Titel VII.
Code gesloten distributienetten

Deze code bevat de bepalingen betreffende het beheer van, de aansluiting op en de toegang tot een gesloten distributienet dat gekoppeld is aan het elektriciteitsdistributienet, alsook de bepalingen met betrekking tot de koppeling tussen het elektriciteitsdistributienet en een gesloten distributienet.

Hoofdstuk I.
Algemene beginselen


Afdeling 1.
Taken en verplichtingen


Art. 7.1.1.
De beheerder van het gesloten distributienet voert alle taken uit en komt alle verplichtingen na die hem opgelegd worden krachtens de geldende wetgeving en reglementering, in het bijzonder deze die betrekking hebben op de veiligheidsmaatregelen bij de oprichting en de exploitatie van installaties voor de distributie van elektriciteit door middel van leidingen.
De bepalingen in de titels I tot VI van dit reglement zijn niet van toepassing op gesloten distributienetten, behalve de definities bepaald in Art. 1.1.2 en behalve die specifieke artikelen in dit reglement waarin uitdrukkelijk bepaald is dat zij ook van toepassing zijn op gesloten distributienetten.

Art. 7.1.2.
De beheerder van het gesloten distributienet stelt al wat redelijkerwijs binnen zijn mogelijkheden ligt in het werk om onderbrekingen van de toegang tot zijn net te voorkomen, of indien een onderbreking optreedt, die zo snel mogelijk te verhelpen.

Art. 7.1.3.
De beheerder van het gesloten distributienet stelt voorschriften, procedures, modelcontracten en formulieren op en maakt ze bekend aan een achterliggende netgebruiker, producent, leverancier, toegangshouder, evenwichtsverantwoordelijke of de VREG indien deze er om verzoekt.

Art. 7.1.4.
Met inachtname van de wettelijke en reglementaire bepalingen moet de beheerder van een gesloten distributienet technische en organisatorische maatregelen uitwerken met betrekking tot de met andere partijen uit te wisselen gegevens met het oog op het waarborgen van de confidentialiteit.

Afdeling 2.
Noodsituatie


Art. 7.1.5.

§ 1

De beheerder van het gesloten distributienet is bevoegd alle handelingen te stellen die hij nodig acht met het oog op de veiligheid en de betrouwbaarheid van zijn net in geval van een noodsituatie als vermeld in Art. 1.5.1.

§ 2

De handelingen die de beheerder van het gesloten distributienet bij een noodsituatie oplegt met betrekking tot de elektrische installaties aangesloten op zijn net, verbinden alle betrokken personen.

§ 3

Als een noodsituatie gelijktijdig betrekking heeft op het elektriciteitsdistributienet en het gesloten distributienet, moeten de maatregelen tussen de beheerders van deze netten onderling worden gecoördineerd.

§ 4

De handelingen van de beheerder van het gesloten distributienet volgens § 1 zijn in overeenstemming met deze die werden of worden uitgevoerd door de beheerder van het gekoppelde elektriciteitsdistributienet.

Afdeling 3.
Behandeling van gegevens


Art. 7.1.6.
De achterliggende netgebruiker heeft toegang tot de technische en relationele gegevens en meetgegevens gerelateerd aan zijn aansluiting binnen de termijnen en overeenkomstig de modaliteiten beschreven in dit reglement.

Hoofdstuk II.
Net

Dit hoofdstuk bevat de voorschriften met betrekking tot
de aansluiting op het gesloten distributienet;
de toegang tot het gesloten distributienet;
de wederzijdse rechten en plichten van de beheerder van het gesloten distributienet en de achterliggende netgebruiker.

