Onderafdeling 1.
Toekenning van achterliggend toegangspunt


Art. 7.4.1.
Aan elke achterliggende netgebruiker wordt, voor zijn afname, minstens één achterliggend toegangspunt toegekend.
Aan een achterliggende netgebruiker die zowel elektriciteit injecteert op als afneemt van het gesloten distributienet wordt een apart achterliggend toegangspunt voor injectie en één voor afname toegekend.
De achterliggende netgebruiker heeft het recht op de mogelijkheid om, voor een oplaadpunt voor elektrische voertuigen, een aparte leverancier te kiezen. Zo nodig wordt hiertoe voorzien in een apart achterliggend toegangspunt voor dit oplaadpunt.

Art. 7.4.2.
Mits akk`1oord van de achterliggende netgebruiker kan de beheerder van het gesloten distributienet meerdere fysieke afnamepunten of injectiepunten van de achterliggende netgebruiker in het gesloten distributienet toewijzen aan één achterliggend toegangspunt voor afname of injectie. Deze groepering kan evenwel op gemotiveerde vraag van de achterliggende netgebruiker herzien worden.