Decreet economisch ondersteuningsbeleid
Decreet van 16 maart 2012 betreffende het economisch ondersteuningsbeleid

Hoofdstuk 1.
Algemeen


Afdeling 1.
Algemene bepalingen


Artikel 1.
Dit decreet regelt een gewestaangelegenheid.

Art. 2.
De Vlaamse Regering kan met betrekking tot categorieën van steun, vermeld in dit decreet, en met inachtneming van de regels, vermeld in dit decreet, steun verlenen aan projecten inzake het economisch ondersteuningsbeleid binnen de vastgestelde begrotingskredieten.

Afdeling 2.
Definities


Art. 3.
In dit decreet wordt verstaan onder:
[onderneming: iedere entiteit, ongeacht haar rechtsvorm, die een economische activiteit uitoefent;]
kleine ondernemingen: ondernemingen die, rekening houdend met de partner en verbonden ondernemingen als vermeld in bijlage I van de algemene groepsvrijstellingsverordening, cumulatief aan al de volgende voorwaarden voldoen:
a)
minder dan 50 werkzame personen tewerkstellen;
b)
een jaaromzet of een jaarlijks balanstotaal hebben van maximaal 10 miljoen euro;
middelgrote ondernemingen: ondernemingen die, rekening houdend met de partner en verbonden ondernemingen als vermeld in bijlage I van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening, cumulatief aan al de volgende voorwaarden voldoen:
a)
minder dan 250 werkzame personen tewerkstellen;
b)
een jaaromzet hebben van maximaal 50 miljoen euro, of een jaarlijks balanstotaal van maximaal 43 miljoen euro;
c)
geen kleine onderneming zijn;
grote ondernemingen: ondernemingen die niet ressorteren onder de categorie kleine of middelgrote onderneming;
steun: [elke vorm van financiering, met inbegrip van staatssteun]. [Staatssteun is elke maatregel die voldoet aan alle criteria, vermeld in artikel 107 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie;]
steunintensiteit: het steunbedrag, uitgedrukt als een brutopercentage van de in aanmerking komende kosten of investeringen van het project, voor aftrek van de belastingen of andere heffingen;
[regionale steunkaart: een kaart met gebieden die op sociaal-economisch gebied achtergebleven zijn en beantwoorden aan de voorwaarden, vermeld in de Europese richtsnoeren inzake regionale steunmaatregelen 2014 - 2020 (Publicatieblad van 23 juli 2013 C 209, blz. 1 - 45). Die gebieden zijn voor Vlaanderen vastgelegd in de regionale steunkaart van het Vlaamse Gewest, goedgekeurd door de Europese Commissie op 16 september 2014 en door de Vlaamse Regering op 21 november 2014 voor de periode van 1 juli 2014 tot en met 31 december 2020. Als de steunkaart wordt herzien door de Europese Commissie of de Vlaamse Regering, wordt de nieuwe steunkaart in aanmerking genomen;]
[algemene groepsvrijstellingsverordening: verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (Publicatieblad van 26 juni 2014, L 187, blz. 1 - 78), en de latere wijzigingen ervan;]
[de-minimisverordening: verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie op de-minimissteun (Publicatieblad van 24 december [2013], L 352, blz. 1 - 8), en de latere wijzigingen ervan;]
10°
[richtsnoeren inzake milieu: richtsnoeren staatssteun ten behoeve van milieubescherming en energie 2014-2020 (Publicatieblad van 28 juni 2014, C 200, blz. 1 - 55), en de latere wijzigingen ervan;]
11°
[richtsnoeren inzake reddings- en herstructureringssteun: richtsnoeren inzake reddings- en herstructureringssteun aan niet-financiële ondernemingen in moeilijkheden (Publicatieblad van 31 juli 2014, C 249, blz. 1 - 28), en de latere wijzigingen ervan;]
12°
Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie: het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, ondertekend te Rome op 25 maart 1957, laatst gewijzigd bij het Verdrag van Lissabon tot wijziging van het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, ondertekend te Lissabon, 13 december 2007 (Publicatieblad van 30 maart 2010, C83), en alle latere wijzigingen.

Afdeling 3.
Algemene voorwaarden


Art. 4.
De cumulatie van steun, zoals vermeld in artikel 107 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie, ongeacht de bron, hetzij Europees, federaal, Vlaams, provinciaal of gemeentelijk niveau, en in welke vorm ook verleend, met betrekking tot dezelfde investeringen of kosten mag niet tot gevolg hebben dat de geldende Europese maximumsteunplafonds worden overschreden.
De Vlaamse Regering kan een verbod van cumulatie van steun voor dezelfde investeringen of kosten opleggen.