Afdeling 1.
Aansluiting op het gesloten distributienet


Art. 7.2.1.
De beheerder van het gesloten distributienet voor elektriciteit voorziet:
in een procedure voor het verwerken en uitvoeren van aanvragen voor aansluiting op het gesloten distributienet;
in aansluitingsvoorwaarden geldend voor elke achterliggende netgebruiker; deze voorwaarden omvatten de rechten en plichten van de beheerder en de gebruiker m.b.t. de aansluiting op het gesloten distributienet;
in procedures voor het verwerken van aanvragen voor het wijzigen of verzwaren van een bestaande aansluiting op het gesloten distributienet;
in procedures voor het wegnemen of verzegelen van een bestaande aansluiting op het gesloten distributienet;
in een procedure voor de ontvangst, behandeling en registratie van klachten van achterliggende netgebruikers.

Art. 7.2.2.
Elke aansluiting, alsook elke installatie die op het gesloten distributienet is aangesloten, moet voldoen aan de normen en de reglementering die op elektrische installaties van toepassing zijn.

Art. 7.2.3.

§ 1

De voorwaarden voor injectie in het gesloten distributienet zijn gelijk aan de voorwaarden voor injectie in het elektriciteitsdistributienet waarmee het gesloten distributienet gekoppeld is.

§ 2

De beheerder van het gesloten distributienet die een aanvraag voor injectie ontvangt, overlegt hierover met de beheerder van het gekoppelde elektriciteitsdistributienet.

Art. 7.2.4.
Installaties gelegen achter verschillende koppelpunten mogen zonder expliciete toestemming van de beheerder van het gekoppelde elektriciteitsdistributienet op geen enkele manier met elkaar verbonden worden.

Art. 7.2.5. Classificatie van elektriciteitsproductie-eenheden

Elektriciteitsproductie-eenheden, aangesloten op een gesloten distributienet, zijn conform de Europese netcode RfG op basis van drempelcriteria, als volgt geklasseerd in de types A, B, C of D:
type A: het maximaal vermogen van de eenheid is ≥ 0,8 kW en < 1 MW;
type B: het maximaal vermogen van de eenheid is ≥ 1 MW en < 25 MW;
type C: het maximaal vermogen van de eenheid is ≥ 25 MW en < 75 MW.
type D: het maximaal vermogen van de eenheid is ≥ 75 MW

Art. 7.2.6. Technische voorschriften voor elektriciteitsproductie-eenheden

§ 1

De beheerder van het gesloten distributienet legt de Algemene Toepassingseisen vast voor aansluitingen van elektriciteitsproductie-eenheden van types A, B en C op zijn gesloten distributienet, en maakt die bekend aan de marktpartijen die erom verzoeken.

§ 2

Nieuwe elektriciteitsproductie-eenheden van types A, B en C, of bestaande elektriciteitsproductie-eenheden van het Type C of D die een substantiële modernisering ondergaan, moeten voldoen aan de Algemene Toepassingseisen, vermeld in § 1.

§ 3

Indien de beheerder van het gesloten distributienet geen eigen Algemene Toepassingseisen bepaalt, zijn de technische voorschriften voor elektriciteitsproductie-eenheden aangesloten op het elektriciteitsdistributienet, waarvan sprake in Art. 2.2.52, van toepassing.

Afdeling 2.
Toegang tot het gesloten distributienet voor de achterliggende netgebruiker


Art. 7.2.7. (Her)indienstname van een achterliggend toegangspunt

§ 1

De beheerder van het gesloten distributienet voorziet in een eigen procedure voor de aanvraag door een achterliggende netgebruiker tot (her)indienstname van zijn achterliggend toegangspunt.

§ 2

Een nieuw of buiten dienst gesteld achterliggend toegangspunt kan pas in dienst genomen worden als de volgende voorwaarden vervuld zijn:
de achterliggende netgebruiker heeft de aansluitingsvoorwaarden van de beheerder van het gesloten distributienet voor de betrokken aansluiting aanvaard;
de door de achterliggende netgebruiker aangewezen achterliggende toegangshouder heeft de toegangsvoorwaarden van de beheerder van het gesloten distributienet aanvaard;
de achterliggende toegangshouder is zelf erkend evenwichtsverantwoordelijke of heeft een overeenkomst met een erkende evenwichtsverantwoordelijke.

