Definities luchtverontreiniging (hoofdstuk 2.10, deel 3, 4, 5 en 6)
ALGEMEEN

[...]

[...]

[...]

- "waarnemingsdrempel": het laagste gehalte of de laagste concentratie voor de betrokken parameter die kan worden waargenomen;

- "bepalingsdrempel": het/de kleinste met een gegeven werkwijze in een monster kwantitatief bepaalbare gehalte of concentratie van een gegeven stof die nog van nul kan worden onderscheiden;

- emissie: het vrijkomen van stoffen in de atmosfeer uit een puntbron of een diffuse bron;

 

- antropogene emissie: emissie in de atmosfeer van verontreinigende stoffen ten gevolge van menselijke activiteiten;

- "beschermingszone": een geografisch afgebakende zone die vanuit milieu-oogpunt bijzonder moet worden beschermd;

als beschermingszones worden aangeduid de natuurgebieden met wetenschappelijke waarde of natuurreservaten, als bedoeld in artikel 13 van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en gewestplannen, de bosreservaten als bedoeld in het Bosdecreet van 13 juli 1990 en de natuurreservaten en natuurparken zoals bedoeld in de wet van 12 juli 1973 op het natuurbehoud.

- "speciale beschermingszone": zone waarin de te verwachten toename van de verontreiniging ten gevolge van stedelijke en industriële ontwikkelingen moet worden beperkt of voorkomen;

als speciale beschermingszones worden aangeduid:

 

zone Antwerpen: de gemeenten Antwerpen, Borsbeek, Edegem, Mortsel, Schoten, Wijnegem, Wommelgem en Zwijndrecht;
zone Gent: de gemeenten Destelbergen, Evergem en Gent;
zone Brussel-rand: de gemeenten Drogenbos, Kraainem, Machelen, Vilvoorde, Wezembeek-Oppem en Zaventem.

 

- "Nm3": Normaal kubieke meter, of het volume gas, herleid tot de genormaliseerde temperatuur (273,15°K) en druk (101,3 kPa), na aftrek van het waterdampgehalte, behoudens anders vermeld.

[...]

- “geleide emissie”: een emissie afkomstig van een schoorsteen waarvoor welbepaalde fysische kenmerken bestaan (ligging, hoogte, diameter) en waarvan het debiet kan worden bepaald;

- "normale bedrijfsomstandigheden": bedrijfsomstandigheden buiten de opstart- of stillegprocedures, tenzij anders vermeld;

- "percentielwaarde Xq": is de waarde als volgt berekend uit de over het gehele jaar gemeten waarden:

 

a) alle werkelijk gemeten waarden, afgerond op de eenheid van 1 μg/m3, behoudens voor de parameters waarvoor een grenswaarde < 5 μg/m3 is voorgeschreven in welk geval de afronding dient te gebeuren op 0,01 μg/m3, worden op een rij gezet en wel voor elk meetpunt in volgorde van grootte: X1 ≤ X2 ≤ X3 ≤ .....≤ Xk ≤ ..... ≤ Xn-1 ≤ Xn;
b) het q-percentiel is de waarde van het element met volgnummer k, waarbij k berekend wordt met de volgende formule:

 

k = q x n

waarin:

- q = 0,98 voor het 98ste percentiel, 0,50 voor het 50ste percentiel, enz.;
- n = het aantal werkelijk gemeten waarden;

de berekende waarde van k wordt hierbij afgerond op het naastbij gelegen gehele getal;

voormelde percentielwaarde wordt slechts als geldig beschouwd indien tenminste 75 % van de mogelijke waarden beschikbaar zijn en voor het bewuste meetpunt zoveel mogelijk gelijkelijk over de gehele referentieperiode zijn verdeeld;

 

- "meetwaarde": een zo nauwkeurig mogelijke benadering van de werkelijke gemiddelde concentratie of massa van een verontreinigende stof over een volledige referentieperiode;

- "referentieperiode": in principe een uur, behalve voor metingen bij discontinue produktieactiviteiten (batch-procédé's), waarvoor de tijdsduur van de activiteit (batch) met een max. van 4 uur dient genomen;

- "inadembaar stof": is de inadembare fraktie van stof t.t.z. de deeltjes welke tot in de alveolen van de longen doordringen. Deze fraktie wordt gedefinieerd als de cumulatieve lognormale verdeling met een aërodynamische mediane diameter van 4,25 μm en een geometrische standaardafwijking van 1,5;

