HOOFDSTUK 7.
Rechtspositieregeling van de bestuursrechters


Afdeling 1.
Selectie en benoeming


Art. 49.

§ 1. De Vlaamse Regering benoemt de effectieve bestuursrechters voor het leven bij een Vlaams bestuursrechtscollege op voordracht van de algemene vergadering.

De effectieve bestuursrechters voldoen minstens aan de volgende benoemingsvoorwaarden:
1° houder zijn van het diploma van licentiaat of master in de rechten;
2° een grondige kennis hebben van en minstens tien jaar nuttige ervaring hebben in de domeinen van het Vlaamse recht inzake ruimtelijke ordening en van het Vlaamse milieurecht;
3° een grondige kennis hebben van procesvoering en rechtsbescherming in bestuurlijke of rechterlijke aangelegenheden;
4° een grondige kennis hebben van het Vlaams onteigeningsrecht.

§ 2. In afwijking van paragraaf 1, eerste lid, kan de Vlaamse Regering bij het Vlaams bestuursrechtscollege, vermeld in artikel 2, 1°, c), aanvullende bestuursrechters benoemen op voordracht van de algemene vergadering voor een periode van zes jaar, die hernieuwbaar is.

In afwijking van paragraaf 1, tweede lid, kan niemand als aanvullende bestuursrechter worden benoemd tenzij hij zijn deskundigheid kan aantonen op het vlak van publiek recht, politieke wetenschappen of bestuurswetenschappen.

§ 3. De Vlaamse Regering verklaart de functie van bestuursrechter vacant.

§ 4. De kandidaten worden geselecteerd door een selectiecommissie. De selectie beoogt de bekwaamheid die vereist is voor de uitoefening van het ambt van bestuursrechter te beoordelen. De algemene vergadering bepaalt de samenstelling van de selectiecommissie. De selectiecommissie stelt het programma van de selectieproef vast en legt dat ter bekrachtiging voor aan de algemene vergadering.

De algemene vergadering brengt op grond van de beoordeling van de kandidaten een gemotiveerde voordracht uit aan de Vlaamse Regering, nadat ze de respectieve aanspraken en verdiensten van de kandidaten, die geslaagd zijn voor de selectieproef, vermeld in het eerste lid, heeft vergeleken, aangevuld met een interview met de batig gerangschikte kandidaten.

[... (vernietigd Arrest Grondwettelijk Hof nr. 152/2015 van 29 oktober 2015)]

§ 5. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de toepassing van deze bepalingen, waaronder de nadere regels voor de oproep tot de kandidaat-bestuursrechters.


Art. 50.

De bestuursrechters nemen hun ambt op nadat ze in handen van de functioneel bevoegde Vlaamse minister de volgende eed hebben afgelegd: "Ik zweer de verplichtingen van mijn ambt na te komen".


Art. 51.

Het ambt van effectief bestuursrechter wordt voltijds uitgeoefend.

Het ambt van effectief bestuursrechter is onverenigbaar met de uitoefening van om het even welke andere bezoldigde activiteit of functie of mandaat. De algemene vergadering kan de uitoefening van bepaalde activiteiten, functies of mandaten toestaan of de toestemming opheffen.

Het ambt van effectief bestuursrechter is onverenigbaar met elke activiteit die hij zelf of via een tussenpersoon verricht en waardoor ofwel:
1° de functieplichten niet kunnen worden vervuld;
2° de waardigheid van de functie in het gedrang komt en/of het vertrouwen van het publiek in de dienst wordt aangetast;
3° de eigen onafhankelijkheid wordt aangetast;
4° een conflict tussen tegenstrijdige belangen ontstaat.

Het ambt van aanvullend bestuursrechter is onverenigbaar met een politiek mandaat, met een beroepsactiviteit die de onpartijdigheid en onafhankelijkheid van de aanvullende bestuursrechter in het gedrang brengt en met elke activiteit die leidt tot tegenstrijdige belangen.


Afdeling 2.
Bezoldiging


Art. 52.

De eerste voorzitter ontvangt een salaris in de schaal A311, een mandaattoelage klasse B, alsook de andere toelagen, vergoedingen en sociale voordelen, vermeld in het Vlaams personeelsstatuut van 13 januari 2006, met uitzondering van de prestatietoelagen.

De effectieve bestuursrechter ontvangt een salaris in de schaal A311, alsook de toelagen, vergoedingen en sociale voordelen, vermeld in het Vlaams personeelsstatuut van 13 januari 2006, met uitzondering van de prestatietoelagen.

De diensten en de ervaring van de eerste voorzitter en de effectieve bestuursrechters worden in aanmerking genomen voor hun geldelijke anciënniteit als vermeld in artikel VII 2 van het Vlaams personeelsstatuut van 13 januari 2006.

De voorzitter van het Vlaams bestuursrechtscollege, vermeld in artikel 2, 1°, c), ontvangt een forfaitaire vergoeding per zitting van de algemene vergadering en de aanvullende bestuursrechter, vermeld in artikel 49, § 2, ontvangt een forfaitaire vergoeding per zitting van het bestuursrechtscollege. Het bedrag wordt door de Vlaamse Regering vastgesteld. Ze maken ook aanspraak op de terugbetaling van reis- en verblijfkosten, vermeld in het Vlaams personeelsstatuut van 13 januari 2006.


Afdeling 3.
Ontslag en opruststelling


Art. 53.

De bestuursrechters kunnen op ieder moment ontslag nemen. Ze blijven evenwel hun functie uitoefenen, tot ze zijn vervangen, maximaal gedurende zes maanden.

Een effectieve bestuursrechter houdt op zijn ambt uit te oefenen en wordt op rust gesteld door de algemene vergadering op een van de volgende momenten:
1° op het einde van de maand waarin hij de leeftijd van zevenenzestig jaar bereikt;
2° na advies van een medische dienst, die expertise heeft inzake vervroegde pensionering, als hij niet meer in staat is zijn ambt naar behoren te vervullen wegens zware en blijvende gebrekkigheid. De Vlaamse Regering stelt hiervoor de nadere regels vast.

Op zijn verzoek en op gemotiveerd advies van de eerste voorzitter kan de Vlaamse Regering een effectieve bestuursrechter die de leeftijd van zevenenzestig jaar heeft bereikt, machtigen om zijn ambt verder uit te oefenen tot de bestuursrechter de leeftijd van zeventig jaar heeft bereikt.

De machtiging, vermeld in het derde lid, is een jaar geldig en kan worden hernieuwd.

De bestuursrechter die zijn ambt verder wil uitoefenen nadat hij de leeftijd van zevenenzestig jaar heeft bereikt, dient daarvoor ten vroegste achttien maanden vóór de dag waarop hij de leeftijd van zevenenzestig jaar heeft bereikt en uiterlijk negen maanden voor die dag een verzoek in bij de eerste voorzitter.

De bestuursrechter die een verzoek om hernieuwing van de machtiging wil indienen dient dat uiterlijk zes maanden voor het verstrijken van de vorige machtiging in.

De bestuursrechter bezorgt tegelijkertijd een kopie van zijn verzoek, of in voorkomend geval van zijn verzoek om hernieuwing, aan de Vlaamse Regering.

De eerste voorzitter bezorgt zijn gemotiveerd advies binnen een termijn van een maand aan de Vlaamse Regering.


Afdeling 4.
De evaluatie van de effectieve bestuursrechters en de eerste voorzitter


Art. 54.

§ 1. De effectieve bestuursrechters en de eerste voorzitter krijgen een gemotiveerde schriftelijke en beschrijvende evaluatie.

De evaluatie omvat geen einduitspraak, behalve als de evaluator oordeelt dat de geëvalueerde de uitspraak `onvoldoende' krijgt.

De evaluatie van de effectieve bestuursrechter vindt de eerste keer plaats binnen drie maanden na het verstrijken van één jaar na de eedaflegging en vervolgens binnen drie maanden na het verstrijken van de evaluatieperiode van drie jaar. Er kan vroegtijdig een nieuwe tussentijdse evaluatie gehouden worden als zich sedert de laatste evaluatie bijzondere negatieve feiten hebben voorgedaan of als bijzondere negatieve vaststellingen zijn gedaan.

De evaluatie van de eerste voorzitter vindt de eerste keer plaats binnen drie maanden na het verstrijken van een jaar na de eerste aanstelling en vervolgens binnen drie maanden na het verstrijken van de evaluatieperiode van drie jaar. Er kan vroegtijdig een nieuwe tussentijdse evaluatie gehouden worden als zich sedert de laatste evaluatie bijzondere negatieve feiten hebben voorgedaan of als bijzondere negatieve vaststellingen zijn gedaan.

§ 2. De evaluatie slaat op de wijze van ambtsuitoefening en wordt gehouden op grond van criteria die betrekking hebben op de persoonlijkheid en de intellectuele, professionele en organisatorische capaciteiten, met in begrip van de kwaliteit van de geleverde prestaties zonder dat daardoor afbreuk wordt gedaan aan de onafhankelijkheid en de onpartijdigheid van de bestuursrechter. De Vlaamse Regering stelt de evaluatiecriteria vast na het advies van de algemene vergadering te hebben gevraagd.

De eerste voorzitter evalueert de effectieve bestuursrechter. Het evaluatiecollege, dat bestaat uit de drie oudste effectieve bestuursrechters, evalueert de eerste voorzitter.


Art. 55.

De effectieve bestuursrechter en de eerste voorzitter kunnen op straffe van verval binnen een termijn van vijftien kalenderdagen na de kennisgeving van de evaluatie tegen de uitspraak `onvoldoende' beroep instellen bij de beroepscommissie.

De algemene vergadering bepaalt de samenstelling van de beroepscommissie. De eerste voorzitter en de leden van het evaluatiecollege die de evaluatie hebben gedaan, kunnen geen deel uitmaken van de beroepscommissie.

Het beroep, vermeld in het eerste lid, is opschortend.


Art. 56.

Als een effectieve bestuursrechter de evaluatie `onvoldoende' heeft gekregen, wordt hij opnieuw geëvalueerd na verloop van één jaar.

