Afdeling 2.
Steunintensiteit


Art. 11.
De steunintensiteit wordt berekend als een percentage van de in aanmerking komende investeringen.
De Vlaamse Regering kan de volgende materiŽle investeringen in aanmerking nemen: investeringen in grond, gebouwen, machines, installaties en uitrusting.
De Vlaamse Regering kan de volgende immateriŽle investeringen in aanmerking nemen: activa die de technologieoverdracht inhouden door de verwerving van octrooirechten, licenties, knowhow of niet-geoctrooieerde technische kennis.

Art. 12.
De Vlaamse Regering kan binnen het volledige grondgebied van het Vlaamse Gewest investeringssteun verlenen aan kleine en middelgrote ondernemingen. De maximale steunintensiteit wordt bepaald in [artikel†17, punt†6,] van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening.
De Vlaamse Regering kan binnen de gebieden die zijn opgenomen in de regionale steunkaart, regionale investeringssteun verlenen aan ondernemingen, met inachtneming van de maximale steunpercentages die door de Europese Commissie zijn vastgelegd bij de aanvaarding van de regionale steunkaart, met behoud van de mogelijkheid om voor kleine en middelgrote ondernemingen de hogere steunpercentages, vermeld in het eerste lid, toe te passen.