- « Lucht » : de buitenlucht in de troposfeer, met uitsluiting van elke plaats die bestemd is als locatie voor werkplekken in gebouwen van de onderneming of inrichting, met inbegrip van elke andere plaats op het terrein van de onderneming of inrichting waartoe de werknemer in het kader van zijn werk toegang heeft en waartoe leden van het publiek gewoonlijk geen toegang hebben;

- « verontreinigende stof » : een stof die zich in de lucht bevindt en die waarschijnlijk schadelijke gevolgen voor de menselijke gezondheid of het milieu als geheel heeft;

- "niveau": de concentratie van een verontreinigende stof in de lucht of de depositie daarvan op oppervlakken binnen een bepaalde tijd;

- "beoordeling": een methode die wordt gebruikt om het niveau van een verontreinigende stof in de lucht te meten, te berekenen, te voorspellen of te ramen;

- "grenswaarde voor luchtkwaliteit": een niveau dat op basis van wetenschappelijke kennis is vastgesteld teneinde schadelijke gevolgen voor de gezondheid van de mens en/of voor het milieu in zijn geheel te voorkomen, te verhinderen of te verminderen en dat binnen een bepaalde termijn moet worden bereikt en, als het eenmaal is bereikt, niet meer mag worden overschreden;

- « streefwaarde of richtwaarde voor luchtkwaliteit » : een niveau dat is vastgesteld om schadelijke gevolgen voor de menselijke gezondheid of het milieu als geheel te vermijden, te voorkomen of te verminderen en dat voor zover mogelijk binnen een bepaalde termijn moet worden bereikt;

- « alarmdrempel » : een niveau waarboven een kortstondige blootstelling risico’s inhoudt voor de gezondheid van de bevolking als geheel. Als de alarmdrempel bereikt wordt, moeten onmiddellijk stappen gezet worden;

- « langetermijndoelstelling » een niveau dat op lange termijn zou moeten worden bereikt, behalve waar dit niet door proportionele maatregelen kan worden bereikt, met het doel de menselijke gezondheid en het milieu een doeltreffende bescherming te bieden;

[...]

- « informatiedrempel » : een niveau waarboven kortstondige blootstelling een gezondheidsrisico inhoudt voor bijzonder kwetsbare bevolkingsgroepen, waaraan onmiddellijk en toereikend informatie verstrekt moet worden;

- « AOT40 » : het gesommeerde verschil (uitgedrukt in (μg/m3).uur) tussen de uurconcentraties boven 80 μg/m3 (= 40 deeltjes per miljard) en 80 μg/m3 over een bepaalde periode, waarbij uitsluitend gebruik wordt gemaakt van de uurwaarden die elke dag tussen 8 en 20 uur Midden-Europese tijd worden gemeten;

[...]

- « overschrijdingsmarge » : het percentage van de grenswaarde voor luchtkwaliteit waarmee die onder de voorwaarden, vastgelegd in dit besluit mag worden overschreden;

- « zone » : een met het oog op de beoordeling en het beheer van de luchtkwaliteit afgebakend gedeelte;

- « agglomeratie » : een verstedelijkte zone met een bevolking van meer dan 250.000 inwoners of, in geval van een bevolking van 250.000 inwoners of minder, met een vast te stellen bevolkingsdichtheid per km2;

- "immissieniveau of immissieconcentratie": de concentratie van een bepaalde stof in de omgevingslucht op een bepaalde plaats, als resultante van verschillende bronnen, incl. natuurlijke, en meteorologische verspreidingskarakteristieken;

- « ozonprecursoren » : stoffen die bijdragen tot de vorming van ozon in de onderste luchtlagen, waarvan sommige zijn vermeld in bijlage 2.5.3.10;

- « vluchtige organische stoffen » (VOS) » : organische stoffen van antropogene en biogene bronnen, uitgezonderd methaan, die onder invloed van zonlicht door reactie met stikstofoxiden fotochemische oxidanten kunnen produceren;

- stikstofoxiden: de som van stikstofmonoxide en stikstofdioxide, uitgedrukt als stikstofdioxide (NO2);

- zwaveloxiden (SOx): alle zwavelverbindingen, uitgedrukt als zwaveldioxide, waaronder zwaveltrioxide (SO3), zwavelzuur (H2SO4) en gereduceerde zwavelverbindingen zoals zwavelwaterstof (H2S), mercaptanen en dimethylsulfiden;

