Art. 56.

Als een effectieve bestuursrechter de evaluatie `onvoldoende' heeft gekregen, wordt hij opnieuw geëvalueerd na verloop van één jaar.

Als de effectieve bestuursrechter na een evaluatie `onvoldoende' bij een van de twee eerstvolgende evaluaties een tweede evaluatie `onvoldoende' krijgt, doet de algemene vergadering uitspraak bij arrest over het ontslag van de effectieve bestuursrechter.

Als de eerste voorzitter eenmaal de evaluatie `onvoldoende' heeft gekregen, wordt voortijdig een einde gesteld aan zijn mandaat.

De ontslagen effectieve bestuursrechter krijgt een vergoeding wegens ontslag. Die vergoeding is gelijk aan twaalf keer de laatste maandbezoldiging van de bestuursrechter als hij ten minste twintig jaar dienst heeft, aan acht keer of zes keer die bezoldiging naargelang de bestuursrechter tien jaar dienst of minder dan tien jaar dienst heeft.