Art. 16.2.2.

§ 1.

De Vlaamse Regering maakt een vijfjaarlijks omgevingshandhavingsprogramma op dat de overkoepelende strategische en operationele beleidsdoelstellingen en beleidsprioriteiten voor een gewestelijk geïntegreerd en afgestemd omgevingshandhavingsbeleid bevat en dat de vijfjaarlijkse individuele handhavingsprioriteiten van de handhavingsinstanties bundelt. De overkoepelende beleidsdoelstellingen omvatten de gewestelijke beleidsvisie en de gewestelijke beleidslijnen voor omgevingshandhaving. Dit schept rechten noch plichten voor de rechtsonderhorigen.

Aanbevelingen over de handhaving op gemeentelijk en provinciaal niveau en over de samenwerking met en tussen al de betrokken beleidsniveaus kunnen toegevoegd worden aan het omgevingshandhavingsprogramma, vermeld in het eerste lid.
Het omgevingshandhavingsprogramma wordt opgemaakt in overeenstemming met het recht, met inbegrip van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.

De Vlaamse Regering kan de beleidsprioriteiten, vermeld in het eerste lid, verfijnen of aanvullen.

§ 2.

De overheden die deel uitmaken van het Vlaamse Gewest en die belast zijn met de handhaving van het milieurecht, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening of het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning bezorgen op eenvoudig verzoek hun vijfjaarlijkse individuele handhavingsprioriteiten.

De Vlaamse Regering nodigt de overheden die belast zijn met de handhaving van het milieurecht, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening of het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning en waarvoor het Vlaamse Gewest niet bevoegd is, uit om hun vijfjaarlijkse individuele handhavingsprioriteiten te bezorgen.

De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen voor de procedure om de individuele handhavingsprioriteiten te bezorgen.


§ 3.

De Vlaamse Regering kan voor het omgevingshandhavingsprogramma nadere regels vaststellen voor de inhoud, de opmaak, de inwerkingtreding, de verspreiding en de actualisering ervan.

Voor de actualisering van de beleidsprioriteiten, vermeld in paragraaf 1, derde lid, kan de Vlaamse Regering nadere regels vaststellen voor de inwerkintreding en verspreiding ervan.

§ 4.

Het definitieve omgevingshandhavingsprogramma wordt vastgesteld op grond van:

een ontwerp van omgevingshandhavingsprogramma;
de adviezen van de volgende instanties over het ontwerp, vermeld in punt 1°:
  a) de bevoegde strategische adviesraden over milieu, ruimtelijke ordening en omgeving;
  b) de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen;
  c) de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten;
  d) de Vereniging van Vlaamse Streekontwikkelingsintercommunales.


§ 5.

Het Milieuhandhavingsprogramma 2015-2019 van 22 april 2016 blijft van kracht tot en met de dag vóór de datum van de inwerkingtreding van het vijfjaarlijkse omgevingshandhavingsprogramma.