- stof: in de gasfase onder bemonsteringscondities verstrooide deeltjes van welke vorm, structuur of dichtheid ook, die kunnen worden opgevangen door filtering onder specifiek omschreven omstandigheden na representatieve bemonstering van het te analyseren gas en vóór het filter en op het filter achterblijven;

- zwarte koolstof: koolstofhoudende stofdeeltjes die licht absorberen;

- "PM10": deeltjes die een op grootte selecterende instroomopening, zoals gedefinieerd in NBN EN 12341, passeren met een efficiëntiegrens van 50 % bij een aërodynamische diameter van 10 µm;

- « PM2,5 » : deeltjes die een op grootte selecterende instroomopening passeren als omschreven in de referentiemethode voor het bemonsteren en meten van PM2,5 NBN EN 14907 met een efficiëntiegrens van 50% bij een aerodynamische diameter van 2,5 μm;

- « bovenste beoordelingsdrempel » : een niveau waaronder het is toegestaan een combinatie van vaste metingen en modelleringstechnieken of indicatieve metingen te gebruiken ter beoordeling van de luchtkwaliteit;

- "onderste beoordelingsdrempel": een niveau waaronder enkel technieken op basis van modellen of objectieve ramingen mogen worden toegepast voor de beoordeling van de luchtkwaliteit;

- « bijdragen van natuurlijke bronnen » : emissies van verontreinigende stoffen die niet direct of indirect zijn veroorzaakt door menselijke activiteiten, met inbegrip van natuurverschijnselen, zoals vulkanische uitbarstingen, seismische activiteiten, geothermische activiteiten, bosbranden, stormen, zeezout als gevolg van verstuivend zeewater of de atmosferische opwerveling of verplaatsing van natuurlijke deeltjes uit droge regio’s;

- « vaste metingen » : metingen die worden uitgevoerd op vaste locaties, hetzij continu, hetzij door aselecte bemonstering, om de niveaus te bepalen overeenkomstig de desbetreffende gegevenskwaliteitsdoelstellingen;

- "totale depositie of bulkdepositie": de totale massa aan verontreinigende stoffen die binnen een gegeven gebied en gegeven tijdspanne van de atmosfeer wordt overgebracht naar oppervlakten (bijvoorbeeld bodem, vegetatie, water, gebouwen, enzovoort);

- "arseen, cadmium, nikkel en benzo(a)pyreen": het totale gehalte van die elementen en verbindingen in de PM10-fractie;

- "polycyclische aromatische koolwaterstoffen": organische verbindingen die bestaan uit ten minste twee versmolten aromatische ringen die volledig uit koolstof en waterstof bestaan;

- "totaal gasvormig kwik": elementaire kwikdamp (HG°) en reactief gasvormig kwik, dat wil zeggen in water oplosbare kwikverbindingen met een voldoende hoge dampdruk om in de gasfase te bestaan;

« kritiek niveau » : een niveau dat op basis van wetenschappelijke kennis wordt vastgesteld, waarboven directe ongunstige gevolgen kunnen optreden voor sommige receptoren, zoals bomen, andere planten of natuurlijke ecosystemen, maar niet voor de mens;

«luchtkwaliteitsplannen » : plannen betreffende maatregelen om de grenswaarden of streefwaarden te bereiken;

« gewestelijke gemiddelde blootstellingsindex » : een gemiddeld niveau dat wordt bepaald op basis van metingen op stedelijke achtergrondlocaties verspreid over het hele grondgebied van het Vlaamse Gewest, en dat de blootstelling van de bevolking weergeeft. Het wordt gebruikt om de gewestelijke streefwaarde inzake vermindering van de blootstelling te berekenen alsook de gewestelijke blootstellingsconcentratieverplichting;

«gewestelijke blootstellingsconcentratieverplichting » : een op grond van de gewestelijke gemiddelde blootstellingsindex vastgesteld niveau met het doel de schadelijke gevolgen voor de gezondheid van de mens te verminderen, waaraan binnen een bepaalde termijn moet worden voldaan;

«gewestelijke streefwaarde inzake vermindering van de blootstelling » : een procentuele vermindering van de gemiddelde blootstelling van de bevolking van het Vlaamse Gewest die voor een referentiejaar wordt vastgesteld met het doel de schadelijke gevolgen voor de menselijke gezondheid te verminderen en die waar mogelijk binnen een bepaalde termijn moet worden bereikt;

«stedelijke achtergrondlocaties » : plaatsen in stedelijke gebieden waar de niveaus representatief zijn voor de blootstelling van de stedelijke bevolking in het algemeen;

«indicatieve metingen » : metingen die aan minder strikte gegevenskwaliteitsdoelstellingen dan vaste metingen voldoen;

[...]

