Art. 15.

ž 1

De Vlaamse Regering kan investeringssteun verlenen die ondernemingen in staat stelt verder te gaan dan communautaire normen inzake milieubescherming of, bij ontstentenis van communautaire normen, het niveau van milieubescherming te doen toenemen. De maximale steunintensiteit wordt bepaald in [artikelá36, puntá6 tot en met 8,] van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening.

ž 2

De Vlaamse Regering kan steun verlenen voor de aanschaf van nieuwe vervoersmiddelen die verder gaan dan communautaire normen of die, bij ontstentenis van communautaire normen, het niveau van milieubescherming doen toenemen. De maximale steunintensiteit wordt bepaald in [artikelá36, puntá6 tot en met 8,] van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening.
Er kan steun worden verleend voor de aanschaf van nieuwe vervoersmiddelen voor vervoer per spoor, over de weg, over de binnenwateren en over zee die aan vastgestelde communautaire normen voldoen, wanneer deze aanschaf geschiedt vˇˇr de inwerkingtreding van de nieuwe communautaire normen en wanneer deze nieuwe normen, zodra deze verplicht worden, niet met terugwerkende kracht op reeds aangeschafte vervoersmiddelen van toepassing zullen zijn.
Er kan steun worden verleend voor vernieuwingsoperaties van bestaande voertuigen met het oog op milieubescherming, als de bestaande vervoersmiddelen worden aangepast aan milieunormen die nog niet van kracht waren op het tijdstip dat die bedrijfsmiddelen in bedrijf werden genomen of als voor de vervoersmiddelen geen milieunormen van toepassing zijn.

ž 3

De Vlaamse Regering kan steun verlenen aan kleine en middelgrote ondernemingen ten behoeve van vroege aanpassing aan toekomstige communautaire normen. De maximale steunintensiteit wordt bepaald in [artikelá37, puntá4 en 5,] van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening.
Er kan steun worden verleend als de communautaire normen zijn goedgekeurd. De investering moet ten minste ÚÚn jaar voor de inwerkingtreding van de normen ten uitvoer zijn gelegd en beŰindigd zijn.

ž 4

De Vlaamse Regering kan steun verlenen voor investeringen op energiegebied, zoals:
1░
investeringen ten behoeve van energiebesparende maatregelen. De maximale steunintensiteit wordt bepaald in [artikelá38, puntá4 tot en met 6,] van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening;
2░
investeringen ten behoeve van hoogrenderende warmtekrachtkoppeling. De maximale steunintensiteit wordt bepaald in [artikelá40, puntá5 en 6,] van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening;
3░
investeringen ten behoeve van energie uit hernieuwbare energiebronnen. De maximale steunintensiteit wordt bepaald in [artikelá41, puntá7 tot en met 10,] van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening.