Art. 16.

ß 1

De steunintensiteit wordt berekend als een percentage van de in aanmerking komende ecologie-investeringen.

ß 2

De Vlaamse Regering kan de volgende materiŽle investeringen in aanmerking nemen: investeringen in gronden als deze absoluut noodzakelijk zijn om aan de milieudoelstellingen te voldoen, in gebouwen, installaties en uitrustingen, met als doel vervuiling en hinder te beperken of te beŽindigen, en investeringen om de productiemethoden aan te passen met het oog op de bescherming van het milieu.
De Vlaamse Regering kan de volgende immateriŽle investeringen in aanmerking nemen: activa die de technologieoverdracht inhouden door de verwerving van octrooirechten, licenties, knowhow of niet-geoctrooieerde technische kennis.

ß 3

Alleen de extra investeringen die noodzakelijk zijn om een niveau van milieubescherming te bereiken dat de communautaire normen in kwestie overtreft, worden in aanmerking genomen.
De Vlaamse Regering kan de exploitatiebaten en -kosten in aanmerking nemen voor de bepaling van de extra investeringen.