Art. 91.

§ 1. De bestuursrechters die op de datum van inwerkingtreding van dit decreet aangesteld zijn bij het handhavingscollege, blijven aangesteld als effectief of plaatsvervangend bestuursrechter bij hun rechtscollege met behoud van de mandaatregeling en de bezoldigingsregeling die ze genoten overeenkomstig de regeling die van toepassing was voor de datum van de inwerkingtreding van dit decreet, totdat ze op rust worden gesteld, ontslag nemen of ontslag krijgen.

Uiterlijk negentig dagen voor het mandaat van de bestuursrechters, vermeld in het eerste lid is verstreken, kan de Vlaamse Regering beslissen om het mandaat van bestuursrechter niet te verlengen.

De beslissing mag niet indruisen tegen de onafhankelijkheid van het handhavingscollege of van de individuele bestuursrechters ervan, noch betrekking hebben op de inhoudelijke aspecten van de door het handhavingscollege genomen beslissingen. Als de Vlaamse Regering uiterlijk negentig dagen voor het mandaat van de bestuursrechters, vermeld in het eerste lid verstrijkt, geen beslissing neemt om het mandaat niet te verlengen, wordt het mandaat stilzwijgend verlengd.

§ 2. De bestuursrechters die op de datum van de inwerkingtreding van dit decreet benoemd zijn bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, blijven benoemd bij hun rechtscollege als bestuursrechter totdat ze op rust worden gesteld, ontslag nemen of ontslag krijgen. Ze ontvangen een salaris in de schaal A311, alsook de toelagen, vergoedingen en sociale voordelen, vermeld in deel VII van het Vlaams personeelsstatuut van 13 januari 2006, met uitzondering van de prestatietoelagen.

§ 3. De aanvullende bestuursrechters die op de datum van inwerkingtreding van dit decreet tijdelijk aangesteld zijn bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen blijven aangesteld bij dit rechtscollege met behoud van de bezoldigingsregeling die ze genoten overeenkomstig de regeling die van toepassing was voor de datum van de inwerkingtreding van dit decreet totdat de achterstand is weggewerkt of totdat ze ontslag nemen.

§ 4. De voorzitters, de raadsleden en de plaatsvervangers die op de datum van de inwerkingtreding van dit decreet benoemd zijn bij de Raad voor Verkiezingsbetwistingen, blijven benoemd bij hun rechtscollege met behoud van de bezoldigingsregeling die ze genoten overeenkomstig de regeling die van toepassing was voor de datum van de inwerkingtreding van dit decreet tot 1 maart van het jaar waarin de lokale en provinciale verkiezingen plaatsvinden.

In afwijking van artikel 49, § 2, kan de Vlaamse Regering de bestuursrechters, vermeld in het eerste lid van deze paragraaf, vanaf 1 maart van het jaar waarin de lokale en provinciale verkiezingen plaatsvinden, benoemen als aanvullend bestuursrechter bij de Raad voor Verkiezingsbetwistingen voor een periode van zes jaar, die hernieuwbaar is met behoud van de bezoldigingsregeling die ze genoten overeenkomstig de regeling die van toepassing was voor de datum van de inwerkingtreding van dit decreet.