§ 3

Als voldaan is aan de voorwaarden, vermeld in § 2, stelt de beheerder van het gesloten distributienet het achterliggend toegangspunt binnen redelijke termijn in dienst.

§ 4

De wijziging in het toegangsregister gebeurt om 00u00 lokale tijd op de dag van indienstname. De achterliggende netgebruiker en - indien van toepassing - de leverancier en/of achterliggende toegangshouder op het achterliggend toegangspunt worden hiervan op de hoogte gebracht door de beheerder van het gesloten distributienet.

§ 5

Behoudens andersluidende bepaling zijn de kosten voor (her)indienstname van een achterliggend toegangspunt voor rekening van de achterliggende netgebruiker.

Art. 7.2.8. Buitendienststelling van een achterliggend toegangspunt

§ 1

De beheerder van het gesloten distributienet voorziet in een procedure voor de aanvraag, door een achterliggende netgebruiker, tot buitendienststelling van zijn achterliggend toegangspunt. De beheerder van het gesloten distributienet zal het achterliggend toegangspunt steeds binnen redelijke termijn buiten dienst stellen. De wijziging in het toegangsregister gebeurt om 00u00 lokale tijd op de dag van buitendienststelling. De achterliggende netgebruiker en - indien van toepassing - de leverancier en/of achterliggende toegangshouder op het achterliggend toegangspunt worden hiervan op de hoogte gebracht door de beheerder van het gesloten distributienet.

§ 2

Behoudens andersluidende bepaling zijn de kosten voor buitendienststelling van een achterliggend toegangspunt voor rekening van de achterliggende netgebruiker.

Art. 7.2.9. Geplande onderbrekingen van de toegang tot het gesloten distributienet

In geval de beheerder van het gesloten distributienet werkzaamheden aan zijn net plant die een onderbreking van de toegang op één of meer achterliggende toegangspunten tot gevolg zullen hebben, brengt hij de betrokken achterliggende netgebruikers en achterliggende toegangshouders op deze achterliggende toegangspunten voorafgaandelijk op de hoogte van tijdstip en duur van deze onderbreking.

Art. 7.2.10. Ongeplande onderbrekingen van de toegang tot het gesloten distributienet

§ 1

De beheerder van het gesloten distributienet voorziet in een telefoonnummer waarop hij permanent bereikbaar is voor meldingen van onderbrekingen van de toegang en informatie over onderbrekingen kan worden verstrekt.

§ 2

Een producent op het gesloten distributienet en de beheerder van het gesloten distributienet zijn voor elkaar permanent bereikbaar.

§ 3

Bij ongeplande onderbrekingen van de toegang tot het gesloten distributienet informeert de beheerder van het gesloten distributienet desgevraagd de achterliggende netgebruiker of zijn leverancier over de aard en de te verwachten duur ervan.

Art. 7.2.11. Toegangsprogramma's

§ 1

De beheerder van het gesloten distributienet voor elektriciteit kan voor bepaalde achterliggende toegangspunten, volgens de grootte van de afgenomen of geïnjecteerde capaciteit of op basis van andere objectieve en niet-discriminerende criteria, dagelijks een toegangsprogramma eisen van de achterliggende toegangshouder. Ook kan hij voor die achterliggende toegangspunten jaarlijks vooruitzichten eisen.

§ 2

Als de achterliggende toegangshouder voorziet dat het werkelijke afname- of injectieprofiel sterk zal afwijken van het opgegeven toegangsprogramma of de meegedeelde vooruitzichten, brengt hij de beheerder van het gesloten distributienet voor elektriciteit daarvan onverwijld op de hoogte.

Art. 7.2.12. Compensatie van de netverliezen

In het kader van de levering van ondersteunende diensten compenseert de beheerder van het gesloten distributienet voor elektriciteit de energieverliezen in zijn net voor elke gebruiker van zijn net.

Hoofdstuk III.
Meting

Dit hoofdstuk bevat de voorschriften betreffende de meetinrichtingen, zoals bijvoorbeeld de voorschriften inzake de terbeschikkingstelling en de nauwkeurigheid.
Bepalingen inzake het gebruik door marktpartijen van de data die voortkomen uit de meetinrichting maken géén deel uit van deze code.

Afdeling 1.
Algemeen


Art. 7.3.1.

§ 1

De beheerder van het gesloten distributienet rust zijn net uit met voldoende meetinrichtingen opdat de afgenomen en geïnjecteerde energiehoeveelheden door middel van meetgegevens aan alle achterliggende toegangspunten kunnen toegewezen worden. De aan elk achterliggend toegangspunt toegewezen hoeveelheid afgenomen of geïnjecteerde energie wordt bepaald door minstens één meetinrichting.

§ 2

In afwijking van § 1 kunnen de afgenomen energiehoeveelheden ook forfaitair bepaald worden op basis van een overeengekomen verbruiksprofiel. In voorkomend geval maakt de beheerder van het gesloten distributienet de technische voorschriften die deze werkwijze toelichten bekend.

Art. 7.3.2.
Indien de beheerder van het gesloten distributienet zelf instaat voor de taken met betrekking tot de meetinrichtingen, hanteert hij dezelfde termijnen als deze die van toepassing zijn voor een elektriciteitsdistributienetbeheerder zoals vermeld onder Artikelen 3.1.22, 3.1.23, 3.1.26, 3.1.29, 3.2.5 en 3.2.7 van de meetcode.

Art. 7.3.3.
De meetinrichting op een achterliggend toegangspunt voldoet aan de minimale nauwkeurigheidsvereisten opgelegd aan de elektriciteitsdistributienetbeheerders bepaald in artikel 3.1.17, § 1 en § 2 van de meetcode zodra een andere partij dan de gesloten distributienetbeheerder voorziet in (een deel van) de levering op dat achterliggend toegangspunt en in elk geval bij een vervanging van de meetinrichting of de plaatsing van een nieuwe meetinrichting voor het achterliggend toegangspunt, voor zover geen andere regelgeving ter zake geldt.

Afdeling 2.
Storingen en fouten


Art. 7.3.4.
De beheerder van het gesloten distributienet voorziet in een procedure voor meldingen door de achterliggende netgebruiker van storingen of fouten bij de meting. Een achterliggende netgebruiker kan daarbij aan de beheerder een controle van de meetinrichting vragen.

Art. 7.3.5.
Een fout bij de meting wordt als significant beschouwd als ze groter is dan toegestaan is krachtens de toepasbare nauwkeurigheidsvereisten conform Art. 3.1.17 van de Meetcode.

Art. 7.3.6.
De beheerder van het gesloten distributienet zorgt ervoor dat een storing bij de meting of bij de dataoverdracht in een meetuitrusting die hij beheert, verholpen wordt binnen een termijn van zeven werkdagen tenzij anders vastgelegd in overleg met de achterliggende netgebruiker.

Art. 7.3.7.
De beheerder van het gesloten distributienet zorgt ervoor dat een fout, een defect of een onnauwkeurigheid aan de meetinrichting waarvoor hij verantwoordelijk is, verholpen wordt binnen een termijn van zeven werkdagen tenzij anders vastgelegd in overleg met de achterliggende netgebruiker.

Art. 7.3.8.
De beheerder van het gesloten distributienet draagt de kosten, verbonden aan de acties vermeld in Art. 7.3.7, als een significante fout kon worden vastgesteld. In het andere geval worden ze gedragen door de achterliggende netgebruiker die de controle aanvroeg.

Afdeling 3.
Meetuitrustingen bij decentrale productie-installaties en valorisatie van de flexibiliteit die een energieoverdracht met zich meebrengt


Art. 7.3.9. Meetuitrustingen bij decentrale productie-installaties

§ 1

Voor productie-installaties met een vermogen groter dan 10 kVA plaatst de elektriciteitsdistributienetbeheerder een meetinrichting met uitlezing van de productie op afstand.