Als de effectieve bestuursrechter na een evaluatie `onvoldoende' bij een van de twee eerstvolgende evaluaties een tweede evaluatie `onvoldoende' krijgt, doet de algemene vergadering uitspraak bij arrest over het ontslag van de effectieve bestuursrechter.

Als de eerste voorzitter eenmaal de evaluatie `onvoldoende' heeft gekregen, wordt voortijdig een einde gesteld aan zijn mandaat.

De ontslagen effectieve bestuursrechter krijgt een vergoeding wegens ontslag. Die vergoeding is gelijk aan twaalf keer de laatste maandbezoldiging van de bestuursrechter als hij ten minste twintig jaar dienst heeft, aan acht keer of zes keer die bezoldiging naargelang de bestuursrechter tien jaar dienst of minder dan tien jaar dienst heeft.


Art. 57.

De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de evaluatie, waaronder ten minste de evaluatieprocedure en de beroepsprocedure.


Afdeling 5.
Tuchtregeling en ordemaatregel


Art. 58.

Tegen een effectieve bestuursrechter en de eerste voorzitter die zijn ambtsplichten verzuimt of door zijn gedrag afbreuk doet aan de waardigheid van het ambt, kunnen de volgende tuchtstraffen worden uitgesproken:
1° blaam;
2° inhouding van salaris;
3° tuchtschorsing;
4° ontslag van ambtswege;
5° afzetting.

De inhouding van salaris wordt toegepast gedurende ten hoogste drie maanden en mag niet meer bedragen dan een vijfde van de nettobezoldiging.

De tuchtschorsing wordt uitgesproken voor ten hoogste drie maanden en kan aanleiding geven tot een inhouding van salaris die niet hoger mag liggen dan een vijfde van de nettobezoldiging.

Tijdens de tuchtschorsing bevindt de effectieve bestuursrechter zich in de administratieve toestand non-activiteit met behoud van salaris, met behoud van de toepassing van het eerste lid.

Het ontslag van ambtswege en de afzetting hebben het verlies van de hoedanigheid van bestuursrechter tot gevolg.


Art. 59.

De tuchtoverheid, die bevoegd is om een tuchtprocedure in te stellen en een van de tuchtstraffen, vermeld in artikel 58, eerste lid, op te leggen, is:

1° de eerste voorzitter ten aanzien van de effectieve bestuursrechters;

2° het tuchtcollege, dat bestaat uit de drie oudste effectieve bestuursrechters, ten aanzien van de eerste voorzitter.


Art. 60.

De effectieve bestuursrechter en de eerste voorzitter kunnen op straffe van verval binnen een termijn van vijftien kalenderdagen na de kennisgeving van de uitgesproken tuchtstraf daartegen gemotiveerd beroep instellen bij de beroepscommissie.

De algemene vergadering bepaalt de samenstelling van de beroepscommissie. De eerste voorzitter en de leden van het tuchtcollege die de tuchtstraf in eerste instantie hebben uitgesproken kunnen geen deel uitmaken van de beroepscommissie.


Art. 61.

De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de tuchtprocedure, waaronder ten minste de wijze waarop de tuchtprocedure wordt ingesteld en gevoerd, de wijze waarop beroep kan worden ingesteld en de beroepsprocedure wordt gevoerd, en de regels voor de doorhaling van de tuchtstraffen.


Art. 62.

Als de eerste voorzitter of een effectieve bestuursrechter wordt vervolgd wegens een misdaad of wanbedrijf of tuchtrechtelijk wordt vervolgd, kan hij in het belang van de dienst bij wijze van ordemaatregel uit zijn ambt worden geschorst voor de duur van de vervolging en tot de eindbeslissing is genomen.

De eerste voorzitter spreekt de schorsing van de effectieve bestuursrechter uit. Het tuchtcollege, dat bestaat uit de drie oudste effectieve bestuursrechters, spreekt de schorsing uit ten aanzien van de eerste voorzitter.

De effectieve bestuursrechter en de eerste voorzitter kunnen op straffe van verval binnen een termijn van vijftien kalenderdagen na de kennisgeving van de ordemaatregel daartegen gemotiveerd beroep instellen bij de beroepscommissie.

De algemene vergadering bepaalt de samenstelling van de beroepscommissie. De eerste voorzitter en de leden van het tuchtcollege die de schorsing in eerste instantie hebben uitgesproken kunnen geen deel uitmaken van de beroepscommissie.

De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de schorsing, waaronder ten minste de wijze waarop beroep kan worden ingesteld en de beroepsprocedure wordt gevoerd, alsook de gevolgen die verbonden zijn aan de schorsing.


Afdeling 6.
Andere delen van de rechtspositieregeling van de bestuursrechter


Art. 63.

Met behoud van de toepassing van de bepalingen die in dit decreet zijn opgenomen over de rechtspositieregeling van de bestuursrechter, bepaalt de Vlaamse Regering de overige delen van de rechtspositieregeling van de bestuursrechter, waaronder ten minste de deontologische rechten en plichten en de verloven.

De Vlaamse Regering stelt de deontologische code vast op voorstel van de algemene vergadering.