Art. 7.3.3.
De meetinrichting op een achterliggend toegangspunt voldoet aan de minimale nauwkeurigheidsvereisten opgelegd aan de elektriciteitsdistributienetbeheerders bepaald in artikel 3.1.17, § 1 en § 2 van de meetcode zodra een andere partij dan de gesloten distributienetbeheerder voorziet in (een deel van) de levering op dat achterliggend toegangspunt en in elk geval bij een vervanging van de meetinrichting of de plaatsing van een nieuwe meetinrichting voor het achterliggend toegangspunt, voor zover geen andere regelgeving ter zake geldt.