbruikt werd door elektriciteitsdistributienetgebruikers over de toegangshouders en hun evenwichtsverantwoordelijken per elementaire periode zoals bepaald in Art. 3.1.2, § 2.

§ 4

De resultaten van de allocatie voor een bepaalde maand zijn definitief ten laatste op de eerste werkdag van de zesde maand die volgt op die maand.

Art. 4.3.38. Maandelijkse momentopname van het toegangsregister

§ 1

De elektriciteitsdistributienetbeheerder maakt maandelijks een momentopname van het toegangsregister zodat de overeenstemming van de informatie in het toegangsregister en de informatie in de bestanden van de toegangshouders gecontroleerd kan worden. De gegevens die hij daarbij vastlegt en het moment waarop hij dat doet, worden in onderling overleg tussen toegangshouders en de elektriciteitsdistributienetbeheerder bepaald en beschreven in de UMIG.

§ 2

De toegangshouder maakt een momentopname van zijn bestand zodat de overeenstemming van de informatie in het toegangsregister van de elektriciteitsdistributienetbeheerderen de informatie in het bestand van de toegangshouder gecontroleerd kan worden. De gegevens die hij daarbij vastlegt en het moment waarop hij dat doet, worden in onderling overleg tussen toegangshouders en de elektriciteitsdistributienetbeheerder bepaald en beschreven in de UMIG.

Art. 4.3.39. Provisionele allocatie

De elektriciteitsdistributienetbeheerder verstuurt voorafgaandelijk aan de definitieve allocatie periodiek een schatting van de maandelijkse allocatievolumes naar de toegangshouders en hun evenwichtsverantwoordelijken. De frequentie van dit bericht wordt in overleg met de toegangshouders en hun evenwichtsverantwoordelijken vastgelegd. Dit proces wordt provisionele allocatie genoemd. Deze iteratieve schatting is indicatief en niet bestemd als definitief allocatieresultaat.

Onderafdeling 2.
Reconciliatie


Art. 4.3.40.

§ 1

De verdeling van de energie over de toegangshouders en hun evenwichtsverantwoordelijken die verkregen wordt door de allocatie, beschreven in Art. 4.3.37, moet op maandelijkse basis gecorrigeerd worden op basis van de werkelijk gemeten afnames of injecties of, indien van toepassing, verbruiken of productie op de allocatiepunten. De VREG legt de gedetailleerde beschrijving van de methodiek van de reconciliatie vast.

§ 2

De elektriciteitsdistributienetbeheerder is verantwoordelijk voor de uitvoering van de reconciliatieberekening over de allocatiepunten in het elektriciteitsdistributienet. De berekeningen voor een maand en de vijftien voorgaande maanden worden maandelijks en voor de eerste keer zes maand na deze maand uitgevoerd op basis van de historiek van het toegangsregister over de voorgaande maanden.

§ 3

Bij de eindreconciliatie van een maand wordt de restterm van die maand vastgesteld. Die restterm komt voor rekening van de elektriciteitsdistributienetbeheerder. De VREG legt de gedetailleerde beschrijving van de methodiek van de eindreconciliatie vast.

§ 4

De elektriciteitsdistributienetbeheerder is verantwoordelijk voor de uitvoering van de eindreconciliatieberekening over de allocatiepunten in het elektriciteitsdistributienet. De voorlopige berekeningen worden uiterlijk 32 maanden na de betrokken maand uitgevoerd op basis van de historiek van het toegangsregister over die maanden. De definitieve berekeningen worden uiterlijk 37 maanden na de betrokken maand uitgevoerd op basis van de historiek van het toegangsregister over die maanden.

§ 5

De elektriciteitsdistributienetbeheerders en de toegangshouders op hun elektriciteitsdistributienetten, van zodra ze toegang tot het net krijgen, nemen deel aan de financiële afhandeling voor de betrokken maand die volgt uit de berekeningen vermeld in § 3 en § 4.

§ 6

Deelektriciteitsdistributienetbeheerdersen de toegangshouders stellen gezamenlijk een partij aan die instaat voor de uitvoering van de financiële afhandeling vermeld in § 5.

Art. 4.3.41.

§ 1

De elektriciteitsdistributienetbeheerder kan op elk moment een voorstel voor een nieuwe verbeterde methodiek van allocatie en reconciliatie ter goedkeuring bij de VREG indienen. De elektriciteitsdistributienetbeheerder stelt deze methodiek op na overleg met de evenwichtsverantwoordelijken, transmissienetbeheerders en toegangshouders en zorgt ervoor dat de methodiek in ieder geval voldoet aan volgende voorwaarden:
elk toegangspunt waarop krachtens Art. 4.3.19, § 2 het gemeten gebruiksprofiel van toepassing is, wordt als dusdanig verwerkt in de berekening van de allocatie en reconciliatie. Dit houdt in dat voor deze toegangspunten de reële afname, injectie en, indien van toepassing, productie en consumptie zoals gemeten per elementaire periode wordt gebruikt in de berekening bedoeld in Art. 4.3.37, § 1, of dat een alternatieve procedure wordt opgezet die tot een gelijkwaardige uitkomst voor de toegangshouders en evenwichtsverantwoordelijken leidt. Hieruit volgt dat de processen gekoppeld aan het ter beschikking stellen van meetgegevens ten behoeve van facturatie in het kader van een energiecontract verlopen volgens onderafdeling 1, afdeling 5, hoofdstuk III, titel IV van dit reglement;
de methodiek van allocatie leidt niet tot slechtere resultaten zoals een stijging van het residu bedoeld in Art. 4.3.37, § 1 of een minder correctere verdeling onder de marktpartijen.
De elektriciteitsdistributienetbeheerder dient een eerste voorstel in voor 1 april 2020.

§ 2

De elektriciteitsdistributienetbeheerder voegt bij het voorstel bedoeld in § 1 een toelichting waaruit blijkt dat het gaat om een verbeterde methodiek van de allocatie en reconciliatie opgesteld in overleg, en dat de voorgestelde methodiek voldoet aan de voorwaarden vermeldt in § 1.

§ 3

De VREG beoordeelt het nieuwe voorstel bedoeld in § 1 binnen een redelijke termijn na ontvangst ervan. De VREG kan de elektriciteitsdistributienetbeheerder bijkomende inlichtingen vragen met betrekking tot het voorstel. De elektriciteitsdistributienetbeheerder beantwoordt dit verzoek om bijkomende inlichtingen binnen de termijn bepaald door de VREG. De VREG kan het voorstel, ingediend ter goedkeuring volgens § 1, wijzigen alvorens het goed te keuren. De nieuwe methodiek van de allocatie en reconciliatie kan ten vroegste van kracht worden twee maanden na publicatie ervan door de VREG. De elektriciteitsdistributienetbeheerder stelt bij zijn voorstel een datum voor inwerkingtreding voor, die voor het eerste voorstel bedoeld in § 1 uiterlijk 1 januari 2021 is.