Art. 6.1.10.

§ 1

De beheerders van netten die geheel of gedeeltelijk onderling gekoppeld zijn, delen elkaar dagelijks de al dan niet gevalideerde energie-uitwisselingen op de koppelpunten mee binnen een werkdag.

§ 2

De transmissienetbeheerder deelt maandelijks de gevalideerde energie-uitwisselingen op de koppelpunten met het elektriciteitsdistributienet of de elektriciteitsdistributienetten mee aan de betrokken elektriciteitsdistributienetbeheerder of elektriciteitsdistributienetbeheerders binnen vier werkdagen na het einde van de maand in kwestie.

§ 3

De beheerders van elektriciteitsdistributienetten die geheel of gedeeltelijk onderling gekoppeld zijn, delen elkaar maandelijks de gevalideerde energie-uitwisselingen op de koppelpunten mee binnen zes werkdagen na het einde van de maand in kwestie. In de periode tussen de dag van opname van de energie-uitwisseling en de zesde werkdag na het einde van de maand in kwestie, plegen zij overleg en corrigeren indien nodig de geregistreerde energie-uitwisselingen opdat de door en onder hen verdeelde energie-uitwisselingen overeenstemmen met de door de transmissienetbeheerder opgegeven energie-uitwisselingen op de koppelingspunten van het transmissienet met de elektriciteitsdistributienetten.

§ 4

De beheerders van onderling gekoppelde elektriciteitsdistributienetten delen de gevalideerde energie-uitwisselingen op de koppelpunten met het transmissienet mee aan de transmissienetbeheerder binnen de tien werkdagen na het einde van de maand in kwestie.

§ 5

De beheerders van onderling gekoppelde elektriciteitsdistributienetten delen de gevalideerde energie-uitwisseling tussen hun netten mee aan de transmissienetbeheerder binnen de tien werkdagen na het einde van de maand in kwestie.

§ 6

De elektriciteitsdistributienetbeheerder deelt aan de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit alle decentrale productie-eenheden mee groter dan of gelijk aan 400 kVA bij de indienstname of bij de uitdienstname van de installatie.