§ 2

Voor het leveren, plaatsen en installeren van de meetinrichting van een decentrale productie-eenheid en voor het uitlezen en het beheer van de meetgegevens kan de achterliggende netgebruiker een beroep doen op de diensten van de elektriciteitsdistributienetbeheerder waarmee het gesloten distributienet is gekoppeld of van de gesloten distributienetbeheerder, als de meting op het achterliggend toegangspunt niet toelaat om de hoeveelheid geproduceerde elektriciteit eenduidig te bepalen. Die diensten en de verrekening van de kosten ervan worden contractueel bepaald.

Art. 7.3.10. Meetuitrustingen bij valorisatie van de flexibiliteit die een energieoverdracht met zich meebrengt

§ 1

De beheerder van het gesloten distributienet wisselt met de elektriciteitsdistributienetbeheerder de meetgegevens en andere gegevens, nodig voor de valorisatie van flexibiliteit die een energieoverdracht met zich meebrengt, uit. Zij komen de meest efficiënte manier om deze informatie-uitwisseling te organiseren overeen.

§ 2

Als de beheerder van het gesloten distributienet geen eigen meetin richting heeft die toelaat om het geactiveerde volume flexibiliteit eenduidig te bepalen op het achterliggend toegangspunt, of als de meting dit niet toelaat, kan de achterliggende netgebruiker of zijn gemandateerde derde een beroep doen op de diensten van de beheerder van het net waarop het gesloten net gekoppeld is voor het installeren van de meetin richting, en het uitlezen en het beheer van de meetgegevens voor valorisatie van de flexibiliteit die een energieoverdracht met zich meebrengt.
Die diensten, en de verrekening van de kosten ervan, worden contractueel bepaald.

§ 3

De beheerder van het gesloten distributienet kan de levering, plaatsing en het onderhoud van meetinrichting voor de valorisatie van de flexibiliteit die een energieoverdracht met zich meebrengt door een derde partij toelaten. In dat geval bepaalt hij hiertoe de voorwaarden, die conform de bepalingen van dit reglement moeten zijn.

Hoofdstuk IV.
Markt

Dit hoofdstuk bevat de voorschriften met betrekking tot:
de voorwaarden en plichten gerelateerd aan het verkrijgen van toegang tot het gesloten distributienet;
de rollen en verantwoordelijkheden van de beheerder van het gesloten distributienet en de marktpartijen bij het uitwisselen van informatie in het kader van de toegang;
de registratie en het gebruik van technische, relationele en meetgegevens in het kader van toegang.

Afdeling 1.
Registratie van gegevens


Onderafdeling 1.
Toekenning van achterliggend toegangspunt


Art. 7.4.1.
Aan elke achterliggende netgebruiker wordt, voor zijn afname, minstens één achterliggend toegangspunt toegekend.
Aan een achterliggende netgebruiker die zowel elektriciteit injecteert op als afneemt van het gesloten distributienet wordt een apart achterliggend toegangspunt voor injectie en één voor afname toegekend.
De achterliggende netgebruiker heeft het recht op de mogelijkheid om, voor een oplaadpunt voor elektrische voertuigen, een aparte leverancier te kiezen. Zo nodig wordt hiertoe voorzien in een apart achterliggend toegangspunt voor dit oplaadpunt.

Art. 7.4.2.
Mits akk`1oord van de achterliggende netgebruiker kan de beheerder van het gesloten distributienet meerdere fysieke afnamepunten of injectiepunten van de achterliggende netgebruiker in het gesloten distributienet toewijzen aan één achterliggend toegangspunt voor afname of injectie. Deze groepering kan evenwel op gemotiveerde vraag van de achterliggende netgebruiker herzien worden.

