Afdeling 2.3.1.
Milieukwaliteitsnormen voor oppervlaktewateren en beleidstaken ter zake


Art. 2.3.1.1.

Deze afdeling voorziet in de gedeeltelijke omzetting van richtlijn 2008/105/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 inzake milieukwaliteitsnormen op het gebied van het waterbeleid tot wijziging en vervolgens intrekking van richtlijnen 82/176/EEG, 83/513/EEG, 84/156/EEG, 84/491/EEG en 86/280/EEG van de Raad, en tot wijziging van richtlijn 2000/60/EG en in de gedeeltelijke omzetting van richtlijn 2013/39/EU van het Europees Parlement en de Raad van 12 augustus 2013 tot wijziging van Richtlijn 2000/60/EG en Richtlijn 2008/105/EG wat betreft prioritaire stoffen op het gebied van het waterbeleid.

Als basismilieukwaliteitsnormen voor de beoordeling van de goede ecologische en de goede chemische toestand van oppervlaktewateren gelden de richtwaarden, vermeld in bijlage 2.3.1. In de stroomgebiedbeheerplannen wordt de beoordeling van de ecologische toestand ingedeeld in vijf klassen, namelijk "zeer goed", "goed", "matig", "ontoereikend" en "slecht".

De oppervlaktewaterlichamen worden, overeenkomstig artikel 60, eerste lid, 1, a), 2), 3) en 4), van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, in de stroomgebiedbeheerplannen [...] ingedeeld in de volgende typen: "kleine beek", "kleine beek Kempen", "grote beek", "grote beek Kempen", "kleine rivier", "grote rivier", "zeer grote rivier", "zoete polderwaterloop", "brakke polderwaterloop", "zoet, mesotidaal laaglandestuarium", "zwak brak (oligohalien), macrotidaal laaglandestuarium", "brak, macrotidaal laaglandestuarium", "zout, mesotidaal laaglandestuarium", "circumneutraal, sterk gebufferd meer", "matig ionenrijk, alkalisch meer", "groot, diep, eutroof, alkalisch meer", "groot, diep, oligotroof tot mesotroof, alkalisch meer", "ionenrijk, alkalisch meer", "alkalisch duinwater", "zeer licht brak meer", "circumneutraal, zwak gebufferd meer", "circumneutraal, ijzerrijk meer", "sterk zuur meer", "matig zuur meer" en "sterk brak meer".


Art. 2.3.1.2.

De basismilieukwaliteitsnormen, vermeld in artikel 2.3.1.1, gelden ook voor de oppervlaktewateren vermeld in afdeling 2.3.2, 2.3.3, 2.3.4 en 2.3.5, als ze de voor die wateren geldende, bijzondere milieukwaliteitsnormen aanvullen of verstrengen.


Art. 2.3.1.3.

Er kan alleen van de milieukwaliteitsnormen worden afgeweken in de stroomgebiedbeheerplannen, overeenkomstig artikel 53, 54 en 56 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid.

Voor de sterk veranderde en kunstmatige waterlichamen, vermeld in artikel 52 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gelden de basismilieukwaliteitsnormen, vermeld in artikel 2.3.1.1, voor de beoordeling van de toestand. In afwijking hierop kunnen voor de volgende parameters andere milieukwaliteitsnormen worden bepaald in de stroomgebiedbeheerplannen: opgeloste zuurstof, elektrische geleidbaarheid, chloride, sulfaat, pH en alle biologische parameters.

Voor de beschermde gebieden, vermeld in artikel 71 van hetzelfde decreet, kunnen strengere milieukwaliteitsnormen vastgesteld worden in de stroomgebiedbeheerplannen.

De Vlaamse Regering zal op gezette tijden en minstens bij de herziening van de stroomgebiedbeheerplannen de milieukwaliteitsnormen evalueren en in voorkomend geval aanpassen, zoals bepaald in artikel 2.2.3, 4 van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid.