Afdeling 4.
De evaluatie van de effectieve bestuursrechters en de eerste voorzitter


Art. 54.

§ 1. De effectieve bestuursrechters en de eerste voorzitter krijgen een gemotiveerde schriftelijke en beschrijvende evaluatie.

De evaluatie omvat geen einduitspraak, behalve als de evaluator oordeelt dat de geëvalueerde de uitspraak `onvoldoende' krijgt.

De evaluatie van de effectieve bestuursrechter vindt de eerste keer plaats binnen drie maanden na het verstrijken van één jaar na de eedaflegging en vervolgens binnen drie maanden na het verstrijken van de evaluatieperiode van drie jaar. Er kan vroegtijdig een nieuwe tussentijdse evaluatie gehouden worden als zich sedert de laatste evaluatie bijzondere negatieve feiten hebben voorgedaan of als bijzondere negatieve vaststellingen zijn gedaan.

De evaluatie van de eerste voorzitter vindt de eerste keer plaats binnen drie maanden na het verstrijken van een jaar na de eerste aanstelling en vervolgens binnen drie maanden na het verstrijken van de evaluatieperiode van drie jaar. Er kan vroegtijdig een nieuwe tussentijdse evaluatie gehouden worden als zich sedert de laatste evaluatie bijzondere negatieve feiten hebben voorgedaan of als bijzondere negatieve vaststellingen zijn gedaan.

§ 2. De evaluatie slaat op de wijze van ambtsuitoefening en wordt gehouden op grond van criteria die betrekking hebben op de persoonlijkheid en de intellectuele, professionele en organisatorische capaciteiten, met in begrip van de kwaliteit van de geleverde prestaties zonder dat daardoor afbreuk wordt gedaan aan de onafhankelijkheid en de onpartijdigheid van de bestuursrechter. De Vlaamse Regering stelt de evaluatiecriteria vast na het advies van de algemene vergadering te hebben gevraagd.

De eerste voorzitter evalueert de effectieve bestuursrechter. Het evaluatiecollege, dat bestaat uit de drie oudste effectieve bestuursrechters, evalueert de eerste voorzitter.


Art. 55.

De effectieve bestuursrechter en de eerste voorzitter kunnen op straffe van verval binnen een termijn van vijftien kalenderdagen na de kennisgeving van de evaluatie tegen de uitspraak `onvoldoende' beroep instellen bij de beroepscommissie.

De algemene vergadering bepaalt de samenstelling van de beroepscommissie. De eerste voorzitter en de leden van het evaluatiecollege die de evaluatie hebben gedaan, kunnen geen deel uitmaken van de beroepscommissie.

Het beroep, vermeld in het eerste lid, is opschortend.


Art. 56.

Als een effectieve bestuursrechter de evaluatie `onvoldoende' heeft gekregen, wordt hij opnieuw geëvalueerd na verloop van één jaar.

Als de effectieve bestuursrechter na een evaluatie `onvoldoende' bij een van de twee eerstvolgende evaluaties een tweede evaluatie `onvoldoende' krijgt, doet de algemene vergadering uitspraak bij arrest over het ontslag van de effectieve bestuursrechter.

Als de eerste voorzitter eenmaal de evaluatie `onvoldoende' heeft gekregen, wordt voortijdig een einde gesteld aan zijn mandaat.

De ontslagen effectieve bestuursrechter krijgt een vergoeding wegens ontslag. Die vergoeding is gelijk aan twaalf keer de laatste maandbezoldiging van de bestuursrechter als hij ten minste twintig jaar dienst heeft, aan acht keer of zes keer die bezoldiging naargelang de bestuursrechter tien jaar dienst of minder dan tien jaar dienst heeft.


Art. 57.

De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de evaluatie, waaronder ten minste de evaluatieprocedure en de beroepsprocedure.