Afdeling 4.
Voorwaarden met betrekking tot steun toegekend overeenkomstig hoofdstuk†2 en 3


Art. 6.
Voor kleine en middelgrote ondernemingen moet het project betrekking hebben op een initiŽle investering als vermeld in artikel†2, punt 49, artikel†14, punt 3 en artikel†17, punt 3, van de algemene groepsvrijstellingsverordening.
Voor grote ondernemingen moet het project betrekking hebben op een initiŽle investering ten behoeve van een nieuwe economische activiteit als vermeld in artikel†2, punt 50 en 51, en artikel†14, punt 3, van de algemene groepsvrijstellingsverordening.

Art. 7.
De investeringen moeten gedurende vijf jaar door de onderneming worden geŽxploiteerd en moeten behouden blijven, met uitzondering van installaties of uitrustingen die door snelle technologische veranderingen verouderd zijn en worden vervangen, op voorwaarde dat de economische activiteiten gedurende die in dit artikel bepaalde periode in de onderneming behouden blijven.
De Vlaamse Regering kan beslissen dat de investeringen door kleine en middelgrote ondernemingen gedurende drie jaar geŽxploiteerd en behouden moeten blijven.

Art. 8.
De investeringen moeten in het actief van de ondernemingsbalans worden opgenomen, als vaste activa afgeschreven worden, met uitzondering van gronden, en moeten tegen marktvoorwaarden verworven worden van een derde. Onder derde wordt verstaan een onderneming die geen partner of verbonden onderneming is als vermeld in bijlage I van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening.

Art. 9.
[...]