Hoofdstuk II/2.
Minimale eisen inzake renovatie bij niet-residentiŽle gebouwen


Art. 11.2/2.1.

ß 1

De Vlaamse Regering kan bepalen dat niet-residentiŽle gebouwen bij een notariŽle overdracht in volle eigendom, of bij het vestigen van een opstalrecht of erfpacht op een niet-residentieel gebouw, binnen een gestelde termijn na het verlijden van de authentieke akte aan een minimaal energieprestatieniveau voldoen. De Vlaamse Regering kan hier ook een reeks van aparte eisen, maatregelen en type-renovatiewerken bepalen die daarbij als een minimum binnen die termijn moeten worden uitgevoerd.
De uitvoering van de verplichting, vermeld in het eerste lid, wordt opgelegd aan respectievelijk de eigenaar, de opstalhouder, of de erfpachter. In geval na de verkoop van het niet-residentieel gebouw gedurende de looptijd van deze verplichting die op het gebouw rust:
het niet-residentieel gebouw wordt geŽrfd, dan gaat de verplichting over op de erfgenaam of legataris. De erfgenaam of de legataris moet dan binnen de resterende termijn voldoen aan het minimaal energieprestatieniveau dat de erflater diende te halen;
het niet-residentieel gebouw wordt geschonken of verkocht, of een opstalrecht of erfpacht wordt erop gevestigd, dan gaat de verplichting over op de koper of de ontvanger van de schenking of de erfpachter of opstalhouder. De koper, de ontvanger van de schenking, de erfpachter of de opstalhouder moet dan binnen de resterende termijn voldoen aan het minimaal energieprestatieniveau dat de verkoper, schenker, erfpachtgever of opstalgever zelf diende te halen. Indien het te behalen minimaal energieprestatieniveau sindsdien werd verstrengd rust bijkomend op de nieuwe eigenaar, erfpachter of de opstalhouder de verplichting om binnen een gestelde termijn na het verlijden van de authentieke akte aan dat verstrengde minimaal energieprestatieniveau te voldoen.

ß 2

De instrumenterende ambtenaar neemt de verplichting en de daaraan gekoppelde voorwaarden op in de authentieke akte houdende verkoop van of de vestiging van een erfpacht of een opstalrecht op een niet-residentieel gebouw als vermeld in paragraaf†1.