Hoofdstuk II.
Net

Dit hoofdstuk bevat de voorschriften met betrekking tot
de aansluiting op het gesloten distributienet;
de toegang tot het gesloten distributienet;
de wederzijdse rechten en plichten van de beheerder van het gesloten distributienet en de achterliggende netgebruiker.

Afdeling 1.
Aansluiting op het gesloten distributienet


Art. 7.2.1.
De beheerder van het gesloten distributienet voor elektriciteit voorziet:
in een procedure voor het verwerken en uitvoeren van aanvragen voor aansluiting op het gesloten distributienet;
in aansluitingsvoorwaarden geldend voor elke achterliggende netgebruiker; deze voorwaarden omvatten de rechten en plichten van de beheerder en de gebruiker m.b.t. de aansluiting op het gesloten distributienet;
in procedures voor het verwerken van aanvragen voor het wijzigen of verzwaren van een bestaande aansluiting op het gesloten distributienet;
in procedures voor het wegnemen of verzegelen van een bestaande aansluiting op het gesloten distributienet;
in een procedure voor de ontvangst, behandeling en registratie van klachten van achterliggende netgebruikers.

Art. 7.2.2.
Elke aansluiting, alsook elke installatie die op het gesloten distributienet is aangesloten, moet voldoen aan de normen en de reglementering die op elektrische installaties van toepassing zijn.

Art. 7.2.3.

§ 1

De voorwaarden voor injectie in het gesloten distributienet zijn gelijk aan de voorwaarden voor injectie in het elektriciteitsdistributienet waarmee het gesloten distributienet gekoppeld is.

§ 2

De beheerder van het gesloten distributienet die een aanvraag voor injectie ontvangt, overlegt hierover met de beheerder van het gekoppelde elektriciteitsdistributienet.

Art. 7.2.4.
Installaties gelegen achter verschillende koppelpunten mogen zonder expliciete toestemming van de beheerder van het gekoppelde elektriciteitsdistributienet op geen enkele manier met elkaar verbonden worden.

Art. 7.2.5. Classificatie van elektriciteitsproductie-eenheden

Elektriciteitsproductie-eenheden, aangesloten op een gesloten distributienet, zijn conform de Europese netcode RfG op basis van drempelcriteria, als volgt geklasseerd in de types A, B, C of D:
type A: het maximaal vermogen van de eenheid is ≥ 0,8 kW en < 1 MW;
type B: het maximaal vermogen van de eenheid is ≥ 1 MW en < 25 MW;
type C: het maximaal vermogen van de eenheid is ≥ 25 MW en < 75 MW.
type D: het maximaal vermogen van de eenheid is ≥ 75 MW

Art. 7.2.6. Technische voorschriften voor elektriciteitsproductie-eenheden

§ 1

De beheerder van het gesloten distributienet legt de Algemene Toepassingseisen vast voor aansluitingen van elektriciteitsproductie-eenheden van types A, B en C op zijn gesloten distributienet, en maakt die bekend aan de marktpartijen die erom verzoeken.

§ 2

Nieuwe elektriciteitsproductie-eenheden van types A, B en C, of bestaande elektriciteitsproductie-eenheden van het Type C of D die een substantiële modernisering ondergaan, moeten voldoen aan de Algemene Toepassingseisen, vermeld in § 1.

§ 3

Indien de beheerder van het gesloten distributienet geen eigen Algemene Toepassingseisen bepaalt, zijn de technische voorschriften voor elektriciteitsproductie-eenheden aangesloten op het elektriciteitsdistributienet, waarvan sprake in Art. 2.2.52, van toepassing.

Afdeling 2.
Toegang tot het gesloten distributienet voor de achterliggende netgebruiker


Art. 7.2.7. (Her)indienstname van een achterliggend toegangspunt

§ 1

De beheerder van het gesloten distributienet voorziet in een eigen procedure voor de aanvraag door een achterliggende netgebruiker tot (her)indienstname van zijn achterliggend toegangspunt.

