Hoofdstuk 6.
Steun voor ondernemerschapsbevordering


Afdeling 1.
Toepassingsgebied


Art. 25.

§ 1

De Vlaamse Regering kan steun verlenen aan projecten ter bevordering van het ondernemerschap en kan het optreden coördineren van begunstigden die middelen ten laste van de Vlaamse begroting ontvangen voor ondernemerschapsbevordering onder de voorwaarden, vermeld in de uitvoeringsbesluiten.
De projecten kunnen betrekking hebben op:
het sensibiliseren over ondernemers, bedrijven en ondernemerschap;
het aanleren van attitudes, competenties en vaardigheden ter stimulering van de ondernemingszin en de performantie van ondernemingen.
De Vlaamse Regering kan die lijst verduidelijken en aanvullen overeenkomstig de beleidsprioriteiten en de noodzakelijkheden.

§ 2

De steun kan worden verleend aan:
ondernemingen als vermeld in artikel 3, 1°, met behoud van de toepassing van artikel 5 en hoofdstukken 12, 14 en 15;
entiteiten die niet voldoen aan 1°, met behoud van de toepassing van artikel 5 en hoofdstukken 14 en 15.

§ 3

De Vlaamse Regering kan de begunstigden, vermeld in paragraaf 2, verder concretiseren in functie van de noodzakelijkheden en de beleidsprioriteiten.

Afdeling 2.
Steunintensiteit


Art. 26.
De steunintensiteit wordt berekend als een percentage van de in aanmerking komende kosten.
De Vlaamse Regering bepaalt de in aanmerking komende kosten en de steunintensiteit.
De Vlaamse Regering bepaalt in welke mate er cumulatie van steun is toegelaten, ongeacht de bron en in welke vorm ook verleend, met betrekking tot dezelfde kosten.