Art. 7.2.8. Buitendienststelling van een achterliggend toegangspunt

1

De beheerder van het gesloten distributienet voorziet in een procedure voor de aanvraag, door een achterliggende netgebruiker, tot buitendienststelling van zijn achterliggend toegangspunt. De beheerder van het gesloten distributienet zal het achterliggend toegangspunt steeds binnen redelijke termijn buiten dienst stellen. De wijziging in het toegangsregister gebeurt om 00u00 lokale tijd op de dag van buitendienststelling. De achterliggende netgebruiker en - indien van toepassing - de leverancier en/of achterliggende toegangshouder op het achterliggend toegangspunt worden hiervan op de hoogte gebracht door de beheerder van het gesloten distributienet.

2

Behoudens andersluidende bepaling zijn de kosten voor buitendienststelling van een achterliggend toegangspunt voor rekening van de achterliggende netgebruiker.