Art. 7.2.11. Toegangsprogramma's

ž 1

De beheerder van het gesloten distributienet voor elektriciteit kan voor bepaalde achterliggende toegangspunten, volgens de grootte van de afgenomen of ge´njecteerde capaciteit of op basis van andere objectieve en niet-discriminerende criteria, dagelijks een toegangsprogramma eisen van de achterliggende toegangshouder. Ook kan hij voor die achterliggende toegangspunten jaarlijks vooruitzichten eisen.

ž 2

Als de achterliggende toegangshouder voorziet dat het werkelijke afname- of injectieprofiel sterk zal afwijken van het opgegeven toegangsprogramma of de meegedeelde vooruitzichten, brengt hij de beheerder van het gesloten distributienet voor elektriciteit daarvan onverwijld op de hoogte.