Hoofdstuk 1.
Algemeen


Afdeling 1.
Algemene bepalingen


Artikel 1.
Dit decreet regelt een gewestaangelegenheid.

Art. 2.
De Vlaamse Regering kan met betrekking tot categorieën van steun, vermeld in dit decreet, en met inachtneming van de regels, vermeld in dit decreet, steun verlenen aan projecten inzake het economisch ondersteuningsbeleid binnen de vastgestelde begrotingskredieten.

Afdeling 2.
Definities


Art. 3.
In dit decreet wordt verstaan onder:
[onderneming: iedere entiteit, ongeacht haar rechtsvorm, die een economische activiteit uitoefent;]
kleine ondernemingen: ondernemingen die, rekening houdend met de partner en verbonden ondernemingen als vermeld in bijlage I van de algemene groepsvrijstellingsverordening, cumulatief aan al de volgende voorwaarden voldoen:
a)
minder dan 50 werkzame personen tewerkstellen;
b)
een jaaromzet of een jaarlijks balanstotaal hebben van maximaal 10 miljoen euro;
middelgrote ondernemingen: ondernemingen die, rekening houdend met de partner en verbonden ondernemingen als vermeld in bijlage I van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening, cumulatief aan al de volgende voorwaarden voldoen:
a)
minder dan 250 werkzame personen tewerkstellen;
b)
een jaaromzet hebben van maximaal 50 miljoen euro, of een jaarlijks balanstotaal van maximaal 43 miljoen euro;
c)
geen kleine onderneming zijn;
grote ondernemingen: ondernemingen die niet ressorteren onder de categorie kleine of middelgrote onderneming;
steun: [elke vorm van financiering, met inbegrip van staatssteun]. [Staatssteun is elke maatregel die voldoet aan alle criteria, vermeld in artikel 107 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie;]
steunintensiteit: het steunbedrag, uitgedrukt als een brutopercentage van de in aanmerking komende kosten of investeringen van het project, voor aftrek van de belastingen of andere heffingen;
[regionale steunkaart: een kaart met gebieden die op sociaal-economisch gebied achtergebleven zijn en beantwoorden aan de voorwaarden, vermeld in de Europese richtsnoeren inzake regionale steunmaatregelen 2014 - 2020 (Publicatieblad van 23 juli 2013 C 209, blz. 1 - 45). Die gebieden zijn voor Vlaanderen vastgelegd in de regionale steunkaart van het Vlaamse Gewest, goedgekeurd door de Europese Commissie op 16 september 2014 en door de Vlaamse Regering op 21 november 2014 voor de periode van 1 juli 2014 tot en met 31 december 2020. Als de steunkaart wordt herzien door de Europese Commissie of de Vlaamse Regering, wordt de nieuwe steunkaart in aanmerking genomen;]
[algemene groepsvrijstellingsverordening: verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (Publicatieblad van 26 juni 2014, L 187, blz. 1 - 78), en de latere wijzigingen ervan;]
[de-minimisverordening: verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie op de-minimissteun (Publicatieblad van 24 december [2013], L 352, blz. 1 - 8), en de latere wijzigingen ervan;]
10°
[richtsnoeren inzake milieu: richtsnoeren staatssteun ten behoeve van milieubescherming en energie 2014-2020 (Publicatieblad van 28 juni 2014, C 200, blz. 1 - 55), en de latere wijzigingen ervan;]
11°
[richtsnoeren inzake reddings- en herstructureringssteun: richtsnoeren inzake reddings- en herstructureringssteun aan niet-financiële ondernemingen in moeilijkheden (Publicatieblad van 31 juli 2014, C 249, blz. 1 - 28), en de latere wijzigingen ervan;]
12°
Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie: het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, ondertekend te Rome op 25 maart 1957, laatst gewijzigd bij het Verdrag van Lissabon tot wijziging van het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, ondertekend te Lissabon, 13 december 2007 (Publicatieblad van 30 maart 2010, C83), en alle latere wijzigingen.

Afdeling 3.
Algemene voorwaarden


Art. 4.
De cumulatie van steun, zoals vermeld in artikel 107 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie, ongeacht de bron, hetzij Europees, federaal, Vlaams, provinciaal of gemeentelijk niveau, en in welke vorm ook verleend, met betrekking tot dezelfde investeringen of kosten mag niet tot gevolg hebben dat de geldende Europese maximumsteunplafonds worden overschreden.
De Vlaamse Regering kan een verbod van cumulatie van steun voor dezelfde investeringen of kosten opleggen.

Art. 5.
Er kan alleen steun worden verleend als die een stimulerend effect heeft. De Vlaamse Regering bepaalt wanneer aan die voorwaarde is voldaan.

Afdeling 4.
Voorwaarden met betrekking tot steun toegekend overeenkomstig hoofdstuk 2 en 3


Art. 6.
Voor kleine en middelgrote ondernemingen moet het project betrekking hebben op een initiële investering als vermeld in artikel 2, punt 49, artikel 14, punt 3 en artikel 17, punt 3, van de algemene groepsvrijstellingsverordening.
Voor grote ondernemingen moet het project betrekking hebben op een initiële investering ten behoeve van een nieuwe economische activiteit als vermeld in artikel 2, punt 50 en 51, en artikel 14, punt 3, van de algemene groepsvrijstellingsverordening.

Art. 7.
De investeringen moeten gedurende vijf jaar door de onderneming worden geëxploiteerd en moeten behouden blijven, met uitzondering van installaties of uitrustingen die door snelle technologische veranderingen verouderd zijn en worden vervangen, op voorwaarde dat de economische activiteiten gedurende die in dit artikel bepaalde periode in de onderneming behouden blijven.
De Vlaamse Regering kan beslissen dat de investeringen door kleine en middelgrote ondernemingen gedurende drie jaar geëxploiteerd en behouden moeten blijven.

Art. 8.
De investeringen moeten in het actief van de ondernemingsbalans worden opgenomen, als vaste activa afgeschreven worden, met uitzondering van gronden, en moeten tegen marktvoorwaarden verworven worden van een derde. Onder derde wordt verstaan een onderneming die geen partner of verbonden onderneming is als vermeld in bijlage I van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening.

Art. 9.
[...]