Onderafdeling 2.
Toegangsregister


Art. 7.4.3.
Als verantwoordelijke voor het beheer van het toegangsregister houdt de beheerder van een gesloten distributienet de hierin opgenomen informatie actueel, met inbegrip van de verwerking van de gegevens van de achterliggende netgebruikers ook als die worden aangeleverd door de toegangshouders tot het gesloten distributienet.

Art. 7.4.4.
Het toegangsregister van een gesloten distributienet bevat dezelfde gegevens als deze voor elektriciteitsdistributienetten zoals vermeld onder art 4.1.5, voor zover deze van toepassing zijn in een gesloten distributienet.

Afdeling 2.
Toegang tot het net voor de toegangshouder


Art. 7.4.5. Toegangsprocedure

§ 1

Om toegang tot het gesloten distributienet te verkrijgen moet een toegangsaanvraag worden ingediend bij de beheerder van het gesloten distributienet.

§ 2

Elke toegangsaanvraag wordt ingediend volgens de procedure bepaald door de beheerder van het gesloten distributienet. De toegangsprocedure specificeert de ontvankelijkheidsvoorwaarden van een toegangsaanvraag.

Art. 7.4.6. Verklaringen en garanties van de toegangshouder en de evenwichtsverantwoordelijke

§ 1

De achterliggende toegangshouder verklaart en garandeert ten opzichte van de beheerder van het gesloten distributienet dat vanaf de datum van het verkrijgen van toegang en tot beëindiging van die toegang, alle door hem geplande afnames en injecties gedekt zijn of gedekt zullen zijn door een leverings- of aankoopcontract.

§ 2

Als de achterliggende toegangshouder niet zelf de evenwichtsverantwoordelijke is, moet hij voor elke evenwichtsverantwoordelijke met wie hij in dat verband samenwerkt, een door hem en de evenwichtsverantwoordelijke ondertekende verklaring aan de beheerder van het gesloten distributienet bezorgen. In die verklaring wordt de samenwerking van de beide partijen bevestigd met betrekking tot (een deel van) de achterliggende toegangspunten waarop de achterliggende toegangshouder toegang tot het gesloten distributienet heeft. De beheerder van het gesloten distributienet stelt een modelverklaring op.

§ 3

De achterliggende toegangshouder verklaart en garandeert, voor wat de toegang tot gekoppelde netten betreft, ten opzichte van de beheerder van het gesloten distributienet, dat hij de nodige contracten zal afsluiten zodat de toegang tot het gesloten distributienet voor alle injecties en afnames gedekt is.

§ 4

De achterliggende toegangshouder of de evenwichtsverantwoordelijke waarschuwt de beheerder van het gesloten distributienet onmiddellijk als de verklaringen of garanties bepaald in § 1, § 2 en § 3 vervallen.

Art. 7.4.7. Toegangsvoorwaarden

Om toegang tot het net te verkrijgen moet de toegangshouder de toegangsvoorwaarden, bepaald door de beheerder van het gesloten distributienet, aanvaarden.

Afdeling 2.
Marktfacilitatie


Onderafdeling 1.
Informatie-uitwisseling


Art. 7.4.8.
De beheerder van het gesloten distributienet voorziet in een transparant en toegankelijk systeem van informatie-uitwisseling met andere partijen. Wat betreft de informatiestromen en de termijnen voor de communicatie met de toegangshouders tot het gesloten distributienet, de evenwichtsverantwoordelijken en de beheerders van de gekoppelde netten, respecteert de beheerder van het gesloten distributienet de afspraken zoals verwoord in de UMIG, waarbij hij voor zijn gebied de rol van elektriciteitsdistributienetbeheerder overneemt.

Onderafdeling 2.
Processen die een wijziging op het toegangspunt teweegbrengen


Art. 7.4.9.
Elke wijziging van leverancier op een achterliggend toegangspunt moet minstens eenentwintig kalenderdagen vooraf aan de beheerder van het gesloten distributienet gemeld worden conform de voorwaarden die gelden op het gesloten distributienet.