- « schoorsteen » : een structuur met een of meer afgaskanalen voor de afvoer van afgassen met het oog op de uitstoot ervan in de lucht;

- “sfeerverwarmer”: vrijstaande of ingebouwde installatie waarvan de brandstof vast is en die bedoeld is om buitenshuis te verwarmen;

- “referentiemeetmethode”: methode die voor de bepaling van een bepaalde parameter toegepast moet worden. Deze methode wordt beschreven in het compendium voor analyse van lucht (LUC), tenzij anders vermeld. Het compendium is een bundel met methoden voor het nemen van monsters en het uitvoeren van metingen en analyses, die Europese (EN), internationale (ISO) of andere genormeerde methoden of methoden die door het referentielaboratorium van het Vlaamse Gewest werden gevalideerd in opdracht van de Vlaamse overheid, omvatten. Het compendium wordt goedgekeurd bij ministerieel besluit en de inhoudstabel van het LUC wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.

- luchtkwaliteitsdoelstellingen: de grenswaarden, streefwaarden en blootstellingsconcentratieverplichtingen voor de luchtkwaliteit zoals vastgesteld in hoofdstuk 2.5 van dit besluit;

- LRTAP-verdrag: het verdrag betreffende grensoverschrijdende luchtverontreiniging over lange afstand, opgemaakt in Genève op 13 november 1979;

- landings- en startcyclus: de cyclus die het taxiën na landing en voor vertrek, starten, opstijgen, aanvliegen en landen en alle andere manoeuvres van het vliegtuig die plaatsvinden beneden een hoogte van 3000 voet, omvat;

- internationale zeevaart: reizen over zee en in de kustwateren door vaartuigen van alle vlaggen, uitgezonderd vissersvaartuigen, die vertrekken van het grondgebied van het ene land en aankomen op het grondgebied van een ander land.

STOOKINSTALLATIES

[...]

[...]

- "brandstof": elke vaste, vloeibare of gasvormige brandbare stof [...];

- "stookinstallatie": elk technisch toestel waarin brandstoffen worden geoxideerd ten einde de aldus opgewekte warmte te gebruiken [...]

- "grote stookinstallatie": stookinstallatie met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen van 50 MW of meer;

- "middelgrote stookinstallatie": stookinstallatie met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen van meer dan 5 MW tot 50 MW;

- "kleine stookinstallatie": stookinstallatie met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen van 300 kW tot en met 5 MW;

[...]

- "gemengde stookinstallatie": iedere stookinstallatie die terzelfdertijd of beurtelings met twee of meer brandstoffen kan worden gevoed;

- "totaal nominaal thermisch ingangsvermogen": de warmte-inhoud van de nominale hoeveelheid brandstof die per tijdseenheid kan worden toegevoerd aan een stookinstallatie uitgedrukt in MW [...].

- « biomassa » : producten die bestaan uit plantaardig landbouw- of bosbouwmateriaal dat gebruikt kan worden als brandstof om de energetische inhoud ervan te benutten, alsook biomassa-afval;

- « biomassa-afval » :

de volgende afvalstoffen :

a) plantaardig afval van land- en bosbouw;
b) plantaardig afval van de levensmiddelenindustrie, als de opgewekte warmte wordt teruggewonnen;
c) vezelachtig plantaardig afval, afkomstig van de productie van ruwe pulp en van de productie van papier uit pulp; als het op de plaats van productie wordt meeverbrand en de opgewekte warmte wordt teruggewonnen;
d) kurkafval;
e) onbehandeld of louter mechanisch behandeld houtafval;
f) niet-verontreinigd behandeld houtafval, dus uitgezonderd houtmateriaal dat ten gevolge van een behandeling met houtbeschermingsmiddelen of door het aanbrengen van een beschermingslaag, gehalogeneerde organische verbindingen of zware metalen kan bevatten. Dat is in het bijzonder het geval voor houtafval, afkomstig van bouw- en sloopafval;

[...]

[...]

