Art. 59.

De tuchtoverheid, die bevoegd is om een tuchtprocedure in te stellen en een van de tuchtstraffen, vermeld in artikel 58, eerste lid, op te leggen, is:

1 de eerste voorzitter ten aanzien van de effectieve bestuursrechters;

2 het tuchtcollege, dat bestaat uit de drie oudste effectieve bestuursrechters, ten aanzien van de eerste voorzitter.