Art. 4.1.8/1/1.

§ 1

Een netbeheerder en zijn werkmaatschappij mogen geen elektriciteitsopslagfaciliteiten bezitten, ontwikkelen, beheren of exploiteren.
In afwijking van het eerste lid mogen de netbeheerders elektriciteitsopslagfaciliteiten bezitten, ontwikkelen, beheren of exploiteren als het gaat om volledig geïntegreerde netwerkcomponenten en de VREG zijn goedkeuring heeft verleend of als aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan:
andere partijen, na een open, transparante en niet-discriminerende aanbestedingsprocedure, die de VREG toetst en goedkeurt, hebben geen recht verworven om dergelijke faciliteiten te bezitten, te ontwikkelen, te beheren of te exploiteren, of kunnen die diensten niet tegen redelijke kosten en binnen een redelijke termijn aanbieden;
dergelijke faciliteiten zijn nodig voor de netbeheerders om hun verplichtingen na te leven in het kader van een efficiënt, betrouwbaar en veilig beheer van het distributiesysteem, vermeld in titel IV van dit decreet. De faciliteiten worden niet gebruikt om elektriciteit op de elektriciteitsmarkten of op de markten voor lokaal congestiebeheer te kopen of te verkopen;
de VREG heeft de noodzaak van een dergelijke afwijking beoordeeld, heeft de aanbestedingsprocedure, waaronder de voorwaarden van die aanbestedingsprocedure, geëvalueerd en heeft zijn goedkeuring verleend.
De VREG kan regels of inkoopbepalingen opstellen voor de aanbestedingsprocedure om de billijkheid van de procedure te garanderen.

§ 2

De VREG houdt regelmatig en minstens elke vijf jaar een openbare raadpleging over de bestaande elektriciteitsopslagfaciliteiten van de netbeheerder om de potentiële beschikbaarheid en belangstelling om in dergelijke faciliteiten te investeren, te evalueren. Als uit die openbare raadpleging blijkt dat derde partijen in staat zijn dergelijke installaties op een kosteneffectieve manier te bezitten, te ontwikkelen, te exploiteren of te beheren, ziet de VREG erop toe dat die activiteiten van de netbeheerders in dit verband binnen achttien maanden worden uitgefaseerd.
De VREG kan toestaan dat de netbeheerders een redelijke vergoeding ontvangen zodat ze de restwaarde van hun investering in die elektriciteitsopslagfaciliteiten kunnen terugverdienen.
Het eerste en het tweede lid zijn niet van toepassing op volledig geïntegreerde netwerkcomponenten of gedurende de gebruikelijke afschrijvingsperiode van nieuwe elektriciteitsopslagfaciliteiten als het over batterijen gaat waarbij een definitieve investeringsbeslissing vóór 4 juli 2019 is genomen, op voorwaarde dat dergelijke batterijopslagfaciliteiten aan al de volgende voorwaarden voldoen:
de batterijopslagfaciliteiten zijn uiterlijk twee jaar na de voormelde investeringsbeslissing met het netwerk verbonden;
de batterijopslagfaciliteiten zijn volledig in het distributiesysteem geïntegreerd;
de batterijopslagfaciliteiten worden uitsluitend gebruikt om de veiligheid van het netwerk reactief onmiddellijk te herstellen in geval van noodgevallen, als een dergelijke herstelmaatregel onmiddellijk van kracht wordt en wordt beëindigd zodra reguliere redispatching in staat is het probleem op te lossen;
de batterijopslagfaciliteiten worden niet gebruikt om elektriciteit te kopen of te verkopen op de elektriciteitsmarkt of de markt voor lokale congestie, met inbegrip van balanceringsmarkten.

§ 3

Paragraaf 1 is niet van toepassing op elektriciteitsopslagfaciliteiten die gebruikt worden in het kader van het energiebeheer van de eigen gebouwen.