- « bedrijfsuren » : de tijd, uitgedrukt in uren, gedurende welke een stookinstallatie geheel of gedeeltelijk in werking is en emissies in de lucht uitstoot, met uitzondering van de voor de inwerkingstelling en stillegging benodigde tijd, zoals die is vastgesteld in de omgevingsvergunning voor de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit;

- « bepalende brandstof » : van alle brandstoffen in gemengde stookinstallaties die distillatie- en omzettingsresiduen, afkomstig van het raffineren van ruwe aardolie, alleen of in combinatie met andere brandstoffen zelf verbruiken, de brandstof met de hoogste emissiegrenswaarde, vermeld in afdeling 5.20.2 of, in geval van meerdere brandstoffen met dezelfde emissiegrenswaarde, de brandstof met het hoogste thermisch ingangsvermogen;

- "gasturbine": een roterende machine die thermische energie in arbeid omzet, in hoofdzaak bestaande uit een compressor, een thermisch toestel waarin brandstof wordt geoxideerd om het werkmedium te verhitten en een turbine;

[...]

- "stoom- en gasturbine-installatie (STEG)": een installatie, bestaande uit een gasturbine, waarin een vloeibare of een gasvormige brandstof wordt verbrand, met een bijbehorende ketel waardoor de verbrandingsgassen van de gasturbine gevoerd worden, om warmte over te dragen aan water dat niet in contact treedt met die gassen, met als doel stoom te produceren dat vervolgens wordt omgezet in elektriciteit in een stoomturbine; in de bijbehorende ketel wordt al of niet een brandstof gestookt, waarbij geen dan wel nagenoeg geen extra lucht voor de verbranding wordt toegevoegd;

- motor: een gasmotor, dieselmotor of dualfuelmotor;

[...]

- « gasmotor » : een verbrandingsmotor die werkt volgens de Ottocyclus en die gebruik maakt van vonkontsteking of, in het geval van dual-fuelmotoren, compressieontsteking om brandstof te verbranden;

- « dieselmotor » : een verbrandingsmotor die werkt volgens de dieselcyclus en die gebruik maakt van compressieontsteking om brandstof te verbranden;

- « dual-fuelmotor » : een verbrandingsmotor die werkt volgens de dieselcyclus bij gebruik van vloeibare brandstoffen en volgens de Ottocyclus bij gebruik van gasvormige brandstoffen;

- « gasturbine/STEG/motor in warmtekrachttoepassing » : een gasturbine, STEG of motor opgesteld in een installatie voor de opwekking in één proces van thermische energie en elektrische en/of mechanische energie;

- « nominaal motorrendement » : het door de constructeur opgegeven procentuele aandeel van warmte-inhoud van de toegevoerde brandstoffen dat, bij de hoogste belasting waarbij de zuigermotor continu kan worden bedreven, bij ISO-luchtcondities in arbeid wordt omgezet.

- « aardgas » : in de natuur voorkomend methaan met maximaal 20 % (v/v) inerte en andere bestanddelen;

- ingrijpende renovatie: een renovatie waarvan de kosten hoger liggen dan 50% van de investeringskosten voor een nieuwe vergelijkbare eenheid;

- kwalitatieve warmte-krachtkoppeling: de warmte-krachtkoppeling die voldoet aan de voorwaarden voor kwalitatieve warmte-krachtkoppeling, opgenomen in bijlage I bij het Energiebesluit van 19 november 2010;

- kosten-batenanalyse: een financieel-economische vergelijking tussen een installatie zonder benutting van restwarmte of aanwending van kwalitatieve warmte-krachtkoppeling en een gelijkwaardige installatie waarin restwarmte nuttig wordt gebruikt of die uitgebaat wordt als kwalitatieve warmte-krachtkoppeling;

- stadsverwarming of –koeling: de distributie van thermische energie in de vorm van stoom, warm water of gekoelde vloeistoffen vanuit een centrale productie-installatie via een netwerk dat verbonden is met verschillende gebouwen of locaties, voor het verwarmen of koelen van ruimten of processen.

- gasolie: een van de volgende zaken:

a) een uit aardolie verkregen vloeibare brandstof die onder GN-code 2710 19 25, 2710 19 29, 2710 19 47, 2710 19 48, 2710 20 17 of 2710 20 19 valt;
b) een uit aardolie verkregen vloeibare brandstof, waarvan minder dan 65 volumeprocent (met inbegrip van verliezen) bij 250 °C overdistilleert, en waarvan ten minste 85 volumeprocent (met inbegrip van verliezen) bij 350 °C overdistilleert, gemeten met de ASTM-methode D86;

 

