Hoofdstuk 3.
Steun voor ecologie-investeringen


Afdeling 1.
Definities


Art. 13.
De definities, vermeld in [artikel 2, punt 101 tot en met 131,] van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening, zijn van toepassing in dit hoofdstuk.

Afdeling 2.
Toepassingsgebied


Art. 14.
De Vlaamse Regering kan steun verlenen aan ondernemingen voor ecologie-investeringen in het Vlaamse Gewest onder de voorwaarden, vermeld in de Algemene Groepsvrijstellingsverordening, dit decreet en de uitvoeringsbesluiten.
De Vlaamse Regering kan in afwijking van het eerste lid steun verlenen aan ondernemingen voor ecologie-investeringen onder de voorwaarden, vermeld in de richtsnoeren inzake milieu en de uitvoeringsbesluiten.

Afdeling 3.
Steunintensiteit


Art. 15.

§ 1

De Vlaamse Regering kan investeringssteun verlenen die ondernemingen in staat stelt verder te gaan dan communautaire normen inzake milieubescherming of, bij ontstentenis van communautaire normen, het niveau van milieubescherming te doen toenemen. De maximale steunintensiteit wordt bepaald in [artikel 36, punt 6 tot en met 8,] van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening.

§ 2

De Vlaamse Regering kan steun verlenen voor de aanschaf van nieuwe vervoersmiddelen die verder gaan dan communautaire normen of die, bij ontstentenis van communautaire normen, het niveau van milieubescherming doen toenemen. De maximale steunintensiteit wordt bepaald in [artikel 36, punt 6 tot en met 8,] van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening.
Er kan steun worden verleend voor de aanschaf van nieuwe vervoersmiddelen voor vervoer per spoor, over de weg, over de binnenwateren en over zee die aan vastgestelde communautaire normen voldoen, wanneer deze aanschaf geschiedt vóór de inwerkingtreding van de nieuwe communautaire normen en wanneer deze nieuwe normen, zodra deze verplicht worden, niet met terugwerkende kracht op reeds aangeschafte vervoersmiddelen van toepassing zullen zijn.
Er kan steun worden verleend voor vernieuwingsoperaties van bestaande voertuigen met het oog op milieubescherming, als de bestaande vervoersmiddelen worden aangepast aan milieunormen die nog niet van kracht waren op het tijdstip dat die bedrijfsmiddelen in bedrijf werden genomen of als voor de vervoersmiddelen geen milieunormen van toepassing zijn.

§ 3

De Vlaamse Regering kan steun verlenen aan kleine en middelgrote ondernemingen ten behoeve van vroege aanpassing aan toekomstige communautaire normen. De maximale steunintensiteit wordt bepaald in [artikel 37, punt 4 en 5,] van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening.
Er kan steun worden verleend als de communautaire normen zijn goedgekeurd. De investering moet ten minste één jaar voor de inwerkingtreding van de normen ten uitvoer zijn gelegd en beëindigd zijn.

§ 4

De Vlaamse Regering kan steun verlenen voor investeringen op energiegebied, zoals:
investeringen ten behoeve van energiebesparende maatregelen. De maximale steunintensiteit wordt bepaald in [artikel 38, punt 4 tot en met 6,] van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening;
investeringen ten behoeve van hoogrenderende warmtekrachtkoppeling. De maximale steunintensiteit wordt bepaald in [artikel 40, punt 5 en 6,] van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening;
investeringen ten behoeve van energie uit hernieuwbare energiebronnen. De maximale steunintensiteit wordt bepaald in [artikel 41, punt 7 tot en met 10,] van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening.

Art. 16.

§ 1

De steunintensiteit wordt berekend als een percentage van de in aanmerking komende ecologie-investeringen.

§ 2

De Vlaamse Regering kan de volgende materiële investeringen in aanmerking nemen: investeringen in gronden als deze absoluut noodzakelijk zijn om aan de milieudoelstellingen te voldoen, in gebouwen, installaties en uitrustingen, met als doel vervuiling en hinder te beperken of te beëindigen, en investeringen om de productiemethoden aan te passen met het oog op de bescherming van het milieu.
De Vlaamse Regering kan de volgende immateriële investeringen in aanmerking nemen: activa die de technologieoverdracht inhouden door de verwerving van octrooirechten, licenties, knowhow of niet-geoctrooieerde technische kennis.

§ 3

Alleen de extra investeringen die noodzakelijk zijn om een niveau van milieubescherming te bereiken dat de communautaire normen in kwestie overtreft, worden in aanmerking genomen.
De Vlaamse Regering kan de exploitatiebaten en -kosten in aanmerking nemen voor de bepaling van de extra investeringen.