Art. 51.

Het ambt van effectief bestuursrechter wordt voltijds uitgeoefend.

Het ambt van effectief bestuursrechter is onverenigbaar met de uitoefening van om het even welke andere bezoldigde activiteit of functie of mandaat. De algemene vergadering kan de uitoefening van bepaalde activiteiten, functies of mandaten toestaan of de toestemming opheffen.

Het ambt van effectief bestuursrechter is onverenigbaar met elke activiteit die hij zelf of via een tussenpersoon verricht en waardoor ofwel:
1 de functieplichten niet kunnen worden vervuld;
2 de waardigheid van de functie in het gedrang komt en/of het vertrouwen van het publiek in de dienst wordt aangetast;
3 de eigen onafhankelijkheid wordt aangetast;
4 een conflict tussen tegenstrijdige belangen ontstaat.

Het ambt van aanvullend bestuursrechter is onverenigbaar met een politiek mandaat, met een beroepsactiviteit die de onpartijdigheid en onafhankelijkheid van de aanvullende bestuursrechter in het gedrang brengt en met elke activiteit die leidt tot tegenstrijdige belangen.