- zware stookolie: een van de volgende zaken:

a) een uit aardolie verkregen vloeibare brandstof die onder GN-code 2710 19 51 tot en met 2710 19 68, 2710 20 31, 2710 20 35 of 2710 20 39 valt;
b) een uit aardolie verkregen vloeibare brandstof, met uitzondering van gasolie, die op grond van de distillatiegrenzen ervan behoort tot de categorie zware oliën die bestemd zijn om als brandstof te worden gebruikt en die, verliezen inbegrepen, voor minder dan 65 volumeprocent overdistilleren bij 250 °C, gemeten met ASTM-methode D86. Als de distillatie niet met behulp van ASTM-methode D86 kan worden bepaald, wordt het aardolieproduct ook als zware stookolie ingedeeld;

- raffinaderijbrandstof: een vaste, vloeibare of gasvormige brandbare stof, afkomstig uit de distillatie en de omzettingsstappen bij de raffinage van ruwe olie, met inbegrip van raffinaderijgas, syngas, geraffineerde oliën en petroleumcokes;

- noodstroomgenerator: een installatie voor de productie van elektriciteit die ervoor zorgt dat bij problemen met de levering via het stroomnet de stroomvoorziening gegarandeerd blijft;

- vloeibare recuperatiebrandstof: bijproduct van een chemisch proces, dat niet wordt beschouwd als een afvalstof als vermeld in het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen, dat niet geschikt is voor verdere verwerking en daarom energetisch gevaloriseerd wordt, en dat niet voldoet aan de definitie van een andere vloeibare brandstof, zoals gasolie of zware stookolie.

[...] [...]
[...] [...]
[...] [...]
METEN EN BEHEERSEN VAN FUGITIEVE VOS-EMISSIES

1° « fugitieve emissie » : emissie van vluchtige organische stoffen (exclusief methaan) door lekverliezen van apparaten en leiding(onderdelen);

2° « apparaten » : alle onderdelen van een inrichting (inclusief de randapparatuur van op- en overslaginstallaties) die fugitieve emissies kunnen veroorzaken. Het betreft onder meer :

a) spindeldoorvoeringen van afsluit- en regelorganen;
b) veiligheidskleppen die met de afblaas niet aangesloten zijn op een opvang- of verwerkingseenheid;
c) open - einden;
d) pompen, compressoren en roerwerken (asafdichting);
e) flenzen en andere verbindingen (inclusief flenzen en andere verbindingen van kleppen, pompen, compressoren, en roerwerken);
f) monsternamepunten;

3° « meetblok » : een verzameling apparaten die voorkomen in een duidelijk afgebakend onderdeel van de inrichting, zoals een productie-eenheid, een productstroom, een tankenpark...;

4° « meetwaarde » : het resultaat van een meting van een apparaat volgens de meetmethode van hoofdstuk II van bijlage 4.4.6;

5° « registratiecriterium » : concentratie die bepalend is voor opname van het apparaat in de inventaris; het registratiecriterium wordt vastgelegd op de bepalingslimiet, namelijk als de meetwaarde een concentratie van 9 ppm overschrijdt;

6° « lekkend apparaat » :

a) voor apparaten die in contact komen met product type 1 : een apparaat waarvan de meetwaarde een concentratie van 500 ppm overschrijdt;
b) voor apparaten die in contact komen met product type 2 : een apparaat waarvan de meetwaarde een concentratie van 1.000 ppm overschrijdt;

7° « herstelcriterium » : de meetwaarde vanaf wanneer het apparaat hersteld of vervangen moet worden;

8° “product type 1”:  product met een gemiddelde concentratie van 5 gew% of meer aan stoffen waaraan overeenkomstig de CLP-verordening , één of meer van de gevarenaanduidingen H340, H350, H350i, H360D of H360F zijn toegekend;

9° “product type 2”:  product met een gemiddelde concentratie van minder dan 5 gew% aan stoffen waaraan overeenkomstig de CLP-verordening , één of meer van de gevarenaanduidingen H340, H350, H350i, H360D of H360F zijn toegekend;”;

10° « steekproef » : het percentage van het totale aantal apparaten dat minstens jaarlijks gemeten moet worden;

11° « initiële steekproef » : steekproef die bij de start van het meet- en beheersprogramma toegepast moet worden zoals bepaald in hoofdstuk III van bijlage 4.4.6 van dit besluit;

12° « aangepaste steekproef » : steekproef die aangepast wordt afhankelijk van het aantal lekkende apparaten uit een vorige steekproef zoals bepaald in hoofdstuk III van bijlage 4.4.6 van dit besluit.