Art. 5.
Er kan alleen steun worden verleend als die een stimulerend effect heeft. De Vlaamse Regering bepaalt wanneer aan die voorwaarde is voldaan.

Afdeling 4.
Voorwaarden met betrekking tot steun toegekend overeenkomstig hoofdstuk 2 en 3


Art. 6.
Voor kleine en middelgrote ondernemingen moet het project betrekking hebben op een initiële investering als vermeld in artikel 2, punt 49, artikel 14, punt 3 en artikel 17, punt 3, van de algemene groepsvrijstellingsverordening.
Voor grote ondernemingen moet het project betrekking hebben op een initiële investering ten behoeve van een nieuwe economische activiteit als vermeld in artikel 2, punt 50 en 51, en artikel 14, punt 3, van de algemene groepsvrijstellingsverordening.

Art. 7.
De investeringen moeten gedurende vijf jaar door de onderneming worden geëxploiteerd en moeten behouden blijven, met uitzondering van installaties of uitrustingen die door snelle technologische veranderingen verouderd zijn en worden vervangen, op voorwaarde dat de economische activiteiten gedurende die in dit artikel bepaalde periode in de onderneming behouden blijven.
De Vlaamse Regering kan beslissen dat de investeringen door kleine en middelgrote ondernemingen gedurende drie jaar geëxploiteerd en behouden moeten blijven.

Art. 8.
De investeringen moeten in het actief van de ondernemingsbalans worden opgenomen, als vaste activa afgeschreven worden, met uitzondering van gronden, en moeten tegen marktvoorwaarden verworven worden van een derde. Onder derde wordt verstaan een onderneming die geen partner of verbonden onderneming is als vermeld in bijlage I van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening.

Art. 9.
[...]

Hoofdstuk 2.
Investeringssteun


Afdeling 1.
Toepassingsgebied


Art. 10.
De Vlaamse Regering kan steun verlenen aan kleine ondernemingen en middelgrote ondernemingen voor investeringen in het Vlaamse Gewest onder de voorwaarden, vermeld in de Algemene Groepsvrijstellingsverordening, dit decreet en de uitvoeringsbesluiten. Aan de grote ondernemingen kan ze alleen steun verlenen voor investeringen in de regionale steunkaart onder de voorwaarden, vermeld in de Algemene Groepsvrijstellingsverordening, dit decreet en de uitvoeringsbesluiten.

Afdeling 2.
Steunintensiteit


Art. 11.
De steunintensiteit wordt berekend als een percentage van de in aanmerking komende investeringen.
De Vlaamse Regering kan de volgende materiële investeringen in aanmerking nemen: investeringen in grond, gebouwen, machines, installaties en uitrusting.
De Vlaamse Regering kan de volgende immateriële investeringen in aanmerking nemen: activa die de technologieoverdracht inhouden door de verwerving van octrooirechten, licenties, knowhow of niet-geoctrooieerde technische kennis.

Art. 12.
De Vlaamse Regering kan binnen het volledige grondgebied van het Vlaamse Gewest investeringssteun verlenen aan kleine en middelgrote ondernemingen. De maximale steunintensiteit wordt bepaald in [artikel 17, punt 6,] van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening.
De Vlaamse Regering kan binnen de gebieden die zijn opgenomen in de regionale steunkaart, regionale investeringssteun verlenen aan ondernemingen, met inachtneming van de maximale steunpercentages die door de Europese Commissie zijn vastgelegd bij de aanvaarding van de regionale steunkaart, met behoud van de mogelijkheid om voor kleine en middelgrote ondernemingen de hogere steunpercentages, vermeld in het eerste lid, toe te passen.

Hoofdstuk 3.
Steun voor ecologie-investeringen


Afdeling 1.
Definities


Art. 13.
De definities, vermeld in [artikel 2, punt 101 tot en met 131,] van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening, zijn van toepassing in dit hoofdstuk.

Afdeling 2.
Toepassingsgebied


Art. 14.
De Vlaamse Regering kan steun verlenen aan ondernemingen voor ecologie-investeringen in het Vlaamse Gewest onder de voorwaarden, vermeld in de Algemene Groepsvrijstellingsverordening, dit decreet en de uitvoeringsbesluiten.
De Vlaamse Regering kan in afwijking van het eerste lid steun verlenen aan ondernemingen voor ecologie-investeringen onder de voorwaarden, vermeld in de richtsnoeren inzake milieu en de uitvoeringsbesluiten.

Afdeling 3.
Steunintensiteit


Art. 15.

