Art. 42.

1. Ter oplossing van een voor de Raad voor Vergunningsbetwistingen gebrachte betwisting kan die op gezamenlijk verzoek van de partijen of op eigen initiatief maar met akkoord van de partijen met een tussenuitspraak tot bemiddeling beslissen zolang het beroep niet in beraad is genomen.

2. Bij inwilliging van het verzoek tot bemiddeling zendt de griffier onmiddellijk een afschrift van het tussenarrest, vermeld in paragraaf 1, aan de partijen en aan de bemiddelaar.

De volgende personen kunnen door de Raad voor Vergunningsbetwistingen als bemiddelaar worden aangewezen: een personeelslid van de dienst van de Bestuursrechtscolleges derden die door de partijen gezamenlijk worden voorgesteld.

De bemiddelaar voldoet aan de volgende voorwaarden:
1 hij heeft een grondige kennis van en nuttige ervaring in het betreffende domein van het Vlaamse recht betreffende de ruimtelijke ordening of van het Vlaamse milieurecht;
2 hij geeft blijk van een vorming die passend is voor de bemiddelingspraktijk;
3 hij biedt de noodzakelijke waarborgen voor een onafhankelijke en onpartijdige bemiddeling;
4 hij heeft geen strafrechtelijke veroordelingen of tuchtrechtelijke sancties opgelopen die onverenigbaar zijn met de uitoefening van de functie van bemiddelaar.

Tijdens de bemiddeling probeert de bemiddelaar een directe dialoog tot stand te brengen tussen de partijen en verleent hij ondersteuning voor een goed verloop van de dialoog. De bemiddeling verloopt volgens de volgende principes:
1 vrijwilligheid;
2 onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de bemiddelaar;
3 vertrouwelijkheid.

De bemiddelaar kan ook derden bij de bemiddeling betrekken.

3. Als de bemiddeling tot een bemiddelingsakkoord leidt, kunnen de partijen of een van hen de Raad voor Vergunningsbetwistingen verzoeken dat akkoord te bekrachtigen.

Als het bemiddelingsakkoord wordt bekrachtigd, worden in afwijking van artikel 33, eerste lid, de kosten zoals vermeld in artikel 33, derde en vierde lid, gelijk verdeeld over de partijen, tenzij anders bepaald wordt in het bemiddelingsakkoord.

De Raad voor Vergunningsbetwistingen kan de bekrachtiging alleen weigeren als het akkoord strijdig is met de openbare orde, de regelgeving of stedenbouwkundige voorschriften.

Bij het ontbreken van een bemiddelingsakkoord of als de Raad voor Vergunningsbetwistingen vaststelt dat de randvoorwaarden voor een geslaagde bemiddeling niet of niet langer zijn vervuld, wordt bij tussenarrest de voortzetting van de jurisdictionele procedure bevolen.

4. Een verzoek tot bemiddeling schorst de proceduretermijnen vanaf de datum van ontvangst van het verzoek door de Raad voor Vergunningsbetwistingen tot:
1 de datum van bekrachtiging van het bemiddelingsakkoord, vermeld in paragraaf 3, eerste lid;
2 de dag na de betekening van het tussenarrest, vermeld in paragraaf 3, vierde lid.

5. De Vlaamse Regering stelt de vormvereisten vast waaraan een verzoek tot bemiddeling moet voldoen, de mogelijkheid tot regularisatie van deze vereisten en de termijnen van de bemiddeling en alle aanvullende maatregelen betreffende de organisatie van de bemiddeling, alsook de kosten die voortvloeien uit de bemiddeling.