Art. 39.

§ 1. De arresten van een Vlaamse bestuursrechtscollege als vermeld in artikel 2, 1°, a) en b), zijn vatbaar voor verbetering of herziening.

§ 2. Als een arrest een materiėle vergissing bevat, kan een Vlaams bestuursrechtscollege als vermeld in artikel 2, 1°, a) en b), uit eigen beweging of op verzoek van een van de betrokken partijen een verbeterend arrest uitspreken.

Een vergissing met betrekking tot het recht of met betrekking tot de feiten is nooit een materiėle vergissing.

§ 3. Een beroep tot herziening kan worden ingesteld als sinds de uitspraak van het eindarrest over de vordering tot vernietiging doorslaggevende stukken zijn teruggevonden die door toedoen van de tegenpartij waren achtergehouden of als het arrest is uitgesproken op als vals erkende of vals verklaarde stukken.

Alleen degenen die bij het bestreden arrest partij waren, kunnen bij verzoekschrift een beroep tot herziening instellen.

Een beroep tot herziening schorst de uitvoering niet, tenzij de kamervoorzitter er bij beschikking anders over oordeelt.

De partijen worden uitgenodigd om te verschijnen op een zitting waarop het beroep tot herziening wordt behandeld.

Tegen een eindarrest waarbij uitspraak wordt gedaan over de vordering tot vernietiging, kan dezelfde partij slechts eenmaal een beroep tot herziening instellen.

Tegen een arrest waarbij uitspraak wordt gedaan over een beroep tot herziening, kan geen beroep tot herziening worden ingesteld.

§ 4. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de toepassing van de procedureregeling voor de verbetering of herziening van arresten, met inbegrip van het bepalen van termijnen en de organisatie van de zittingen, vermeld in dit artikel.