§ 1

De Vlaamse Regering kan investeringssteun verlenen die ondernemingen in staat stelt verder te gaan dan communautaire normen inzake milieubescherming of, bij ontstentenis van communautaire normen, het niveau van milieubescherming te doen toenemen. De maximale steunintensiteit wordt bepaald in [artikel 36, punt 6 tot en met 8,] van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening.

§ 2

De Vlaamse Regering kan steun verlenen voor de aanschaf van nieuwe vervoersmiddelen die verder gaan dan communautaire normen of die, bij ontstentenis van communautaire normen, het niveau van milieubescherming doen toenemen. De maximale steunintensiteit wordt bepaald in [artikel 36, punt 6 tot en met 8,] van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening.
Er kan steun worden verleend voor de aanschaf van nieuwe vervoersmiddelen voor vervoer per spoor, over de weg, over de binnenwateren en over zee die aan vastgestelde communautaire normen voldoen, wanneer deze aanschaf geschiedt vóór de inwerkingtreding van de nieuwe communautaire normen en wanneer deze nieuwe normen, zodra deze verplicht worden, niet met terugwerkende kracht op reeds aangeschafte vervoersmiddelen van toepassing zullen zijn.
Er kan steun worden verleend voor vernieuwingsoperaties van bestaande voertuigen met het oog op milieubescherming, als de bestaande vervoersmiddelen worden aangepast aan milieunormen die nog niet van kracht waren op het tijdstip dat die bedrijfsmiddelen in bedrijf werden genomen of als voor de vervoersmiddelen geen milieunormen van toepassing zijn.

§ 3

De Vlaamse Regering kan steun verlenen aan kleine en middelgrote ondernemingen ten behoeve van vroege aanpassing aan toekomstige communautaire normen. De maximale steunintensiteit wordt bepaald in [artikel 37, punt 4 en 5,] van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening.
Er kan steun worden verleend als de communautaire normen zijn goedgekeurd. De investering moet ten minste één jaar voor de inwerkingtreding van de normen ten uitvoer zijn gelegd en beëindigd zijn.

§ 4

De Vlaamse Regering kan steun verlenen voor investeringen op energiegebied, zoals:
investeringen ten behoeve van energiebesparende maatregelen. De maximale steunintensiteit wordt bepaald in [artikel 38, punt 4 tot en met 6,] van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening;
investeringen ten behoeve van hoogrenderende warmtekrachtkoppeling. De maximale steunintensiteit wordt bepaald in [artikel 40, punt 5 en 6,] van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening;
investeringen ten behoeve van energie uit hernieuwbare energiebronnen. De maximale steunintensiteit wordt bepaald in [artikel 41, punt 7 tot en met 10,] van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening.

Art. 16.

§ 1

De steunintensiteit wordt berekend als een percentage van de in aanmerking komende ecologie-investeringen.

§ 2

De Vlaamse Regering kan de volgende materiële investeringen in aanmerking nemen: investeringen in gronden als deze absoluut noodzakelijk zijn om aan de milieudoelstellingen te voldoen, in gebouwen, installaties en uitrustingen, met als doel vervuiling en hinder te beperken of te beëindigen, en investeringen om de productiemethoden aan te passen met het oog op de bescherming van het milieu.
De Vlaamse Regering kan de volgende immateriële investeringen in aanmerking nemen: activa die de technologieoverdracht inhouden door de verwerving van octrooirechten, licenties, knowhow of niet-geoctrooieerde technische kennis.

§ 3

Alleen de extra investeringen die noodzakelijk zijn om een niveau van milieubescherming te bereiken dat de communautaire normen in kwestie overtreft, worden in aanmerking genomen.
De Vlaamse Regering kan de exploitatiebaten en -kosten in aanmerking nemen voor de bepaling van de extra investeringen.

Hoofdstuk 4.
Steun voor extern advies, studies en deelneming aan beurzen


Afdeling 1.
Toepassingsgebied


Art. 17.

§ 1

De Vlaamse Regering kan steun verlenen aan kleine en middelgrote ondernemingen voor extern advies, studie en deelneming aan beurzen onder de voorwaarden, vermeld in de Algemene Groepsvrijstellingsverordening, dit decreet en de uitvoeringsbesluiten.

§ 2

De Vlaamse Regering kan steun verlenen aan ondernemingen voor milieustudies die rechtstreeks verband houden met de in artikel 15 vermelde steun voor ecologie-investeringen, onder de voorwaarden, vermeld in de Algemene Groepsvrijstellingsverordening, dit decreet en de uitvoeringsbesluiten.

Afdeling 2.
Steunintensiteit


Art. 18.