Art. 7.4.10.
In het gesloten distributienet is voor alle achterliggende toegangspunten voor injectie het gemeten gebruiksprofiel van toepassing, d.w.z. dat de meetuitrusting(en) voor injectie worden uitgerust met tele-opname. De bepalingen onder Hoofdstuk II, Afdeling 1 (bijzondere bepalingen betreft grootverbruiksmeetinrichtingen) van de Meetcode zijn ook van toepassing voor de beheerder van het gesloten distributienet voor elektriciteit.

Art. 7.4.11.
Indien de beheerder van het gesloten distributienet het beheer van het toegangsregister uitbesteedt aan de elektriciteitsdistributienetbeheerder, zijn dezelfde artikels voor berichten van wijziging van toepassing als deze voor het elektriciteitsdistributienet.

Art. 7.4.12.

§ 1

Als de beheerder van het gesloten distributienet het beheer van het toegangsregister niet uitbesteedt aan de elektriciteitsdistributienetbeheerder, voorziet hij in een eigen interne procedure voor
de wijziging van leverancier op een achterliggend toegangspunt;
de wijziging van elektriciteitsdistributienetgebruiker en gecombineerde wissel van elektriciteitsdistributienetgebruiker en leverancier op een achterliggend toegangspunt;
de wijziging van evenwichtsverantwoordelijke op een achterliggend toegangspunt;
de opzegging van contract door een leverancier op een achterliggend toegangspunt;
de situatie waarbij een nieuwe leverancier zich meldt voor een achterliggend toegangspunt waarop een andere leverancier zijn contractuele overeenkomst beëindigt;
de melding van mogelijke fouten in de informatie van een achterliggend toegangspunt tussen de leverancier en de beheerder van het gesloten distributienet.

§ 2

De beheerder van het gesloten distributienet beantwoordt de verzoeken of vragen van achterliggende netgebruikers hieromtrent binnen redelijke termijn.

Art. 7.4.13.
Als er geen leverancierswissel heeft plaatsgevonden op de door de leverancier aangevraagde einddatum voor de levering, levert de beheerder van het gesloten distributienet tot op het moment van de afsluiting.

Onderafdeling 3.
Processen gekoppeld aan het verwerken van meetgegevens


Art. 7.4.14.
Indien de beheerder van het gesloten distributienet overeenkomstig art. 4.6.3. van het Energiedecreet bepaalde taken met betrekking tot de meetgegevens uitbesteedt aan de beheerder van het net waaraan zijn net gekoppeld is, handelt de elektriciteitsdistributienetbeheerder hierbij niet-discriminatoir met de mogelijkheid de taak uit te voeren conform de werkwijze voor zijn eigen net met uitzondering van de bepalingen in Art. 7.3.3.

Art. 7.4.15. Validatie, correctie en schatting van meetgegevens

De beheerder van het gesloten distributienet voorziet in een eigen methodiek voor de validatie, correctie en schatting van de meetgegevens.

Art. 7.4.16. Rechtzettingen uitgewisselde meetgegevens

Mogelijke fouten in de informatie van een achterliggend toegangspunt met betrekking tot de uitgewisselde meetgegevens worden door de achterliggende toegangshouder en de beheerder van het gesloten distributienet onmiddellijk aan elkaar gemeld. De beheerder van het gesloten distributienet stelt een procedure op voor de melding en de rechtzetting van de fouten.

Art. 7.4.17. Rechtzettingen uitgewisselde meetgegevens

In geval van uitbesteding overeenkomstig Art. 7.4.14 mag de beheerder van het gekoppelde elektriciteitsdistributienet voor rechtzettingen handelen overeenkomstig Art. 4.3.36.

Onderafdeling 4.
Processen gekoppeld aan de toewijzing van afgenomen, geïnjecteerde, verbruikte en geproduceerde hoeveelheden elektriciteit


Art. 7.4.18. Reconciliatie

De beheerder van het gesloten distributienet en de toegangshouders tot het gesloten distributienet, zodra deze toegang krijgen, nemen deel aan de financiële afhandeling voor de betrokken maand zoals vermeld in Art. 4.3.40.