§ 2

Een nieuw of buiten dienst gesteld achterliggend toegangspunt kan pas in dienst genomen worden als de volgende voorwaarden vervuld zijn:
de achterliggende netgebruiker heeft de aansluitingsvoorwaarden van de beheerder van het gesloten distributienet voor de betrokken aansluiting aanvaard;
de door de achterliggende netgebruiker aangewezen achterliggende toegangshouder heeft de toegangsvoorwaarden van de beheerder van het gesloten distributienet aanvaard;
de achterliggende toegangshouder is zelf erkend evenwichtsverantwoordelijke of heeft een overeenkomst met een erkende evenwichtsverantwoordelijke.

§ 3

Als voldaan is aan de voorwaarden, vermeld in § 2, stelt de beheerder van het gesloten distributienet het achterliggend toegangspunt binnen redelijke termijn in dienst.

§ 4

De wijziging in het toegangsregister gebeurt om 00u00 lokale tijd op de dag van indienstname. De achterliggende netgebruiker en - indien van toepassing - de leverancier en/of achterliggende toegangshouder op het achterliggend toegangspunt worden hiervan op de hoogte gebracht door de beheerder van het gesloten distributienet.

§ 5

Behoudens andersluidende bepaling zijn de kosten voor (her)indienstname van een achterliggend toegangspunt voor rekening van de achterliggende netgebruiker.

Art. 7.2.8. Buitendienststelling van een achterliggend toegangspunt

§ 1

De beheerder van het gesloten distributienet voorziet in een procedure voor de aanvraag, door een achterliggende netgebruiker, tot buitendienststelling van zijn achterliggend toegangspunt. De beheerder van het gesloten distributienet zal het achterliggend toegangspunt steeds binnen redelijke termijn buiten dienst stellen. De wijziging in het toegangsregister gebeurt om 00u00 lokale tijd op de dag van buitendienststelling. De achterliggende netgebruiker en - indien van toepassing - de leverancier en/of achterliggende toegangshouder op het achterliggend toegangspunt worden hiervan op de hoogte gebracht door de beheerder van het gesloten distributienet.

§ 2

Behoudens andersluidende bepaling zijn de kosten voor buitendienststelling van een achterliggend toegangspunt voor rekening van de achterliggende netgebruiker.

Art. 7.2.9. Geplande onderbrekingen van de toegang tot het gesloten distributienet

In geval de beheerder van het gesloten distributienet werkzaamheden aan zijn net plant die een onderbreking van de toegang op één of meer achterliggende toegangspunten tot gevolg zullen hebben, brengt hij de betrokken achterliggende netgebruikers en achterliggende toegangshouders op deze achterliggende toegangspunten voorafgaandelijk op de hoogte van tijdstip en duur van deze onderbreking.

Art. 7.2.10. Ongeplande onderbrekingen van de toegang tot het gesloten distributienet

§ 1

De beheerder van het gesloten distributienet voorziet in een telefoonnummer waarop hij permanent bereikbaar is voor meldingen van onderbrekingen van de toegang en informatie over onderbrekingen kan worden verstrekt.

§ 2

Een producent op het gesloten distributienet en de beheerder van het gesloten distributienet zijn voor elkaar permanent bereikbaar.

§ 3

Bij ongeplande onderbrekingen van de toegang tot het gesloten distributienet informeert de beheerder van het gesloten distributienet desgevraagd de achterliggende netgebruiker of zijn leverancier over de aard en de te verwachten duur ervan.

Art. 7.2.11. Toegangsprogramma's

§ 1

De beheerder van het gesloten distributienet voor elektriciteit kan voor bepaalde achterliggende toegangspunten, volgens de grootte van de afgenomen of geïnjecteerde capaciteit of op basis van andere objectieve en niet-discriminerende criteria, dagelijks een toegangsprogramma eisen van de achterliggende toegangshouder. Ook kan hij voor die achterliggende toegangspunten jaarlijks vooruitzichten eisen.

§ 2

Als de achterliggende toegangshouder voorziet dat het werkelijke afname- of injectieprofiel sterk zal afwijken van het opgegeven toegangsprogramma of de meegedeelde vooruitzichten, brengt hij de beheerder van het gesloten distributienet voor elektriciteit daarvan onverwijld op de hoogte.

Art. 7.2.12. Compensatie van de netverliezen

In het kader van de levering van ondersteunende diensten compenseert de beheerder van het gesloten distributienet voor elektriciteit de energieverliezen in zijn net voor elke gebruiker van zijn net.