§ 1

De steunintensiteit wordt berekend als een percentage van de in aanmerking komende kosten voor extern advies, studie en deelneming aan beurzen.

§ 2

De Vlaamse Regering bepaalt de in aanmerking komende kosten voor extern advies, studie en deelneming aan beurzen.
Diensten van permanente of periodieke aard van de onderneming en diensten die tot de gewone bedrijfsuitgaven van de onderneming behoren, komen niet in aanmerking.

Art. 19.
De Vlaamse Regering kan voor extern advies, studie en deelneming aan beurzen steun verlenen aan kleine en middelgrote ondernemingen. De maximale steunintensiteit wordt bepaald in [artikel 18, punt 2, en artikel 19, punt 3,] van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening.
De Vlaamse Regering kan voor milieustudies die rechtstreeks verband houden met de steun voor ecologie-investeringen, vermeld in artikel 15, steun verlenen aan ondernemingen. De maximale steunintensiteit wordt bepaald in [artikel 49, punt 3 en 4,] van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening.

Hoofdstuk 5.
Steun voor opleiding


Afdeling 1.
Definities


Art. 20.
[...]

Art. 21.
De werknemers, vermeld in [artikel 2, punt 3, 4 en 99,] van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening, kunnen door de Vlaamse Regering als kwetsbare, uiterst kwetsbare of gehandicapte werknemers in aanmerking genomen worden.

Afdeling 2.
Toepassingsgebied


Art. 22.
De Vlaamse Regering kan steun verlenen aan ondernemingen voor interne en externe opleiding van werkenden onder de voorwaarden, vermeld in de Algemene Groepsvrijstellingsverordening, dit decreet en de uitvoeringsbesluiten.

Afdeling 3.
Steunintensiteit


Art. 23.
De steunintensiteit wordt berekend als een percentage van de in aanmerking komende kosten van de opleiding.
De Vlaamse Regering kan de opleidingskosten, vermeld in [artikel 31, punt 2 en 3,] van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening in aanmerking nemen.

Art. 24.
De Vlaamse Regering kan opleidingssteun verlenen voor [...] opleidingen. De maximale steunintensiteit wordt bepaald in [artikel 31, punt 4 en 5,] van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening.

Hoofdstuk 6.
Steun voor ondernemerschapsbevordering


Afdeling 1.
Toepassingsgebied


Art. 25.

§ 1

De Vlaamse Regering kan steun verlenen aan projecten ter bevordering van het ondernemerschap en kan het optreden coördineren van begunstigden die middelen ten laste van de Vlaamse begroting ontvangen voor ondernemerschapsbevordering onder de voorwaarden, vermeld in de uitvoeringsbesluiten.
De projecten kunnen betrekking hebben op:
het sensibiliseren over ondernemers, bedrijven en ondernemerschap;
het aanleren van attitudes, competenties en vaardigheden ter stimulering van de ondernemingszin en de performantie van ondernemingen.
De Vlaamse Regering kan die lijst verduidelijken en aanvullen overeenkomstig de beleidsprioriteiten en de noodzakelijkheden.

§ 2

De steun kan worden verleend aan:
ondernemingen als vermeld in artikel 3, 1°, met behoud van de toepassing van artikel 5 en hoofdstukken 12, 14 en 15;
entiteiten die niet voldoen aan 1°, met behoud van de toepassing van artikel 5 en hoofdstukken 14 en 15.

§ 3

De Vlaamse Regering kan de begunstigden, vermeld in paragraaf 2, verder concretiseren in functie van de noodzakelijkheden en de beleidsprioriteiten.

Afdeling 2.
Steunintensiteit


Art. 26.
De steunintensiteit wordt berekend als een percentage van de in aanmerking komende kosten.
De Vlaamse Regering bepaalt de in aanmerking komende kosten en de steunintensiteit.
De Vlaamse Regering bepaalt in welke mate er cumulatie van steun is toegelaten, ongeacht de bron en in welke vorm ook verleend, met betrekking tot dezelfde kosten.

Hoofdstuk 7.
Innovatiesteun


Afdeling 1.
Toepassingsgebied


Art. 27.
De Vlaamse Regering kan steun verlenen aan projecten ter bevordering van de innovatie:
aan ondernemingen onder de voorwaarden, vermeld in dit decreet, de algemene groepsvrijstellingsverordening en de uitvoeringsbesluiten;
aan entiteiten, die geen onderneming zijn, onder de voorwaarden, vermeld in dit decreet en de uitvoeringsbesluiten.
De Vlaamse Regering kan de begunstigden, vermeld in het eerste lid, verder concretiseren in functie van de noodzakelijkheden en de beleidsprioriteiten.

