Hoofdstuk I/1.
Gebruik van verwarmingsinstallaties, technische installaties en technische bouwsystemen, gebouwautomatisering en -controlesystemen


Art. 11.1/1.1.
De Vlaamse Regering kan in het kader van haar beleid over het rationeel energiegebruik en de bevordering van de energieprestaties van gebouwen het gebruik van bepaalde verwarmingsinstallaties, technische installaties en technische bouwsystemen aan eisen of voorwaarden onderwerpen.

Art. 11.1/1.2.
Niet-residentiŽle gebouwen met verwarmingssystemen of met gecombineerde ruimteverwarmings-en ventilatiesystemen met een nominaal vermogen van meer dan 290†kW en niet-residentiŽle gebouwen met airconditioningsystemen of gecombineerde airconditioningen ventilatiesystemen met een nominaal vermogen van meer dan 290†kW, hebben uiterlijk op 31†december 2025 gebouwautomatisering en -controlesystemen.
De gebouwautomatisering en -controlesystemen, vermeld in het eerste lid, kunnen ten minste:
het energieverbruik permanent controleren, bijhouden, analyseren en de bijsturing ervan mogelijk maken;
de energie-efficiŽntie van het gebouw toetsen, rendementsverliezen van technische bouwsystemen opsporen, en de persoon die verantwoordelijk is voor het beheer van de voorzieningen of de technische installaties, informeren over de mogelijkheden om de energie-efficiŽntie te verbeteren;
communicatie met verbonden technische bouwsystemen en andere apparaten in het gebouw mogelijk maken, en interoperabel zijn met technische bouwsystemen van verschillende soorten eigendomstechnologieŽn, toestellen en fabrikanten.
De Vlaamse Regering kan uitzonderingen bepalen voor gevallen waar het technisch of economisch niet haalbaar is om gebouwen van gebouwautomatisering en -controlesystemen te voorzien.
De Vlaamse Regering kan voor bepaalde gebouwen die voldoen aan de voorwaarden, vermeld in het eerste en tweede lid, vrijstellingen bepalen met betrekking tot verplichtingen aangaande regelmatige keuringen van:
de toegankelijke delen van verwarmingssystemen of van gecombineerde ruimteverwarmings-en ventilatiesystemen met een nominaal vermogen van meer dan 70†kW;
de toegankelijke delen van airconditioningsystemen of gecombineerde airconditionings-en ventilatiesystemen met een nominaal vermogen van meer dan 70†kW.