Hoofdstuk I.
Algemene beginselen


Afdeling 1.
Taken en verplichtingen


Art. 7.1.1.
De beheerder van het gesloten distributienet voert alle taken uit en komt alle verplichtingen na die hem opgelegd worden krachtens de geldende wetgeving en reglementering, in het bijzonder deze die betrekking hebben op de veiligheidsmaatregelen bij de oprichting en de exploitatie van installaties voor de distributie van elektriciteit door middel van leidingen.
De bepalingen in de titels I tot VI van dit reglement zijn niet van toepassing op gesloten distributienetten, behalve de definities bepaald in Art. 1.1.2 en behalve die specifieke artikelen in dit reglement waarin uitdrukkelijk bepaald is dat zij ook van toepassing zijn op gesloten distributienetten.

Art. 7.1.2.
De beheerder van het gesloten distributienet stelt al wat redelijkerwijs binnen zijn mogelijkheden ligt in het werk om onderbrekingen van de toegang tot zijn net te voorkomen, of indien een onderbreking optreedt, die zo snel mogelijk te verhelpen.

Art. 7.1.3.
De beheerder van het gesloten distributienet stelt voorschriften, procedures, modelcontracten en formulieren op en maakt ze bekend aan een achterliggende netgebruiker, producent, leverancier, toegangshouder, evenwichtsverantwoordelijke of de VREG indien deze er om verzoekt.

Art. 7.1.4.
Met inachtname van de wettelijke en reglementaire bepalingen moet de beheerder van een gesloten distributienet technische en organisatorische maatregelen uitwerken met betrekking tot de met andere partijen uit te wisselen gegevens met het oog op het waarborgen van de confidentialiteit.

Afdeling 2.
Noodsituatie


Art. 7.1.5.

§ 1

De beheerder van het gesloten distributienet is bevoegd alle handelingen te stellen die hij nodig acht met het oog op de veiligheid en de betrouwbaarheid van zijn net in geval van een noodsituatie als vermeld in Art. 1.5.1.

§ 2

De handelingen die de beheerder van het gesloten distributienet bij een noodsituatie oplegt met betrekking tot de elektrische installaties aangesloten op zijn net, verbinden alle betrokken personen.

§ 3

Als een noodsituatie gelijktijdig betrekking heeft op het elektriciteitsdistributienet en het gesloten distributienet, moeten de maatregelen tussen de beheerders van deze netten onderling worden gecoördineerd.

§ 4

De handelingen van de beheerder van het gesloten distributienet volgens § 1 zijn in overeenstemming met deze die werden of worden uitgevoerd door de beheerder van het gekoppelde elektriciteitsdistributienet.

Afdeling 3.
Behandeling van gegevens


Art. 7.1.6.
De achterliggende netgebruiker heeft toegang tot de technische en relationele gegevens en meetgegevens gerelateerd aan zijn aansluiting binnen de termijnen en overeenkomstig de modaliteiten beschreven in dit reglement.