SCHIETSTANDEN OPEN LUCHT (afdeling 5.32.8.)

- "schietstand": het geheel van werpmachines, schietplaats en schietveld dat dienstig is voor één bepaalde discipline;

- "schietterrein": het geheel van de percelen waarop een schietstand ingericht is;

- "schietveld": het gedeelte van het schietterrein, te rekenen vanaf de standplaats der schutters, dat bij normaal schietgedrag kan bestreken worden door de projectielen;

- "werpplaats": plaats waar de werpmachine(s) opgesteld is (zijn);

- "schietplaats": plaats waar de schutters plaatsnemen wanneer zij schieten;

- "operatoren": de personen bij de werpmachines, die deze rechtstreeks bedienen;

- "werpleider": de persoon die vanop afstand de machine bedient of bevelen geeft aan de operatoren.

- “traditioneel buksschieten”: het schieten met een zware buks vanaf een vaste aanlegpaal op een hark in de buitenlucht. Het schieten vindt plaats in een schietstand, gekoppeld aan een folkloristische schuttersgilde;

- “HLTS”: de handreiking Limburgs traditioneel schieten opgemaakt onder de hoede van het college van gedeputeerde staten van Limburg (Nederland);

- “aanlegpaal”: een paal met bovenaan een horizontale steunbalk waarop de zware buks steunt tijdens het schieten;

- “hark”: schietdoel dat bestaat uit drie of vijf staanders, die elk weer voorzien zijn van dwarslatjes waarop houten bolletjes of blokjes zijn aangebracht;

- “schietboom”: een paal waarop de hark is aangebracht;

- “ogief”: de voorkant van een kogel;

- “affuit”: voorziening waarin de buks wordt geklemd op de aanlegpaal en die zo kan worden afgesteld dat de bewegingsvrijheid van de buks voldoende beperkt wordt om alle kogels in de kogelvanger af te vangen;

- “buksmeester”: functionaris die er tijdens schietactiviteiten verantwoordelijk voor is dat de regelgeving wordt nageleefd.