Afdeling 2.
Steunintensiteit


Art. 28.
De steunintensiteit wordt berekend als een percentage van de in aanmerking komende kosten.
De Vlaamse Regering bepaalt de in aanmerking komende kosten en de steunintensiteit.
De Vlaamse Regering bepaalt in welke mate er cumulatie van steun is toegelaten, ongeacht de bron en in welke vorm ook verleend, met betrekking tot dezelfde kosten.

Hoofdstuk 8.


Afdeling 1.


Art. 30.
[...]

Afdeling 2.


Art. 31.
[...]

Afdeling 3.


Art. 32.
[...]

Art. 33.
[...]

Hoofdstuk 9.


Art. 34.
[...]

Hoofdstuk 10.
Steun aan ondernemingen die getroffen worden door een openbare ramp of crisis


Art. 35.
De Vlaamse Regering kan steun verlenen aan ondernemingen waarvan de economische bedrijvigheid ernstig getroffen wordt door een openbare ramp of crisis die door een besluit van de Vlaamse Regering als dusdanig wordt erkend.
De Vlaamse Regering bepaalt in dat geval de voorwaarden waaronder steun kan worden verleend en de hoogte van de steun.

Hoofdstuk 11.
Reddings- en herstructureringssteun


Art. 36.
De Vlaamse Regering kan steun verlenen aan ondernemingen onder de voorwaarden, vermeld in de richtsnoeren inzake reddings- en herstructureringssteun.

Hoofdstuk 12.
De-minimissteun


Art. 37.
De Vlaamse Regering kan steun verlenen aan ondernemingen onder de voorwaarden, vermeld in de De-minimisverordening.

Hoofdstuk 12/1.
Steun aan Europees gecofinancierde projecten


Art. 37/1.
De Vlaamse Regering kan steun verlenen aan ondernemingen onder de voorwaarden, vermeld in verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad (de “gemeenschappelijke structuurfondsenverordening”).

Art. 37/2.
De Vlaamse Regering wordt gemachtigd om in uitvoering van de gemeenschappelijke structuurfondsenverordening, het toezichtscomité op te richten en de samenstelling en de werking ervan te bepalen.

Hoofdstuk 13.
Europese reglementering


Art. 38.
De Vlaamse Regering wordt gemachtigd om het decreet aan te passen aan de toekomstige strengere of soepelere Europese reglementering.
Er kan op basis van een steunregeling als vermeld in dit decreet, pas steun toegekend worden na de inwerkingtreding van de desbetreffende uitvoeringsbesluiten.
[De Vlaamse Regering kan op voorwaarde van aanmelding of kennisgeving bij de Europese Commissie steun verlenen aan ondernemingen. Die steun is rechtstreeks gebaseerd op respectievelijk artikel 107 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie en de algemene groepsvrijstellingsverordening, als die steun niet ressorteert onder de categorieën van steun, vermeld in dit decreet.]

Hoofdstuk 14.
De uitbetaling van de steun


Art. 39.
Met behoud van de toepassing van artikel 15 van de wet van 16 mei 2003 tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof zijn de schuldvorderingen ten aanzien van het Vlaamse Gewest die uit dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan voortvloeien, verjaard en voorgoed ten voordele van het Vlaamse Gewest vervallen als ze niet overgelegd zijn binnen een termijn van [twaalf] maanden na de beëindiging van het project.

Hoofdstuk 15.
Terugvordering


Art. 40.
De Vlaamse Regering bepaalt de gevallen van terugvordering met behoud van de toepassing van de bepalingen in de wet van 16 mei 2003 tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof, [de Vlaamse Codex Overheidsfinanciën van 29 maart 2019] en de wet van 7 juni 1994 tot wijziging van het koninklijk besluit van 31 mei 1933 betreffende de verklaringen te doen in verband met subsidies, vergoedingen en toelagen van elke aard, die geheel of gedeeltelijk ten laste zijn van de Staat.
De Vlaamse Regering bepaalt de intrestvoet die in geval van terugvordering verschuldigd is.
De Vlaamse Regering bepaalt de termijnen waarbinnen de feiten die aanleiding geven tot terugvordering, zich moeten voordoen, en de termijn waarin ze de steun kan terugvorderen.

Hoofdstuk 16.
Slotbepaling


Art. 41.
Het decreet van 31 januari 2003 betreffende het economisch ondersteuningsbeleid, gewijzigd bij de decreten van 19 december 2003, 15 juli 2005, 23 december 2005, 21 november 2008 en 19 december 2008, wordt opgeheven.