Onderafdeling 5.
Processen gekoppeld aan het ter beschikking stellen van meetgegevens ten behoeve van facturatie in het kader van een energiecontract


Art. 7.4.19. Ter beschikking stellen van meetgegevens

De beheerder van het gesloten distributienet stelt per achterliggend toegangspunt aan de achterliggende toegangshouder, leverancier of producent en de evenwichtsverantwoordelijke de nodige meetgegevens ter beschikking per elementaire periode, zoals bepaald in Art. 3.1.2, § 2, en per maand, in een vorm, met een snelheid en een frequentie zoals afgesproken met de betrokken partij, waarbij de bestaande marktprocessen voor elektriciteitsdistributienetten niet worden vertraagd.

Art. 7.4.20. Historische verbruiksgegevens

De beheerder van het gesloten distributienet voorziet in een procedure waarbij een nieuwe leverancier in geval van een leverancierswissel de beschikbare historische verbruiksgegevens van de laatste drie jaar op het achterliggend toegangspunt gratis kan opvragen.

Art. 7.4.21. Historische verbruiksgegevens

De beheerder van het gesloten distributienet voorziet in een procedure waarbij een achterliggende netgebruiker maximaal één keer per jaar de beschikbare historische verbruiks- of injectiegegevensvan de laatste drie jaar op zijn achterliggend toegangspunt gratis kan opvragen.

Hoofdstuk V.
Samenwerking

Dit hoofdstuk bevat de voorschriften met betrekking tot de koppeling tussen een gesloten distributienet en het elektriciteitsdistributienet.

Art. 7.5.1.
Het koppelpunt tussen het gesloten distributienet en het elektriciteitsdistributienet wordt door de elektriciteitsdistributienetbeheerder uitgerust met een meetinrichting met afzonderlijke registratie van afnames en injecties per elementaire periode via tele-opname.

Art. 7.5.2.

§ 1

De installaties van het koppelpunt tussen het gesloten distributienet en het elektriciteitsdistributienet moeten beantwoorden aan alle wettelijke en reglementaire bepalingen die van toepassing zijn op het gekoppelde net.

§ 2

Er wordt tussen de beheerder van het gesloten distributienet en de elektriciteitsdistributienetbeheerder een overeenkomst opgesteld die alle operationele bepalingen m.b.t. het koppelpunt bevat, zoals:
de wederzijdse rechten en plichten met betrekking tot het geheel van uitrustingen nodig om het gesloten distributienette koppelen aan het net. In afwachting van deze bepalingen blijven de vroeger gemaakte afspraken rond de aansluiting verder van kracht, voor zover ze niet strijdig zijn met dit reglement;
de afspraken, wederzijdse rechten en plichten met betrekking tot de uitwisseling van de gegevens op de achterliggende toegangspunten;
de modaliteiten van een eventuele uitbesteding van taken door de beheerder van het gesloten distributienet aan de elektriciteitsdistributienetbeheerder en dit krachtens het Energiedecreet;
de afspraken omtrent de coördinatie van maatregelen te nemen tijdens incidenten, noodsituaties of operationele problemen overeenkomstig de bepalingen in Art. 1.5.3.;
de frequentie waarmee, de vorm waarin en de inhoud van de gegevens die de beheerder van het gesloten distributienet aan de elektriciteitsdistributienetbeheerder zal overmaken in het kader van de opmaak van het investeringsplan voor het elektriciteitsdistributienet onder Art. 2.1.10.

Art. 7.5.3.
In geval van een aanvraag van de beheerder van een gesloten distributienet aan een elektriciteitsdistributienetbeheerder voor
een nieuwe koppeling of
een wijziging of verzwaring van een bestaande koppeling
zijn de procedures van aanvraag en behandeling volgens aansluiting met studie zoals beschreven onder Art. 2.2.23 en volgende overeenkomstig van toepassing.