Art. 7.1.5.

§ 1

De beheerder van het gesloten distributienet is bevoegd alle handelingen te stellen die hij nodig acht met het oog op de veiligheid en de betrouwbaarheid van zijn net in geval van een noodsituatie als vermeld in Art. 1.5.1.

§ 2

De handelingen die de beheerder van het gesloten distributienet bij een noodsituatie oplegt met betrekking tot de elektrische installaties aangesloten op zijn net, verbinden alle betrokken personen.

§ 3

Als een noodsituatie gelijktijdig betrekking heeft op het elektriciteitsdistributienet en het gesloten distributienet, moeten de maatregelen tussen de beheerders van deze netten onderling worden gecoördineerd.

§ 4

De handelingen van de beheerder van het gesloten distributienet volgens § 1 zijn in overeenstemming met deze die werden of worden uitgevoerd door de beheerder van het gekoppelde elektriciteitsdistributienet.