Art. 13.4.12.

§ 1

Wanneer [het VEKA] vaststelt dat niet aan de verplichtingen vastgesteld door of krachtens artikel 11/1.1.1 is voldaan, kan [het VEKA] aan de natuurlijke persoon of rechtspersoon die verantwoordelijk is voor het halen van die verplichting een administratieve geldboete opleggen van:
2000 euro per ontbrekend oplaadpunt voor elektrische voertuigen;
1000 euro per parkeerplaats wanneer niet werd voorzien in infrastructuur voor leidingen om de installatie van oplaadpunten voor elektrische voertuigen in een later stadium mogelijk te maken.

§ 2

Het opleggen van de administratieve boete wordt aan de betrokkene meegedeeld in een met redenen omklede aangetekende brief, met verwijzing naar de bepalingen die van toepassing zijn en de hoogte van de administratieve boete.

§ 3

Na de ontvangst van de kennisgeving, vermeld in paragraaf 2, moet de administratieve geldboete binnen zestig kalenderdagen betaald worden. Het Vlaams Energieagentschap kan uitstel van betaling verlenen voor een door haar bepaalde termijn.

§ 4

Als de betrokkene nalaat de administratieve geldboete binnen de in paragraaf 3 bepaalde termijn te betalen, wordt de geldboete bij dwangbevel ingevorderd.
Het dwangbevel wordt geviseerd en uitvoerbaar verklaard door een ambtenaar die daartoe door de Vlaamse Regering wordt aangewezen. Het dwangbevel wordt betekend bij gerechtsdeurwaardersexploot met bevel tot betaling of bij aangetekende brief.

§ 5

Op het dwangbevel zijn de bepalingen van toepassing van deel V van het Gerechtelijk Wetboek houdende bewarend beslag en middelen tot tenuitvoerlegging.

§ 6

De vordering tot betaling van de administratieve geldboete verjaart na verloop van vijf jaar, te rekenen van de dag waarop ze is ontstaan. De verjaring wordt gestuit op de wijze en onder de voorwaarden die bepaald zijn bij artikel 2244 en volgende van het Burgerlijk Wetboek.